wpid-20140926043844.jpg

Deel 3: De artiest en het publiek

Deel 1: De live concertervaring verrijken: holistische benadering

Deel 2: Tacit knowledge: de zaal en stedelijke context

Deel 3: Live-ervaring: de artiest en het publiek

Een inspirerende afspraak plannen, naar aanleiding van deze blog? Mail me gerust voor een ontmoeting. acts@la-clappeye.nl

 

Live-ervaring: de artiest en het publiek

In het licht van tacit knowledge (zie ook delen 1 en 2) en het interpreteren van symbolen, kan het een idee zijn om eventuele improvisaties die spontaan kunnen ontstaan op het podium, pas te laten plaasvinden wanneer de band al een band met het publiek heeft bevestigd. Publiek kan zich van deelnemer naar buitenstaander voelen, op het moment dat de focus van de band binnen hun eigen dynamiek komt te liggen, en minder naar het publiek is gericht. Dit ” aura” kan breken en de band methet publiek heel snel doen veranderen. Dat is niet bij elk genre het geval, overigens. Een rock-artiest met hoge status (ook binnen de band zelf) of bekendheid, kan er mee wegkomen, daar hij de status heeft de improvisatie te kunnen afbreken of laten voortduren.

Inherent aan het genre (door bv tempo) is dat het publiek zijn aandacht makkelijk laat sturen richting een door de band bepaald focalpoint. Ook de hoogte van het podium is dan van belang, net als de afstand tussen band en publiek, Zoals bij elke improvisatie, bedienen de deelnemers zich van een ” geheimtaal” waarmee ze elkaar onderling toespreken. Niet een driekwarts maat, maar “doe die rare ribbel maar”, niet zelden door gebaren of knikken naar elkaar toe. Daarmee kan gerefereerd worden aan een eerdere onderlinge ervaring, waar het publiek geen deelgenoot van is. Een onderling begrijpen, waar het publiek niet altijd in mee kan gaan. De belangrijkste motivatie om een interactie aan te gaan, is de invloed van reciprociteit op elkaar. Bij een optreden, is dat deels een een-richtingsverkeer, maar de performer en het publiek hebben in deze context met elkaar “afgesproken” dat er een reciprociteit is, die zich binnen het aura tussen artiest en publiek bevindt. Onder de 6 punten waarop het publiek een artiest beoordeelt (zie onder), geeft men ” gazing” (staren) een heel hoog cijfer, wanneer het gaat om aangekeken te worden door de uitvoerende artiest, tijdens het concert. Dit punt werd ook zo hoog beoordeeld door concertbezoeker onderling. Ook klassieke musici, doen graag actief en receptief aan gazing. Gek genoeg zijn het juist de pop en rock-muzikanten, die hier juist minder waarde aan hechten. Een andere opvallende conclusie was, dat klassieke musici, zowel bij het optreden als bij de repetitie, met hun gezicht de zaal in stonden/zaten, terwijl de pop/rock-artiesten repeteren met het gezicht richting de achterliggende band: de repetitieruimte formatie dus.

Kleine, ogenschijnlijk onbelangrijke details, maar ze hebben directe invloed op de concertervaring. Aanbeveling voor de popmuzikanten: Als je repeteert, keer jezelf dan richting de zaal, al is het een blinde muur in de repetitieruimte. Die energie moet niet ter plekke- op het podium -nog even worden uitgevonden! Het publiek heeft zich na 15 / 20 seconden luisteren, al een oordeel gevormd. Dit bepaalt al voor een groot deel het “aura”.

Er zijn enkele standaardvormen in fysiek gedrag, waarmee het publiek zich een impressie van de artiest vormt. Dit is o.a. het resultaat van het gebrek aan reciprociteit. De belangrijkste motivator voor menselijke interactie. Je kunt voor een groot deel ook varen op de voorkennis van het publiek: voorkennis van jou, van het genre, van de zaal, de vorm, het lichtplan. Dit fenomeen heet Evaluated Expectancy: a psychological phenomenon through which positively valenced feelings can be evoked. Vreemd genoeg is dit laatste fenomeen bepalender bij de evaluatie van muziek, dan de algehele indruk die je hebt gemaakt. De beoordeling van muziek, is in hoge mate afhankelijk van verstreken tijd. Hoe later in de live-ervaring je de muziek gaat beoordelen, hoe positiever de uitkomst is. De beoordeling komt nl. tot stand door een serie van opeenvolgende beslissingen, die niet onafhankelijk van elkaar werden genomen.

Het publiek vormt zich een oordeel en meestal berust het daar in. Als het publiek ongepast gedrag bij je waarneemt, kan dit de validiteit van je performance, schaden.

Cues in performer-performer en performer-audience interaction

Platz en Kopiez (2013) onderscheiden 6 manieren (en een aantal sub-sets waarik hier verder niet op in ga), waarop een artiest kan doen aan impressie-management, om bij het publiek een bepaalde impressie te genereren:

  • Door knikken;
  • Staar-richting
  • Jezelf aanraken;
  • Beenafstand bij het staan;
  • Stap-afstand;
  • Resolute uitdrukking.

Dat zijn- naast gechoreografeerde handelingen, fysieke kwaliteiten waarmee een performer zich bij het publiek een indruk kan geven. Daar moet men zich tijdens het optreden bewust van zijn omdat de nabijheid van het publiek vraagt om een mate van reciprociteit,die je ook buiten het podium tegenkomt. Als je je bijvoorbeeld te lang richt op een persoon in het publiek, verplaats je het ” aura” van de performance en de spanning die je met het pubiek hebt opgebouwd. Die spanning heb je nodig, net als het aura, omdat dit de conceptuele ruimte is, waarbinnen je je begeeft, als artiest. Die bestaat niet alleeen uit de innerlijke wereld van de performer, noch uit alleen maar het gespeelde materiaal. Een performance gebruikt alle daar aanwezige personen!

Immersieve ervaringen, bijvoorbeeld, vragen om een zekere passiviteit bij het publiek. Publiek bij een symfonisch concert, kan als redelijk passief worden gezien, maar hebben toch een immersieve ervaring, juist door die passiviteit. Wanneer je wil gebruikmaken van sociale netwerken, doelgroepen gebaseerd op een gedeelde lifestyle, volg je een heel ander ritme en manier van bereiken, dan wanneer je voor je concert put uit een bestand met publiek. De manier van beleven is voor een klassiek publiek heel anders dan voor een publiek waarbij veel interactie verwacht wordt, van het publiek EN van de artiesten. Zo kan het de flow van de live concertervaring van een bezoeker van een klassiek concert hinderlijk verstoren, wanneer vooraf al de afstand tussen artiest en publiek gelijkgetrokken werd. Door meet-and-greet, door te populair taalgebruik, door een te jolige inleiding van het concert, door te véél informatie te geven, zelfs stemgebruik bij de inleiding kan heel leidend zijn voor die concertervaring. Men zal eerder een ” acousmatic” voice prefereren (zie ook het fenomeen “liveness”), boven een stem die heel beeldend is. Dat schept een afstand tussen podium en publiek die nodig is, voor een immersieve ervaring door min of meer passief publiek. Eigen aan klassieke muziek, is dat het beter in staat is, emoties over te brengen. Populaire muziek, daarentegen, is beter in staat om emoties uit te lokken. (Simon Frith)

 

Voorbeelden van 2 concrete toepassingen van embodied knowledge / movement door wetenschappers:

 

 

Researchproject IPEM Gent: MEGA: modeling expressive and emotional content in non-verbal interaction

” The project is centered on the modeling and real-time analysis, synthesis, and networked communication of expressive and emotional content in non-verbal interaction by multi-sensory interfaces, from a multimodal perspective. Music (including singing voice) and movement (including dance) are first class channels for conveying expressive and emotional content.

http://www.megaproject.org

Many research projects are currently focused on developing applications in mixed reality (MR), virtual environments (VEs), and inhabited information spaces (IISs). In these environments the extraction and synthesis of expressive content are of paramount importance for enhancing usability and communication in computer multimedia where inputs and outputs can be represented by music signals, visual media, or robot movement in robot-human interaction. This project is centered on the modeling and communication of expressive and emotional content in non-verbal interaction by multi-sensory interfaces. In particular the project focuses on music performance and full-body movements as first class conveyors of expressive and emotional content. Real-time, quantitative analysis and evaluation of expressive content in different performances of the same musical score, or in different performances of the same dance fragment are examples that will result from the project. Our approach implies a new and original consideration of the role that the physical body and the physical world play with respect to interaction. Such interaction mechanisms are not limited to single humans, but they may be extended to groups of humans, such as a group of actors on stage or a group of visitors in a museum or a group of music performers, considering the group as a whole entity. “

Capturing Dance Movements, Intensities and Embodied Experiences: Research Into New Possibilities of Digital Media for Dance Analysis and -Notation based on Fase (1982) by Anne Teresa De Keersmaeker and ROSAS.

” The research project falls under the scientific domains of performing arts, systematic musicology and computer sciences. The capturing of dance movements, dance experience and embodied expression in a performance constellation provides a particular challenge for expanding IPEM’s approach to the digital topological analysis and description of basic gestures performed by a single individual body to the analysis and description of more complex dance movements and choreographic phrases performed by several interrelating dancers. The extended application of MoCap and the related analysis will create new opportunities and possibilities for dance analysis, dance notation, and dance archiving.
This research project aims at finding new opportunities and possibilities of digital media for dance analysis and notation based on Fase by the Flemish choreographer Anne Teresa de Keersmaeker and her dance ensemble ROSAS”