microsheet1

Festival-tweaking, deel 1

Festival-tweaking, deel 1

Festival-tweaking is een vast onderdeel op dit blog. Vooral omdat het finetunen en tweaken van festivals, concepten en culturele projecten, een belangrijk onderdeel is van mijn werk. Feitelijk gaat het om finetunen van concepten in bredere zin. Soms is de vraag direct, maar meestal komen die zaken gaandeweg aan het licht. Creative Concepting door La Clappeye Acts, kan daar bij helpen.

Het komt vaker voor dat opdrachtgevers hun reeds bestaande format of concept willen behouden en wat aan fijnafstemming willen doen, dan dat er compleet nieuwe concepten geboren moeten worden. Ook dat gebeurt gelukkig, maar eenmaal een concept of format gevonden, wil men daar niet zo makkelijk meer van afstappen. Begrijpelijk, het is hun kindje, hun “ding” en daar waken ze terecht over.

Tweaking klinkt vluchtig en ad hoc, maar dat is het bepaald niet. Festival-tweaking heeft een aantal grote voordelen. Je gaat zelf anders kijken naar wat je hebt bedacht en neergezet, je past principes toe op je concept waar je niet eerder aan hebt gedacht, je gaat de blinde vlekken weggummen, lievelingetjes even opzij zetten, opnieuw nadenken over wat je eigenlijk wil zeggen. Door te kijken naar details, door zaken in het kleine om te draaien (soms letterlijk), ga je vanzelf kijken naar het grotere plaatje. Klopt alles nog wel? Vaak is dit een plafond waar organisaties tegenaan lopen, waardoor ideeën blijven steken in een losse gedachte of terloopse opmerking. Misschien moet alles wel herijkt worden? Zo lang je dat maar niet aan de grote klok hangt, kun je daar mee experimenteren wat je wil. Uiteindelijk moet ik er zelf zorg voor dragen dat niemand zich gepasseert voelt, dat het basis-idee overeind blijft (voor zover dat de bedoeling is natuurlijk) en alle betrokkenen hun “ding” kunnen blijven doen.

Het tweaken en finetunen gebeurt bij voorkeur NIET in een brainstormsessie of vergadering. Bij een brainstormsessie is het weliswaar zo, dat tot de regels kan behoren dat je elkaar bv. niet veroordeelt of ideeën tegenhoudt, maar je gaat toch uit van een bepaald stramien waaromheen de brainstormsessies worden gebouwd, waarvan de deelnemers al bij voorbaat beperkt worden in hun denken. Je kunt wel out-of-the-box willen denken, máár…. Het moet maar net op het whiteboard of flipover passen.

“Tweaken, dat doe je in verschillende lagen.”

Beleving tijdens een programma-onderdeel / voorstelling.

Je hebt een mooie voorstelling, maar de meer subversieve beleving moet je ook kunnen overbrengen in de fysieke omgeving en in de spanningsboog van de avond. Niet alleen de voorstelling heeft een vantevoren uitgekiende spanningsboog, het verloop van de héle avond of de héle activiteit, kent een eigen spanningsboog. Men is bijvoorbeeld gewend dat een voorstelling uit meerdere bedrijven kan bestaan en dat de ruimte daartussenin een “pauze” heet. Men is gewend rustig op te staan en op een bepaalde snelheid naar de foyer te lopen. Is de omgeving daar op ingericht? Zijn de paden zó breed dat er chaos kan ontstaan of dat de intimiteit van de voorstelling wegvalt? Smallere paden forceren een rustig verloop van de pauze, het buitengaan en weer binnen komen. Té smal levert natuurlijk irritatie op. De pauze moet vervolgens niet al te lang duren. Men komt uit de voorstelling met een gecultiveerd ritme en dat moet je zien vast te houden én te voeden!

Beleving van het stilistisch geheel, door het publiek

–         Micro-mapping: In kaart brengen in grafiekjes en timelines van de beeld- en geluidsbibliotheek in het hoofd van de bezoeker

–         Idem, op het gebied van sociale ontwikkelingen, persoonlijke ontwikkeling, levensloop, politieke stromingen en nabije omgeving

Kortom, het in kaart brengen van het referentiekader van de bezoeker.

Ik gebruik voor micromapping een soort timeline van een denkbeeldige bezoeker van leeftijd X, waarboven en onder categorieën zijn aangebracht. Bijvoorbeeld categorieën als “politiek” of “maatschappelijke ontwikkelingen” Heeft iemand bijvoorbeeld ProVo meegemaakt? Dolle Mina, baas in eigen buik, bezetting van het Maagdenhuis? Welke beelden horen daarbij? Welke vormen en kleuren? De ijkpersoon heeft kinderen gekregen in 1973, de kinderen waren puber in 1987. Dat betekent een grote dominantie van invloeden vanuit jongerenmedia rondom die periode. Wat was er in de mode? Welke muziek klonk op de radio? Welke auto’s werden er gereden? Welke kleuren, vormen, geuren en combinaties daar van, wekken associaties op met hun jeugd, met hun pubertijd? Hoort bij de herinnering aan hun studerende periode, een gevoel van strijdvaardigheid? Van feesten? Welke iconen uit die tijd, spreken nu nog net zo hard tot hun verbeelding? Bij de verschillende onderdelen die je hiermee in kaart brengt, kun je nog verder gaan door plaatjes, stofjes en textuurtjes te plakken bij de verschillend onderdelen.

Allemaal tools om een beeld te krijgen van de innerlijke bibliotheken van je bezoekers. Vervolgens moet je dit nog gaan vertalen naar conrete beelden en ervaringen. Wil je een jaren ’80 sfeer overbrengen aan je publiek? Dan moet je wel zorgen dat ze die beeldtaal begrijpen. Over the top? Ook dan de juiste verhoudingen aan “serieuze” stijlelementen van de jaren ’80 en de overtreffende trap daar van, om het overdreven gevoel te kunnen overbrengen.

Onbewuste en subliminale  beïnvloeding.

Ik heb voor een bedrijf ooit een show gemaakt, waarvoor ik een soort groot altaar van de wansmaak had gemaakt. Het ding had kaarsjes, heel veel knipperende lampjes, nepgouden “altaarkast”, een offertafel. Tegelijkertijd fungeerde het altaar als een soort set van een televisieprogramma uit de jaren ’50. De twee hoofdpersonen (soort kosters-echtpaar) waren in het begin heel vroom en nog voor zij op kwamen, was het voor het publiek overduidelijk dat het hier een katholiek hoogaltaar betrof. Er hoefde maar één detail te worden toegevoegd om het een televisieset te laten worden: een héél lullig orgelmuziekje met een soort jingle. Het publiek ging van piëteit in een keer naar joligheid en spot. Kortom, met heel kleine subtiele veranderingen, trigger je een beleving onder het publiek.

Als je dat uit elkaar gaat halen, is het vooral de symmetrie van het geheel: de hoge “altaarkast” en de 2 zijpanelen (zetstukken), met de altaartafel ervoor. Een hoogaltaar dus.

Dit fenomeen heb ik afgekeken van een verschijnsel dat in de literatuur “the theatre of majesty” heet. Dat handelt over de rechtvaardiging van aristocratische macht door uiterlijk vertoon aan het volk. Iets waarvan men zich tot op de dag van vandaag nog bedient. Die rituelen kennen eenzelfde opbouw, eenzelfde scheiding tussen het publiek (horigen) en de adel (artiest), met een geleidende kwaliteit, in de vorm van rechtspraak of in dit geval piëteit. Niet zo vreemd dat men in vroeg tijden, hun rituelen spiegelden aan kerkelijke rituelen.

Een ander voorbeeld. Ik was gastprogrammeur bij het Bossche Klub KOE (Kunsten Ontmoeten Elkaar) en de locatie was een voormalige kerk. Waar ooit het altaar was, was nu een podium met een groot scherm ode achtergrond. Er stonden nog wel banken in de kerk. In de hele ruimte en in de bijgebouwen waren dingen te zien. Toen we de deuren openden en het publiek binnenstroomde, ging men tot mijn stomme verbazing regelrecht naar de kerkbanken en gingen daar zitten. Starend naar waar ooit het altaar was… maar nu het podium, nog zonder acts.  Het duurde even eer men van de banken kwam, de ruimte in. Dat was niet een vantevoren ge-tweakte belevenis… puur psychologie en cultivering.

Tot zover deel 1 over festival-tweaking.

In een volgend blogje, zal ik dieper ingaan op het behandelen van de festivalprogrammering ten opzichte van de dagelijkse routine van de bezoekers.

2 thoughts on “Festival-tweaking, deel 1”

Comments are closed.