Experience design

Jezelf als meetinstrument: Experience Design tov ritme in tijd en ruimte, dl 1

Jezelf als meetinstrument

Experience design t.o.v. Ritme in tijd en ruimte, deel 1

Binnen La Clappeye Acts hou ik mij – waar het experience design aangaat – vooral bezig met het letterlijk bouwen, creëren van ervaringen; Regisseren van belevenissen en belevingen. Ik ga uit van een publiekskant, een creatie-kant en alle processen daar tussenin. Een benadering die ik voor zowel de culturele sector als voor het bedrijfsleven kan inzetten.

Dit is deel 1. Deel 2 valt hier te lezen.

Voor het in kaart brengen van bewegingen op een festivalterrein, de locatie van een event of zelfs een winkelstraat, bestaan velerlei onderzoeksmethoden, modellen en theorieën. Complexe materie waar je niet 1, 2, 3 doorheen komt. Nu is de complexiteit er van niet het grootste probleem. Binnen de meeste organisaties is budget en tijd wel een probleem.

Jijzelf, als programmeur, als winkeleigenaar, als designer, bent in je eentje al een belangrijk en zeer relevant meetinstrument voor het regisseren van belevenissen en het in kaart brengen van ervaringen. In deze blog (deel 1) en in deel 2- die ik later zal plaatsen -enkele methoden om jezelf in te zetten als meetinstrument. Concreet en toepasbaar en zelfstandig uit te werken en te gebruiken.

Het hoofd vrij voor belangrijke zaken

In mijn ervaring is het voor veel organisaties vrij moeilijk hun hoofden “vrij te maken” voor experience design, omdat meteen al de fout wordt gemaakt te denken dat zelfs de kleinste beweging, verregaande gevolgen heeft voor de hele organisatie en alle bedrijfsprocessen. Dat is niet noodzakelijk het geval. Experience design is nl. niet alleen een kwestie van in kaart brengen (en sturen) van het gedrag en beleving van de ánder, maar zeker ook van jezelf! Dit geeft al snel inzichten in het gedrag van bezoekers, van klanten en passanten.

Spiegelen

In een ander blog ( “Belevenis vs. dagelijkse routine” ) schreef ik al over “mimicking”, het spiegelen van de programmering en festivalverloop, aan de dagelijkse bezigheden en gedragingen van de doelgroep. Gedragingen die achter elkaar gezet, een ritme vormen maar niet noodzakelijk een causaal verband kennen. De ene gedraging beïnvloed de andere en er ontstaan subritmes die met elkaar in verbinding staan en weer beïnvloed worden door interne- en externe factoren, waar we maar voor een deel zelf echt invloed op hebben. Die vergelijking valt veel verder door te trekken dan dat.

Wat zijn bijvoorbeeld de beperkingen voor je publiek om naar het festivalterrein te kunnen of willen komen? In de genoemde blog schreef ik over het spiegelen van de gezinssituatie, bezien vanuit de kinderen. Ik omschreef hoe hun beleving van beloningen (toetje, verhaal), zekerheden (papa komt thuis) en routine (etenstijd), binnen de festivalprogrammering werden gespiegeld. Binnen dit voorbeeld was dit mogelijk omdat alle partijen die het mogelijk maakten deze belevingen te produceren, op dezelfde tijd op dezelfde plek waren. Papa en mama waren er, de auto was er, er was parkeerruimte, de kinderwagen was paraat en vrijetijdsbeleving en routine kon samenvallen binnen de festivalprogrammering. Daarnaast vielen cyclische en lineaire ritmes samen. Men ging van A naar B, kon toegeven aan honger en dorst op de locatie, konden de noodzakelijke rust, spanning en ontspanning vinden, op momenten waar dit nodig en recreatief wenselijk was.

Bewegingen starten, bewegingen stoppen

Één van de beperkingen die men kan ervaren om op het festivalterrein of in de winkel te komen, noemt men beperkingen in het koppelen. Alle mensen, materialen en hulpmiddelen moeten op een zeker moment en op een bepaalde plaats kunnen samenkomen (tegelijkertijd), om de geplande activiteit te kunnen uitvoeren. Dit is een geplande actie maar kan natuurlijk ook spontaan ontstaan, waardoor de intentie van de bezoeker een andere lading krijgt dan wanneer het een gepland samengaan van genoemde factoren betreft. In dit laatste geval is er meestal sprake van cyclische ritmes. Aangezien het hier een flinke opsomming van compromissen betreft van alle betrokken partijen, zijn de gevolgen van het opheffen van de beperkingen in het koppelen, aanzienlijk. Het betekent bijvoorbeeld dat de partijen langer op het festivalterrein zullen blijven, wanneer je de koppelingen op alle vlakken met elkaar in harmonie brengt (synchroniseren van verschillende ritmes) en de beperkingen probeert op te heffen.

Concreet kan dat betekenen dat je de vrijheid geeft aan ouders om hun auto gratis te parkeren, dat kinderen en ouders tegelijkertijd kunnen eten en drinken en de programmering erop gericht is om kinderen binnen het gezichtsveld van de rustende (op terras) ouders te houden. Daarnaast zorg je er zo veel mogelijk voor dat de ritmes van het gezin als eenheid, die van een persoon (cyclische ritmes) en functionele ritmes zo veel mogelijk worden bediend door omgeving, tijd en ruimte. In de 21e eeuw is het bijna overal zo, dat onze vrijetijdsbeleving voor een groot deel wordt bepaald door een “commercieel” ritme. Je hoeft niet daadwerkelijk dingen te koop aan te bieden, maar alleen al de momenten waarop een festivalterrein volstroomt met bezoekers, geven al weer dat men zich voegt naar “opgelegde” werk- en rust-ritmes.

Hoe zet je jezelf dan in als meetinstrument?

Observeren van de omgeving, maar “zet jezelf uit”. Dat wil zeggen, beleef de omgeving allereerst op een niet-rationele en organische manier. Dwing jezelf op een ander niveau je omgeving te ervaren. Je hóórt natuurlijk wel geluiden, maar hoe zitten die geluiden in elkaar? Zijn het storende geluiden? Waarom zijn ze dan storend? Waarom ervaar je het ene harde geluid als storend en het andere harde geluid niet? Als je dit in kaart brengt en je legt het langs een tijdlijn, wat valt dan op?

Horen zonder te luisteren

Wat mogelijk zou kunnen opvallen is dat je de harde geluiden ‘s morgens als vervelender ervaart dan dezelfde geluiden in de namiddag. Toch waren er evenveel mensen op het terrein. Kan het zijn dat de intentie van de mensen op het terrein ‘s morgens er een was van zo snel mogelijk van A naar B gaan? En die in de avond er een van recreëren? Filter alle niet-storende geluiden uit je schema en leg die weer langs een tijdlijn. De opeenvolging van momenten, vormen een ritme. Onthoud dat die ritmes geen causaal verhaal vertellen. Dat het een volstrekt onlogische brei lijkt, is niet van belang!

Tot zover deel 1.

In deel 2 onder meer: observatieschema, schrijven en beschrijven in de tijd, beleven zonder deelnemen.

Gerelateerde blog: Festival-Tweaking deel 2: De belevenis vs de dagelijkse routing

image image

[fblike]

2 thoughts on “Jezelf als meetinstrument: Experience Design tov ritme in tijd en ruimte, dl 1”

Comments are closed.