Jezelf als meetinstrument: Experience design t.o.v. Ritme in tijd en ruimte, deel 2

Jezelf als meetinstrument

Experience design t.o.v. Ritme in tijd en ruimte, deel 2

Deel 1 is hier te lezen.

Ik schreef al in deel 1 van deze blog dat je als programmeur, als winkeleigenaar, als designer, in je eentje al een belangrijk en zeer relevant meetinstrument bent, voor het regisseren van belevenissen en het in kaart brengen van ervaringen.

Nu in  deel 2 enkele aanknopingspunten om de eerder omschreven gevoelsmatige benadering uit te werken, richting een concreet model, welke vervolgens weer gebruikt kan worden om de omgeving en ritmes daar binnen, in kaart te brengen.

Zien zonder te kijken

Welke overeenkomsten zie je met bijvoorbeeld publieksbeweging over het terrein heen? Valt dit bijvoorbeeld samen met etenstijd? De openstelling van de terrassen? Met het uitgaan van een voorstelling? Of is het gewoon “de spits”? Dat hangt natuurlijk direct samen met het woon-werkverkeer.

Ook de locatie, de ligging en fysieke plaatsing van het terrein zijn heel belangrijke factoren. Zo is het druk op het plein omdat er verschillende kleinere straten op uit komen, men het plein als een centraal gebied beschouwt, de omgeving beter is te overzien door de weidsheid van de locatie of het is in overdrachtelijke zin dé plek waar je hoofd tegen je zegt dat je daar het beste beeld van de stad krijgt, om vervolgens beslissingen te nemen over waar nu heen te gaan.

Beleven zonder deel te nemen

Het is interessant om te weten dat we geneigd zijn ritmes en bewegingen als één geheel te zien. Alsof de beweging van een groep mensen één gezamenlijke oorzaak en een gezamenlijk doel heeft. Dit is niet juist. Het zijn momenten of ogenblikken die je aanschouwt. Ze zijn niet noodzakelijk met elkaar verbonden, maar vormen een ritme door de herhaling die er in zit. Aangezien ons ritme voor een groot deel bepaald wordt door van buitenaf en zelfs van bovenaf opgelegde elementen (werk/rust-tijd, productieprocessen, van A naar B gaan met het doel het werkritme te volgen én die tegelijkertijd ook te dicteren), houden we dit ritme zelf in stand en kunnen er moeilijk op een objectieve manier naar kijken. Zeker niet als we zelf ook deel uitmaken van de ritmes die we proberen te analyseren. Ik schreef al dat je bij een analyse jezelf tijdelijk moet kunnen “uitzetten” en afstand kunnen nemen; er niet zelf aan deelnemen.

Schrijven en beschrijven in de tijd

Bij het analyseren van ritmes (in dit geval auditieve) op het festivalterrein of in het winkelcentrum, kun je opnames maken (ook beeldopnames) en die naderhand analyseren. Het gevaar ontstaat dan echter dat je dingen opvallen die bij ons als mens zijn voorgeprogrammeerd. Weliswaar kun je in muziek ook heel goed een hoofdritme en syncopen onderscheiden, maar het blijft een voorgeprogrameerd geheel. Je weet immers altijd waar de volgende slag in de beat gaat vallen. En zelfs bij een break in het ritme, weet je dat er een versnelling gaat komen en hoe die klinkt. We zijn zelf geen goeie graadmeter als we zelf middenin datzelfde ritme zitten of er aan deelnemen. Interessanter is het, om een dagboekje bij te houden gedurende een week (liefst 2 weken omdat je dan bijvoorbeeld 2 weekenden hebt om te vergelijken), en op verschillende tijden op te schrijven wat je opvalt. Begin met vrije tekst: letterlijk alles noteren wat je opvalt aan geluiden, aan publieksbeweging, aan lichtval etc. Vervolgens ga je volgens een gestructureerd onderzoeksmodel (bijvoorbeeld het observatieschema van Bailey), invullen wat je waarneemt. Ikzelf adviseer daarnaast om van bovengenoemde tijdsschema’s/tijdbalken gebruik te maken. Dit maakt het voor jezelf een stuk inzichtelijker en minder technisch. Het doel is vooral om het voor je zelf inzichtelijker te maken en te leren kijken en luisteren naar de materie op een manier die je niet gewend bent, niet om er een academische verhandeling over te hoeven schrijven.

 Observatieschema als kapstokje voor verdere uitwerking

Dit is het moment om de audio-opnames er bij te pakken. Het is dan geen objectieve waarneming meer, maar dat op zichzelf niet erg. Je kunt nu de resultaten op verschillende manieren gaan uitbouwen, zonder dat je je al te druk hoeft te maken over de subjectiviteit. De onderzoeksresultaten kunnen prima dienen als basis voor verdere mapping van de omgevingsfactoren. Welke kleuren hoorden bij een onderzoeksmoment? Welke stoffen? Hoe praatten de mensen met elkaar? Welke soort woorden gebruikten ze? Waren die locatiespecifiek (achter dat raam, bij die rode kraam, naast de toiletten) of gingen ze over een groter gebied, zoals “we gaan naar de Markt” of “we hebben geparkeerd bij xxx” ? Om het jezelf makkelijker te maken, kun je de onderzoeksresultaten naast “zware ritmes” leggen, zoals bijvoorbeeld openingstijden, de spits, ontbijt-lunch-diner etc. Speel zo veel mogelijk met de sub-ritmes en polyritmiek.

Namen om te onthouden: Levebvre, Kärrholm, Bailey, F. Wunderlich, Kevin Lynch,

Termen om te onthouden: La Clappeye Acts, experience design, festival-tweaking, observatieschema, urban rhythms, sociale geografie, metaphorical territories, mental/spacial mapping.

 Gerelateerde blog: Jezelf als meetinstrument: Experience design tov ritme in tijd en ruimte, deel 1

Gerelateerde blog: Fesrtival-Tweaking deel 2: de belevenis vs. de dagelijkse routine

[fblike]

3 thoughts on “Jezelf als meetinstrument: Experience design t.o.v. Ritme in tijd en ruimte, deel 2”

  1. Goede blog Renk! De suggesties om mbv het observatieschema van Bailey en tijdsschema’s/tijdbalken inzichtelijk te maken welke ritmes een beleving karakteriseren – en waar het spaak loopt – zijn zowel praktisch uitvoerbaar, als leuk om te doen.

    En niet te vergeten – je bent heel gericht met al je zintuigen bezig om de beleving in kaart te brengen. Door de beleving vervolgens voor zoveel mogelijk zintuigen in harmonie te brengen kan je de ervaring steeds verder verfijnen en maak je hem emotioneel aansprekender. Met als gevolg dat hij als positief onthouden wordt. Klasse.

    1. Dank je, Gerdien 🙂 Ja, je zou zelfs zo ver kunnen gaan dat je overheersende ritmes, op gezette tijden, transponeert naar beïnvloedbare ritmes in winkels, zoals de soort muziek (versneld, vertragend).. Snel bij run-shopping, langzaam bij fun-shopping. Het mooie van deze techniek is dat men het kan uitbreiden met mensen uit de eigen omgeving: de bovenburen, ernaast, collega’s, werknemers etc. etc.

Comments are closed.