foto

Deel 1: De live concertervaring verrijken: holistische benadering

 

In deze serie van 3 blogs, verschillende benaderingen voor het versterken van de live concert-ervaring, vanuit verschillende perspectieven. De blogs zijn afzonderlijk van elkaar te begrijpen, maar vormen wel één geheel, dus het verdient de aanbeveling ze in chronologische volgorde te lezen.

Deel 1: De live concertervaring verrijken: holistische benadering & liveness

Deel 2: Tacit knowledge: de zaal en stedelijke context

Deel 3: Live-ervaring versterken vanuit de artiest

 

Lees vooral alle 3 de delen, aangezien het verschijnsel tacid knowledge door alle 3 de blogs zit verweven. Onderaan deel 1 zit ook een lijst met bronnen, waaruit ik voor deze serie blogs heb geput. 

 

De live-concert ervaring voor publiek ter plaatse: hoe verrijk en verbreed je de ervaring?

Een concert als geïsoleerde ervaring? De NS hebben er heeeel erg lang over gedaan, maar hebben eindelijk in de smiezen dat de reiservaring van de reiziger, niet alleen bestaat uit het station binnen komen, instappen en overstappen, maar dat dit slechts een onderdeel is van de totale reis, die al start vér voordat hij überhaupt zijn huis verlaat. Nieuwe stationsconcepten, privatisering en samenwerken met bedrijfsleven, dwingen de ns er toe, eindelijk eens te gaan kijken naar multimodaal en intramodaal transport, en de bijbehorende reiservaring. Fietsen is niet leuk, de auto is vervuilend. Jazeker, de trein nemen: dat is zeker weten de mooiste ervaring. Daar horen strategische belevingsconcepten bij, die voor zo’n bedrijf behoorlijk kostbaar zijn.

Wat heeft dat nu met concerten te maken? Net zo als de NS begrijpt dat het zijn systeem van rails kan gebruiken om specifiek hun deel van de reis (met de trein dus) tot de leukste en meest memorabele beleving te maken, kan een concertpodium of theater, gebruik maken van de rails in al onze hoofden, om te komen tot memorabele belevingen, die tot lang na het concert bij ons blijven. Daar moet een zaal met beleid, inzicht een vooruitzicht aan beginnen. Maar het goeie nieuws is: Ook met relatief eenvoudige ingrepen, hoeft dat helemaal niet zo duur te zijn!

Wel moeten belevingen zorgvuldig worden geregisseerd!

” (…) considered a live music performance when the music is performed by an artist (or artists) for an audience at a publicly accessible place. The live music experience on the other hand not only constitutes the band’s performance but also the time surrounding this performance. Thus different factors like e.g. the setting in which the band is performing also have an effect on the overall live music experience (…) ” – S. Kold

 

Allereerst verandert de samenleving in een hoog tempo. Dus ook je publiek. Omdat wij kunst maken, zitten we heel dicht op processen die ons als mens binden, sturen en leiden. Rituelen sturen en maken ons, maar we zoeken er ook veiligheid in, we willen er in schuilen. Dat kan op den duur tegen ons werken, daar we niet altijd direct in de gaten hebben, welke van de twee voornoemde functies, we eigenlijk aan het bedienen zijn. Voorzien we in de behoefte een raamwerk van nieuwe en bestaande rituelen te bieden? Of zitten we juist aan het allerlaatste puntje richting heel andere processen? The thin end of the wedge? In beide gevallen zitten we er middenin, naast de bezoeker.

Een concertbeleving is geen geïsoleerd moment. Je kunt er arrangementen omheen verzinnen, maar die hebben niet altijd een langlopende bestaanscurve, en worden meestal naar kortlopende marketingwaarden beoordeeld. Beter nog dan in kaart brengen wat de ervaring van de bezoeker ter plaatse is of zelfs experiencemapping van de reis vanuit huis naar zaal, zou je je eens moeten verdiepen in het ritme van je bezoeker: welke handelingen zijn routinematig, welke handelingen zijn ritueel? Zijn de routinematige handelingen wellicht tot onderdeel van een door de zaal gecreëerde beleving om te vormen? Althans, zodanig dat het publiek het associeert met de door de zaal beoogde live-beleving? In deze blog een abstractere manier van kijken dan je misschien gewend bent te doen.

In plaats van een plaats te zijn waar artiesten optreden, moeten zalen veel meer gericht zijn op het verrijken van ervaringen en belevenissen. Dit is niet een geïsoleerde marketingcampagne, maar een strategisch startpunt. Veel zalen willen wel, maar weten niet hoe ze dat moeten aanpakken, zijn bang bestaand publiek te verliezen of kunnen niet goed zien hoe het hen op den duur voordeel kan opleveren. Meer richten op verrijken van belevenissen kan ook betekenen dat je op concepten uit komt waarin het live concert maar een relatief klein onderdeel vormt van het geheel. Door de crisis gaan mensen minder vaak naar een concert, maar wat als je de contouren van de concertervaring nu zou kunnen buigen naar concepten die meer gaan over lifestyle, entertainment en uit gaan? Grote kans dat je concepten ziet ontstaan die werken, die betaalbaar zijn, en waarmee je je publiek niet vervreemd maar juist aan je kunt binden.

Een holistische benadering

Een bezoek aan de concertzaal of theater, is niet een geïsoleerde gebeurtenis in het leven van de bezoeker. Je moet het bezoek zien als een serie van ogenschijnlijk intergerelateerde momenten, die middenin het leven en belevingswereld van de bezoeker staan. Inclusief de busreis naar de zaal, de stad waarin hij zich beweegt, het ritme waarin hij zich beweegt en de motivators daartoe. Ze komen aan met voorkennis, een netwerk, met bepaalde drijvende kenmerken, as individu, als man of vrouw, als lid van een zekere sociale klasse en inkomensgroep. Heeft hij vroeger muziekles gehad, bijvoorbeeld? Dat kan al duiden op een bepaald persoonstype, waarvan de kenmerken zich verder uitstrekken dan alleen dat geïsoleerde gegeven. Door middenin de beleving van de bezoeker te gaan staan, kun je toekomstig gedrag voorspellen. Niet enkel de beleving terplekke, ook die door de tijd heen, via de kanalen, die hen sturen, en die door hen zelf gevormd werden. Zichtbaar en onzichtbaar, bewust en onbewust.

Sören Køld; The power of live; 2012:

” Browsing for potential concert experiences and buying a concert ticket induces the consumer to both anticipate and look forward to the concert, to experience the sensations of being at the concert, and finally to enjoy the memory of having attended the concert. “

Op vrijdag gaat men na het eten uit of zoekt een arrangement op: keuze voor arrangement kan gebaseerd zijn op het totaalplaatje van het arrangement zelf, maar ook een keuze van praktische aard zijn: meteen vanuit het werk Door naar de concert/theaterzaal. Een holistische benadering van experience design, geeft inzicht in alle aspecten die de bezoeker binden aan zijn omgeving, waar de zaal- “toevallig” -ook deel van uit maakt.

De handelingen die nodig zijn om bij een concert aanwezig te zijn, en direct gelieerd aan de verwachting van wat het concert bij de bezoeker teweeg brengt aan belevingen, kun je direct koppelen aan de concertbeleving zelf!

Bijvoorbeeld het zoéken naar een concert en het bestelproces van het ticket. Zelfs in een wereld die zich virtueel en online afspeelt en waarin mensen steeds minder eenzelfde activiteit verrichten op hetzelfde moment (bijvoorbeeld samen televisie kijken, zijn de fysieke handelingen die we verrichten om bijvoorbeeld ons te oriënteren op de week, het weekend, vergelijken van vrije tijd en werktijd, gebonden aan heel aardse en fysieke kenmerken, in de tijd, locatie en fysieke plaatsing van de potentiële bezoeker.

Ik noem hieronder niet alle methoden en modellen bij naam en functie, maar doe enkele aanbevelingen, die de live concert-ervaring kunnen versterken en vormgeven.

– Zoeken naar mogelijke concertervaringen door bezoekers, is al een deel van het uitgaansritueel
– Kaartje kopen: Mag online besteld worden. Wel een korte route laten doorlopen bij het bestelproces, waarmee je het vooruitzicht op de live-ervaring van het concert al voor een deel beloont; Je voorziet daarnaast al in enkele contactpunten met de zaal, die je kunt vormgeven;
– Het fysieke toeganskaartje (dik papier): Fysieke artefacten, als verlenging van de live-ervaring van het concert;
– T-shirts, caps, kaart van de omgeving, transport regelen voor/na het concert (maar pas op, dit kan het geheel een te massaal uiterlijk geven, als je het als dienst isoleert);
– Arrangementen: Doe dat alleen als het ook past bij de pacing, toon en het ritme van zowel doelgroep, concertsoort, leeftijd en e kanalen die je gebruikt. Zo kan een eet-arrngement goed werken bij een klassiek concert voor 50-plussers (” passief” publiek, hoge graad van immersie, esthetiekis belangrijk) maar juist niet bij een jonger publiek, die maken liever zelf die keuze, maar stellen tips voor goedkoop eten en drinken, wel op prijs;

 Het eigenlijke bestellen aan de kassa en de functie van het wachten: Moeten wachten in de rij, is niet altijd erg. Het helpt de zaal het moment van de dienstverlening wat te verlengen, service zichtbaar te maken. Voor het publiek is het interessant omdat ze hun mede-publieksleden kunnen zien, zich kunnen vereenzelvigen met de doelgroep, en hoe die zich tot henzelf verhoud. Bij elkaar in eenzelfde ruimte, geeft een gevoel van gezamenlijkheid, die de live-ervaring aanzienlijk ten goede komt. Hou er echter wel rekening mee dat ervaringen uit het verleden, bepalend zijn voor het referentiepunt van tijd-perceptie, bij de bezoeker. Het vervelende gevoel van moeten wachten, begint al bij het zien van een rij. Er zijn manieren om het vervelende gevoel van moeten wachten, wat te verlagen. De wachttijd heeft nl invloed op de manier waarop de bezoeker, naderhand de concertervaring evalueert.

” (..) The memorability of the concert experience, is also part of the social experience (…) ” – The Power of Live, S. Kold; 2012.

Een onderzochte methode, is het ophangen van infoborden, met de nog overblijvende wachttijd. Dat werkt positief op de klant, maar is voor concertzalen en theaters niet een goede methode. Ik zelf zou juist aanraden, om het gevoel van ” ruimte waarin je moet wachten” te verkleinen, door de functie van de foyer te veranderen. Geen wachtruimte meer, maar een ” being space, een plek waar je- naast werk en thuis -een derde ruimte hebt, waarin je thuis bent. Je kent kwaliteiten toe aan de ruimte, die de functie van de ruimte veranderen, en daarmee de beleving er van.

Veel stoelen neerzetten, bediening aan tafel. Een ander dissonerend ritme door de ruimte laten gaan, is een goed idee. Bijvoorbeeld mensen die uit de zaal komen, meteen naar de foyer leiden. Dat versterkt de anticipatie van de bezoeker, de voorgestelde beleving, en de emotional contagion werkt niet alleen via gezichtsuitdrukkingen,maar ok lichaamstaal en de “taal” die de groep als geheel uitstraalt, de symbolische interactie tussen de ledeen, forceert een cultuur. De belangrijkste motivator voor menselijke interactie, is reciprociteit. Of een singer songwriter als voorprogramma in de foyer. Zo’n ervaring creeert een gezamenlijkheid, die niet bij het gevoel van wachten hoort.
 Het wachten bij de bar zo veelmogelijk beperken; Vooral bij een min of meer klassiek publiek, is dit een grote bron van ergernis.

Liveness simuleren

Liveness (Bourdieu, Auslander/Ytreberg) wil ik hier graag apart behandelen. Met liveness wordt namelijk vaker de televisionele manier van live-gevoel creeeren bedoeld, als methode om bij de kijker het gevoel van live op te wekken. Heel grof gezegd zijn er 2 soorten van televisie maken: door televisiemakers zelf bedacht en gemaakt, en programma’s die door externe factoren worden aangboden aan mediamakers, in de vorm van events die zo groot zijn, dat de makers alleen maar kunnen registreren wat er aan het gebeuren is, en hebben er zelf geen invloed op. Deze media-events hebben kenmerken, die een grote invloed uitoefenen op het kijgedrag van de kijker, en van sociale interactie. Ze hebben een sterke rituele en ritualiserende functie, veel mensen kijken op hetzelfde moment naar hetzelfde programma, gaan met groepjes bij elkaar zitten, praten over hezelfde en ze vertonen, eigenschappen in taal, symbolen en bewegingen (emergent qualities (Sawyer) die een grote invloed kunnen hebben op publieke opinie. Televisiemakers passen hun formats daar op aan. Daar waar nieuwsprogramma’s maar 2 soorten vertelstijlen hebben, die je kunt samenvatten als de expert-view en narrative view (ook verschil in status), gebruiken televisiemakers een set van technieken en zeer geraffineerde methoden, om de kijker het gevoel te geven dat ze naar een media-event zitten te kijken. Ze gebruiken dus kenmerken van het nieuwsformat, om een live-gevoel te creeren bij de kijker. Zo gebruiken veel quizzen, 2 verschillende stemmen (acousmatic, personalised) om bijvoorbeeld een specialist naast de presentator een hogere status te geven, een notaris met een acousmatic voice. Het gaat zelfs vo ver, dat populair nieuws, in de continuiteit, heel subtiel net voor schakelen naar een interviewer op locatie, een acousmatische stem over het beeld heen zetten, om de” ernst” van de komende beelden aan te zetten.

Dit fenomeen is voor de podiumsector van groot belang, daar de artiest-publiek-interactie en motivaties voor publiek om naar het live concert te gaan, snel veranderen, maar de vorm van het optreden, in grote lijnen dezelfde structuur heeft, met een cultureel-bepaalde verwachte interactie. Een die het publiek wel anticipeert- maar dat is het actieve publiek. Die acceptatie is juist de kern van de ” afspraak” die ze met de creatieve wereld van de artiest hebben gemaakt, en ook met mede-publieksleden, ter plaatse.

Maar intussen dendert de wereld gewoon door. En ook de mediaconsumptie verandert. De kenmerken van de televisuele werkelijkheid, kunnen met enige aanpassingen, heel goed ook in de concertzalen worden toegepast. Repetitie, bijvoorbeeld, is een kenmerkend verschijnsel van deze tijd. Het impliceert bijvoorbeeld dat er genoeg van alles op verschillende tijden aanwezig is, en anders wel weer een keer terug komt. De mogelijkheden om iets unieks te zien slinken niet alleen, ook de wens en behoefte daartoe, verandert van vorm. Het stuurt ook ons gedrag. Zo kunnen we, met de televisie op de achtergrond aan, zonder dat we zelf aan het kijken zijn, heel makkelijk bepalen hoe laat het precies is. Op tv gebruikt men promo’s en teasers, sequenties, die met elkaar een taal vormen die men verstaat. In het theater is dat ook te gebruiken, door bijvoorbeeld bij sluitingstijd hetzelfde liedje te spelen, door midden op de avond een happy hour te houden.

“Jane Feuer (1983) has argued that an ‘ideology of liveness’ exists to naturalize a number of conventions for making events seem to unfold in an immediate ‘now’. “

Enkele aanbevelingen voor simuleren van liveness:

  • Remediation van bestaande formats naar het podium
  • Schermen ophangen in de foyer, met live beelden vanuit de zaal
  • Bezoekers van buiten de stad, koppelen (pairing) aan lokale, vaste bezoekers. In het geval van live concerten, blijkt uit onderzoek dat bij publiek-publiek-interactie en daarmee publiek-artiest-interactie, de lokale bezoeker zeer bepalend is voor hoe het publiek zich als groep gedraagt, De factor afstand bepaalt in hoge mate, hoe de lokalen en buitenstaanders zich gedragen. De lokalen hebben immers meer gemeen (emergent qualities), waardoor ze op een andere manier met elkaar communiceren.
  • Live videoregistraties met camera’s in het zicht van publiek;
  • Scripts (theater) aanpassen met heel actuele onderwerpen / uit het nieuws van die dag,
  • Op schermen in de foyer of bij de kassa, een ranking-systeem laten meedraaien, waarop live de beoordeling van net vertrekkend publiek is te zien
  • Scripten van social settings: Op het toneel, mise en scene met huiskamer, eetscene etc.Gebruik van aankleding en attributen van grote warenhuizen;
  • ” Re-enacting implied relationships” Personages in toneelstuk, gevormd naar personae uit het publiek van de zaal;
  • Televisioneel gezette changementen; filmische overgangen
  • Op toneel: het toneelstuk meer de contouren van een sociale interactie geven, die een duidelijke ” emergent quality” heeft, waar het publiek zich in kan herkennen. Een emergent quality is gevormd door de symbolische interactie van de groep. In geimproviseerd theater bijvoorbeeld, is juist de essentie van de voorstelling om via de performance een ” emergent” te creeeren en niet een product af te leveren. Echter, kan het zo zijn dat het publiek (vaak jongeren), niet receptief is voor de gecreeerde symbolische taal.

Visualiseren, mapping, in kaart brengen

Het in kaart brengen van belevingen is een proces dat op meerdere manieren ingezet kan worden. Als meetinstrument, als visualisatietool, als ideeëngenerator en als simulator. Dat kan op macroniveau (bv crowdcontrol), mesoniveau (looplijnen in een winkelstraat of station) of microniveau (bv de interactie personeel en klant of interactie mens en fysieke omgeving of product; interactie mens en bronmaterialen als stof, ijzer etc.).

Met het meten van de verkoop aan kaartjes, ben je er in ieder geval nog niet.

Inzichten verkrijgen die bepalend zijn voor de beleving van een dienst, product of omgeving. De mens is een individu, maar als je uitzoomt en je kijkt naar hoe bv voetgangers zich bewegen en gedragen, zie je dat er maar heel weinig voor nodig is, om ons helemaal van slag te krijgen. Dat is ook het geval als je inzoomt naar winkelpubliek. De beslissing om wel of niet de bedachte routing te volgen, of een rij met schappen te passeren, wordt voor een belangrijk deel bepaald door processen waarvoor nog maar weinig aandacht bestaat op micro-niveau. Bijvoorbeeld de placering van spiegels, de kleding van het personeel, verlichting of zelfs dichtheid van de ruimte (Spatial density) of aantal personeelsleden, bepaalt of en hoe we ons door die ruimte bewegen. Op het gebied van visualiseren van big data, zijn er echter heel veel mogelijkheden, die verrassende inzichten brengen. Wat gebeurt er bijvoorbeeld als je fysieke delen van de straat, interactief maakt en van het publiek een reactie verlangt, in de vorm van bediening of aanraking? Het resultaat is verbluffend: Wij als voetgangers raken er helemaal van van slag!

Ook applaudisseren kan in kaart worden gebracht. Al lang ziet men verbanden met spraakpatronen. Zo blijkt een klein aantal rhetorische sets, geassocieerd te zijn met meer dan tweederde van (Atkinson) het applaus bij politeke speeches. Mensen die verlegen van nature zijn, zullen later beginnen met applaudiseren, dan mensen die minder verlegen zijn. Mensen met een groot ego hebben een kleinere personal space. Introverte mensen, staan verder van elkaar, dan extraverte persoonlijkheden. Wat betekent dat voor het applaus? Ik durf me er vanuit hier even niet aan te wagen.

Een inspirerende afspraak plannen, naar aanleiding van deze blog? Mail me gerust voor een ontmoeting. acts@la-clappeye.nl

Ik noem tenslotte een paar voorbeelden van bestaande toepassingen en methoden, om verschillende delen van de belevingswereld in kaart te brengen:

– Crowd control, crowd management, big data tools, urbanisme:

 

Experience mapping: In kaart brengen van de preciese, exacte ervaring van de bezoeker, met alle door de zaal geplotte contactpunten, inclusief de abstracte delen van de belevingswereld: servicegehalte, lichtval, hitte van de koffie bij de bar, de service-architectuur van de organisatie;

CmapTools; Gratis conceptmap software

 

– Softmaps en cognitive mappping:

– Spatial en experiential analysis-tools: Hoe verhoud de bezoeker zich tot de fysieke aspecten van het gebouw? Genoeg licht? Hoe verloopt de wayfinding? Kan de bezoeker zich gemakkelijk orienteren? Via licht, via de ramen, via zijn geheugen, via verwachtingen die hij ergens in zijn hoofd heeft (cognitive wayfinding); Crowdmanagement software, crowd simulators;

 

– Narratieve en fuzzy methoden: Dagboekresearch, gestructureerde interviews, veldopnamen;

 

Enkele interessante sites en methoden:

BRONNEN

  • Allen, Robert Clyde, and Annette Hill. The Television Studies Reader. London: Routledge, 2004.
  • Auslander, Philip. Liveness: Performance in a Mediatized Culture. London: Routledge, 2011
  • Avery, Robert K. Public Service Broadcasting in a Multichannel Environment: The History and Survival of an Ideal. New York: Longman, 1993.
  • Barker M; 2003 – “Crash, theatre audiences, and the idea of liveness.”
  • Baumard, Philippe. Tacit Knowledge in Organizations. London: Sage Publications, 1999.
  • Bilda, Zafer – “Designing for audience engagement”
  • Bourdon, Jérôme, and Cécile Méadel. Television Audiences across the World: Deconstructing the Ratings Machine.
  • Carpentier N; 2001 – “Managing audience participation: the construction of participation in an audience discussion programme.”
  • Conermann, Stephan – News and Rumor – local sources of knowledge about the world ;
  • Craane M. 2013 – A lived hermetic of people and place: phenomenology and space syntax;
  • Csikszentmihalyi, Mihaly. Flow: The Psychology of Happiness. London: Rider, 1992.
  • Dormans, Stefan Elisabeth Martinus. Narrating the City: Urban Tales from Tilburg and Almere. S.l.: S.n., 2008.
  • Duke, A. C., Judith Pollmann, and Andrew Spicer. Public Opinion and Changing Identities in the Early Modern Netherlands: Essays in Honour of Alastair Duke. Leiden: Brill, 2007.
  • Frith, Simon; 1996 – “Music and Identity.”
  • Hanus, Jord – Mapping Sixteenth-Century ‘s-Hertogenbosch : Towards a Spatial Analysis of Urban Social Structures; University of Antwerp; Centre for Urban History; Fellowship of the Research Foundation – Flanders (FWO-Vlaanderen)
  • Hanus, Jord. Affluence and Inequality in the Low Countries: The City of ‘s-Hertogenbosch in the Long Sixteenth Century, 1500-1650. Antwerpen: S.n., 2007.
  • Hook, Jonathan David; 2013 – “Interaction Design for Live Performance”
  • Hull B.; 1993 – Place identity: symbols of self in the urban fabric
  • Kold, Søren – The Power of Live A Rough Guide to the Concert Experience;
  • LaTulipe ea. 2011; – “Love, hate, arousal and engagement: exploring audience responses to performing arts”.
  • Oyen van, Renk -2014 – Reizen in je hoofd: De smaak van cirkels, de vorm van zuur; essay.
  • Platz F. & Kopiez R; 2013. “When the first impression counts: Music performers, audience and evaluation of stage entrance behaviour – Performers impression-management with regard to the audiences impression-formation”.
  • Robinson, Mark – Understanding Crowd Behaviours Volume 1 – Practical Guidance and Lessons
  • Robinson, Mark – Understanding Crowd Behaviours Volume 2 – Supporting theory and evidence
  • Rose, Alice. The Storyteller’s Journey. Carpinteria, CA: Pacifica Graduate Institute, 2001.
  • Sternberg, Robert J., and Joseph Horvath A. Tacit Knowledge in Professional Practice: Researcher and Practitioner Perspectives. Mahwah, NJ: L. Erlbaum, 1999.
  • Stoop, A.; 2013 – ” De live-stream van het Concertgebouw.”
  • Ytreberg – “Working notions of active audiences”
  • Ytreberg; 2004 – “Formatting participation within broadcast media production”
  • Ytreberg; 2005 -“Scripts and mediated communication”
  • Ytreberg: – “Extended liveness and eventfulness in multi-platform reality formats”
  • Ytreberg: – “Premeditations of performance in recent live television: a scripting approach to media production studies”