blauwe kamer

XD KORT: Ruimtes en het alledaagse ding, deel 2

Ruimtes en het alledaagse ding, deel 2

Het alledaagse: Huishoudens, kamers en spullen

Experience design strekt zich uit over vele disciplines. Bij ervaringen denken we al snel aan gebeurtenissen en objecten. De relatie tussen mens en object, mens en materiaal, mens en vorm en omgeving, is fascinerend. Het is op geen enkele manier een volledig overzicht, maar enkele relaties en designoverwegingen verdeel ik over 2 korte blogs.

Deel 1 is hier te lezen

Muurtje schilderen: Ze laten meer zien dan de kleur van de verf

Als de keuken verbouwd moet worden of de huiskamer, heeft dit best grote gevolgen voor de manier waarop men na de verbouwing met elkaar samenleeft.

Veel mannen besteden het doe het zelven liever uit. Een van de verklaringen is dat conventie en biologie voorschrijven, dat de man voor hen als man “acceptabel” gedrag moet vertonen, wat de gelijkwaardige relatie tussen de man en vrouw kan doen kantelen of zelfs ontwrichten. Het is natuurlijk niet alleen een kwestie van zwaar werk aan kunnen. Door gebruik van de gereedschappen, configureert (in dit geval) de man, de huiskamer en enkele belangrijke boodschap-medierende objecten daarin. Een muurtje, de bank, de grote zware objecten et cetera. In dat geval is de man de inrichter van de ruimte die de interactie gaat reproduceren. Bovendien is de aanschaf van gereedschappen een klein risico. We zijn doorgaans huiverig voor het aanschaffen van apparaten of spullen die we eigenlijk niet gebruiken. Het geeft ons het idee dat we ergens in gefaald hebben. In het geval van gereedschap, zijn dit onderdelen die voor een heel specifiek doel worden gebruikt- dus niet vaak -en het gebruik er van vergt specifieke vaardigheden. Sommige sociologen zien dit als een verklaring van de populariteit van ” het mannetje”  die komt schilderen, en tevens als verklaring waarom vooral mannen zo vaak commentaar hebben op het geleverder werk.

Design van alledaagse objecten

Een product heel precies kunnen gebruiken en toch niet goed weten wat je nu precies doet met welke organen van het ding. Heel snel en precies kunnen typen of een telefoonnummer intoetsen op je mobiel, en toch niet de toetsen uit je hoofd in de goede volgorde kunnen zetten. De handeling heel precies uitvoeren en toch niet precies weten. Dat kan omdat niet alle kennis voor het gebruik van het ding, in je hoofd zit. Een groot deel daar van zit al in de wereld zelf en een deel zit in de begrenzingen van die wereld. Je gedrag is bepaald door combineren van informatie in je hoofd en informatie in de wereld. Zo kan de samenstelling van het materiaal van het object al een aanwijzing voor gebruik zijn (design-affordance), waar je niet bij hoeft na te denken. Je slaat goed hard op een trommel omdat je weet dat het juist de bedoeling is hard te slaan, wil e er een hard geluid uit krijgen, de keyboard van je computer is wel gemaakt van plastic maar er zit ook gevoelige apparatuur onder, dus erg hard kun je er niet op slaan. Echter kan het ook zijn dat het klikgeluid van je toetsen een bepaalde stevigheid vertegenwoordigd.

De mens, gemaakt door de technologie die hij maakt

Technologie is niet alleen een instrument, gebruikt door mensen. Technologie construeert de mens, hun lichaam en hun identiteit.

Spullen, dingen, objecten, Ze geven- naast het object zelf -niet alleen een relatie of betekenis weer, vertegenwoordigd door de fuctie van het object zelf. Ook het basismateriaal, het design, kleuren, tactiele eigenschappen- de materiele eigenschappen van de materiele cultuur, hebben betekenis in ons handelen in het dagelijks leven. Objecten worden vaak gezien als sporen van sociale relaties en van macro-sociale trend. Een huishouden is efficienter gaan handelen, door de hoeveelheid moderne (keuken)apparaten die er zijn bij gekomen. Objecten vormen hun gebruikers. Objecten zelf, blijven stabiel van vorm, maar de betekenisen emotionele attributie  van het gebruik is vloeiend en blijft dat ook.
In alledaagse situaties, is het gedrag bepaald door de combinatie van interne of geinterneerde kennis en externe informatie en begrenzingen. Dat pikken we heel snel op. Zo zal een typiste sneller leren typen wanneer ze/hij niet naar het toetsenbord kijkt bij het typen maar naar het scherm. De meeste kennis die je daar voor nodig hebt, zit al in de wereld. Mensen zoeken die combinatie ook actief op. Niet alleen door verplaatsing, maar ook door de ontwerpen die we als mens maken en gebruiken, door de materialen die we om ons heen hebben.

Als we aan de toekomst denken, en denken over hoe technologie en energie er in de toekomst zal uitzien, zijn we geneigd te denken over heel complexe, bijna ondenkbare toepassingen. Op de vraag: hoe zou het er dan uit zien, zal men snel antwoorden met superlatieven van glans, strak, vlak en handzaam.

Wat men soms mist, is het besef dat datgene wat ons met de toekomst en het verleden verbindt, in het alledaagse leven: Het alledaagse leven! Daarin speelt de mens natuurlijk een centrale rol. Met alle beperkingen die daar bij horen. De mens is gewend producten te gebruiken, niet alleen om de toepassing zelf of het vernuft of gebruiksgemak er van, maar het is een voorwerp of product dat op vele manieren onze dagelijkse bezigheden met elkaar verbindt en in elkaar doet over lopen.

Een veel voorkomend verschijnsel is dat designers, productontwikkelaars, R&D en researchers, producten vaak zien als iets voor individueel gebruik en niet voor massaal gebruik. Op individueel gebruik, is het design van de meeste producten dan ook gebaseerd. In onderzoek naar koopgedrag, gaat men vaak uit van een direct en rationeel raamwerk van individueel vraag en aanbod, terwijl grote groepen in het designdenken worden gezien als sociaal dom en normen en regels volgzaam volgen. Analyse gebaseerd op de praktijk van het alledaagse, plaatst belangrijke richtpunten op de organisatie van de praktijk en de momenten waarop die samen komen met consumptie.

robot Wireframe

Designen voor de toekomst: nog user-centric?

Ook voor het design van de toekomst, is het belangrijk dat designers en futuristen zich ook bezighouden met de redenen waarom mensen objecten en bronnen gebruiken en hoe deze behoeften noden tot stand komen, binnen de context van het alledaagse leven, als baden, douchen, eten en drinken, koken en de was doen. Een uitdaging voor ons en voor futuristen, is bedenken hoe we in de toekomst objecten ontwerpen die buiten ons lichaam en eigen geest geplaatst zijn. Niet omdat ze vergezocht zijn, maar omdat we 10 vingers en 2 voeten hebben, een fiets uitvinden voor iemand met 5 voeten, is zo ver van ons bed, dat zal niet in ons opkomen. Bovendien- heet het dan nog wel een fiets? Of heet je dan nog wel mens? Echter, alvast nadenken over hoe je een kinderwagen veilig genoeg kunt maken, zodat je zorgrobot er zonder kleerscheuren mee over straat kan… Dat is niet zo ver weg!

Consumptie is iets anders dan het leven zelf. In het geval van stroom, gas en water bijvoorbeeld, is het verbruik er van niet een alledaagse praktijk, maar eerder een moment in de alledaagse praktijk.  Ze consumeren dus energie, zodat ze de dagelijkse handelingen kunnen uitoefenen, die het alledaagse leven mogelijk maken. Het is typisch een voorbeeld van het alledaagse, zo alledaags dat ze naar de achtergrond verdwijnen. Onopvallende consumptie. Te vergelijken met wandelen n de stad van A naar B, zonder de tussenliggende periode en afstand als deel van de activiteit te zien.

Scheiding.

Het moderne woon- en gezinsleven is een scheiding van de wereld van productie en die van consumptie. Dat betekent dat objecten en producten niet meer de physieke aanwijzingen voor gebruik, in vorm hebben en tevens geen aanwijzingen voor sociale context van de productie. Dat gebrek is voor de industrie handig maar ook voor marketing en branding, omdat het een gigantische leegte achterlaat, in het gebruik van het product, die kan worden opgevuld met betekenis via de producenten. Met andere woorden: de diepgewortelde patronen van eten en drinken met de daarbij behorende sociale interactie die- laten we wel zijn -ook zonder grote producenten plaatsheeft -worden opgevuld met nieuwe varianten van wat we al gewend waren te doen, maar door voorschrijden van de tijd, zijn vergeten te articuleren. (Maycroft)

Het is temeer onopvallend, juist omdat de meeste consumptie plaatsvindt achter de gesloten deuren van het huishouden. Daarbij gebruikt de mens bij voorkeur het privedomein andere voorwerpen dan in het publieke domein: een stage en een backstage. De goeie jurk voor buiten, de versleten ochtendjas voor binnen.

Tot zover deel 2.

Deel 1 is hier te lezen

Binnenkort deel 3