Tag Archives: Inspiratie

Bands en theaterwetten: 10 tips voor professioneel podiumgebruik

Bands en theaterwetten: 10 tips voor een professioneel podiumgebruik.

Op een klein en sympathiek festivalletje laatst, viel me weer op dat vooral beginnende bands zo ontzettend weinig inzicht hebben in hun aanwezigheid en beweging op het podium. Met een beetje inzicht in theaterwetmatigheden en psychologie, zouden ze zoveel meer sju aan hun optreden kunnen meegeven. Daarnaast heb ik als publiek echt niks te maken met de bandhiërarchie, dat moet men echt onderling in de repetitieruimte uitvechten.

Bands met weinig live ervaring zijn een aantal dingen vergeven. Bijvoorbeeld een  laconieke houding op het podium, een air van “ach, we doen ook maar wat”  en het gebruik van zelfspot en relativerende gimmicks. Allemaal manieren om jezelf te beschermen van een eventueel falen. Een buffer waarop je kunt terugvallen als om te zeggen “ja, we zeiden toch dat we maar wat doen..”. Dat is niet alleen een kwestie van zelfrespect, je publiek dien je ook serieus te nemen. Die hebben niet een tientje gelapt om jou op het podium maar wat te zien aankloten.  “Heb ik dat wel nodig?” moet je je afvragen. Is het antwoord “ja”, is het je voor het moment vergeven, maar probeer daar wel iets aan te doen. Theaterwetten zijn er ook om jezelf te beschermen op momenten dat het optreden niet lekker loopt of je een moeilijke zaal voor je hebt.

Een kwestie van jezelf serieus nemen ook dus. Is dat niet het geval, waarom zou ik je als publiek dan wél serieus moeten nemen? Een niet onverdienstelijk zanger had zich op het festivalletje gepositioneerd achter een 4 tal trommels, die hij zelf bediende, zittend vanachter zijn gitaar. Mijns inziens gimmicks die hij zelf nodig heeft, maar die de ervaring vanaf het veld gezien nogal kneuterig maakt. Het toppunt was wel dat hij zijn set begon met de strekking: ach, misschien  vinden jullie het wat, misschien ook niet. We kijken wel wat we doen. Halverwege de set- precíes op het moment dat het publiek er een beetje genoeg van kreeg, vraagt hij doodleuk aan het veld “of er verzoekjes zijn” en “zal ik er nog een doen?” Het publiek was gelukkig sympathiek genoeg om niet en masse “nee” te roepen. Tot 3 keer toe ging hij echt het laatste nummer spelen en toen hij eindelijk klaar was, kwam er nog een toegift. Gá dan  niet op een podium staan! Je hebt je stem, repertoire, je ervaring en je set klaar en daar gaat het publiek (hoop je) van genieten. Met al die ruis eromheen stel je je bij voorbaat al op als de mindere partij van jullie twee (performer en publiek) en dan hoef je ook geen genade te verwachten, mocht het niet lekker lopen. Ik noem geen namen want dit is geen recensie.

Een paar bruikbare handreikingen voor (al dan niet) beginnende bands:

  • Een podium is geen repetitieruimte; er is geen plek voor uitvechten van je plaats binnen de groep;
  • Maak er geen egotrip van, ten koste van je mede muzikanten.
  • Markeren! Ben je klaar met een nummer, sla de laatste maat af en doe een stap naar achteren: applaus. Maak bij de laatste slag een knik naar het publiek: applaus. Maak een gebaar: applaus. Hoe sterker je het einde van het nummer markeert, hoe groter het applaus. Daar zit uiteraard wel een maximum aan; het moet wel gewoon goed zijn.
  • Niet elk applaus is hetzelfde. Het kent nuances en subtiele verschillen. Merk je dat het een twijfelend applaus is, rek de overgang naar het volgende nummer een beetje op. Met een solo van de drummer bijvoorbeeld. Dit werkt ook uitstekend om je publiek bij de les te houden.
  • Probeer een spanningsboog in je set te leggen: Als je het publiek eenmaal aan het dansen hebt, speel dan niet daarna een rustige ballad… hou ze bezig. Let er wel op dat het publiek ook zelf een conditie heeft. Na een x aantal zware nummers is het weer tijd voor wat rustigers.
  • Gebruik belichting ook om je publiek mee te sturen. Een blackout na een nummer geeft applaus, maar het trekt ook de aandacht van het publiek. Vervolgens 1 spot met goudfilter op jou met akoestische gitaar, houdt die aandacht ook vast.
  • Als je zelf niet lekker speelt of het gaat dat optreden wat minder goed, zorg dat je kunt terugvallen op je techniek. Als je de sfeer niet mee krijgt, zorg dat je wel zelf de controle houdt. Door terug te vallen op je techniek, zorg je dat je niet al te kwetsbaar bent. Gimmicks zijn bederfelijke waar.
  • Ben je bewust van je basishouding als muzikant. Je podiumpersoonlijkheid en je basishouding vormen één beeld, maar jij bepaalt zelf waar de “lassen” zitten. Vanuit je basishouding kun je jezelf opblazen en verkleinen, zonder dat dit het beeld hindert, vanuit het publiek bezien.
  • Ga je een experiment doen op het podium? Nieuw nummer bijvoorbeeld, maak het publiek daar deelgenoot van of “verklein de zaal” door klein en intiem licht te gebruiken of het publiek zo veel mogelijk richting podium te krijgen (machtsafstand verkleinen). Je zult zien dat het publiek veel meer pikt dan.
  • Gebruik eventuele pauzes om te veranderen van richting of dynamiek. Bijvoorbeeld tempo te versnellen of te vertragen, nieuw materiaal spelen of een changement in het decor. Dit is een heel duidelijke “markering” waarvan je handig gebruik kunt maken.
[fblike]

Festival-Tweaking deel 2: de belevenis vs dagelijkse routine

Festival-Tweaking deel 2: de belevenis vs dagelijkse routine

In dit deel van Festival-tweaking kijken we naar een voorbeeld van programmering tov de dagelijkse routine van de bezoekers.

Iedere beginner kan op z’n vingers natellen dat je niet een boterhammetje kaas serveert om 15.30 en daarvoor en daarna niets. Of dat de enige kindervoorstelling duurt van 17.30 tot 20 uur: te lang en tijdens etenstijd.

Maar de ervaring en belevenis die we de bezoekers willen meegeven, gaat dieper dan dat.

Neem een festival van meerdere dagen. Er is een programmering die enthousiast is in elkaar gezet, maar waarin te weinig rekening is gehouden met de bezoeker. De beleving die we de bezoeker willen meegeven, is een unieke beleving. Eentje die alléén op dat moment beleefd kan worden, met de ingrediënten die daar op dat moment aanwezig zijn. Geenszins routine, natuurlijk. En bovendien willen we dat de belevenis die we voor hen creeëren, zichzelf steeds blijft vernieuwen, voor zo lang de levenscyclus van ons product (het festival, de voorstelling) volgens ons moet duren. Het moet bijzonder zijn en onalledaags. Bovendien moet je in elke fase van de activiteit kunnen “instappen” om de belevenis te ervaren.

Geloofwaardige beloftes

Toch kunnen we kijken naar de dagelijkse routine van de bezoeker, als geleider van zijn beleving; als de smeerolie waarmee we hem flexibel kunnen laten meedraaien in de beleving die we voor de bezoeker proberen te bewerkstelligen.

Bij een meerdaags festival, kun je de bezoeker het gevoel geven, dat onderdelen van de programmering speciaal voor hem op maat zijn gemaakt. Dit doe je door bijvoorbeeld voorstellingen van hetzelfde type of van dezelfde soort sfeer, horizontaal te programmeren.  Dat wil zeggen: hetzelfde start dagelijks op dezelfde tijd, geeft eenzelfde beleving en stopt op dezelfde tijd. Daaromheen introduceer je steeds nieuwe en andere elementen om de beleving mee te versterken en vooral te vernieuwen. Die onderdelen kunnen letterlijk zijn: hetzelfde beleg op je broodje, maar ze kunnen ook op een subliminale manier worden gedoseerd, of in de vorm van sfeer en thematiek. In het geval van kindervoorstellingen bijvoorbeeld, hoeft het niet elke dag Roodkapje te zijn, maar wel elke dag bv. een zoete, sprookjesachtige sfeer op hetzelfde deel van het festivalterrein, met steeds iets lekkers erbij. Een sprookjesbos, feeërieke lichtjes, de geur van hout, een beetje donker en griezelig etc. Daar kun je verder omheen bouwen. Bijvoorbeeld Roodkapje laten rondlopen op het terrein, in de folder een heks afbeelden en rokende ketels met drop op het terrein neerzetten. Voor papa en mama hebben we een speciale (alcoholische) sprookjes-cocktail in de aanbieding. De beleving die je hiermee creëert, is de geleider van de inhoud: de eigenlijke voorstelling. Eenmaal gekozen voor die beleving, kunnen wij als makers en bedenkers daarvan, de beleving verlengen en sturen. Zo weet de bezoeker dat hij dagelijks op ongeveer hetzelfde moment een nieuwe belevenis krijgt, binnen een hem vertrouwde sfeer. Bedenk wel: een beleving beloont altijd, maar straft nooit!

Belevingen eindigen nooit!

Het punt ná de kindervoorstelling met sprookjesthema, is een kinder-maaltijd. De sfeer is lichter, maar je bouwt voort op het sprookjes-thema met bijvoorbeeld feeënkoekjes, heksendrop en Sneeuwwitjesdrop. Ook bij sprookjes kan snel verzadiging optreden, dus het is zaak om de beleving steeds te vernieuwen, voordat verveling toeslaat. Door het concept steeds zichzelf te laten vernieuwen, verleng je de levenscyclus van de beleving. Als je het heel letterlijk neemt, zou je Klein Duimpje binnen 3 dagen kunnen laten uitgroeien tot een hele grote maar vriendelijke reus. Dat is een niet alleen een lineair verloop, maar kan causaal gemaakt worden doordat Klein Duimpje vanaf dag 1 heel gezond bezig is met eten, zijn bord altijd leeg eet, heel goed luistert en leert lopen en lezen. Bij dag 3 is hij een grote en vriendelijke reus geworden, die papa en mama op zijn schouders neemt en hen een mooi verhaal vertelt. Je hebt nu zowel de kinderen als de ouders meegekregen in een verloop waar zij privé ook middenin staan, zij zelf ook kennen en herkennen, alleen maar positief kan uitwerken (groeien is leuk), én je houdt de nieuwsgierigheid brandende. De volgende dag weet je pas hoe het verder ging met de groeiende Klein Duimpje. Een cliffhanger? Nee, dat niet. Je sluit af met een gezamenlijk gezongen lied. Want voordat je de activiteit/voorstelling afsluit, moet je ook een mooie afronding hebben van de beleving die je hebt gemaakt voor het publiek, waarbij de belevenis van dat moment is afgesloten en tegelijkertijd een nieuwe beleving werd geïntroduceert! Het lied is het eerste lied uit een hele reeks van meezingliedjes. Maar nu lopen de acteurs langs de klaargezette eettafels en delen pakketjes uit met lekkere en gezonde dingen. De kinderen ervaren dit als bevrijdend, omdat ze vanuit de theaterstoel regelrecht naar de tafels vol lekkere dingen gaan, waar zitten niet verplicht is. Ook de ouders zijn even vrij, want de kinderen spelen met de andere kinderen en met de animatie.

Bovenstaand verloop is vrij letterlijk omschreven, maar  er zijn zo veel manieren om om de belevenis te introduceren, te laten “lopen”, te laten “zijn” en zich onmerkbaar weer te vernieuwen.

Als je bovenstaande belevenis nu eens langs de dagelijkse routine van het gezinnetje legt (ga even uit van jonge ouders met kleine kinderen), dan zie je weerspiegelt in het geheel:

–         Papa komt thuis (even uitgaan van een rollenpatroon) en speelt even met de kinderen

–         De kinderen spelen even met papa, die net is thuisgekomen

–         Papa en mama hebben voorkennis: we gaan de kinderen iets leuks geven

–         Papa en mama beloven de kinderen lekker eten en een verrassing

–         Het gezin gaat eten met een lekker toetje

–         De verrassing

–         Nog even spelen en lekker laat naar bed.

Kortom, met de bouwstenen die voor de kinderen thuis een spannende en ongewone avond maken, spelen we met de spanning bij de kinderen (het anticiperen, we krijgen iets lekkers, gaan “iets” leuks doen), die van de ouders (afsluiten van de dagelijkse routine; we gaan de kinderen iets leuks geven, iets lekkers en “iets” leuks met hen doen) en met de routine van de gezinssituatie. De beleving van de sprookjessfeer- en voorstelling zoals hierboven beschreven, is een weerspiegeling van de verwensituatie die ik hier schets.

Lees Festival-tweaking deel 1, hier

Gerelateerde post: Jezelf als meetinstrument: Experience design tov ritme in tijd en ruimte.

[fblike]

Festival-tweaking, deel 1

Festival-tweaking, deel 1

Festival-tweaking is een vast onderdeel op dit blog. Vooral omdat het finetunen en tweaken van festivals, concepten en culturele projecten, een belangrijk onderdeel is van mijn werk. Feitelijk gaat het om finetunen van concepten in bredere zin. Soms is de vraag direct, maar meestal komen die zaken gaandeweg aan het licht. Creative Concepting door La Clappeye Acts, kan daar bij helpen.

Het komt vaker voor dat opdrachtgevers hun reeds bestaande format of concept willen behouden en wat aan fijnafstemming willen doen, dan dat er compleet nieuwe concepten geboren moeten worden. Ook dat gebeurt gelukkig, maar eenmaal een concept of format gevonden, wil men daar niet zo makkelijk meer van afstappen. Begrijpelijk, het is hun kindje, hun “ding” en daar waken ze terecht over.

Tweaking klinkt vluchtig en ad hoc, maar dat is het bepaald niet. Festival-tweaking heeft een aantal grote voordelen. Je gaat zelf anders kijken naar wat je hebt bedacht en neergezet, je past principes toe op je concept waar je niet eerder aan hebt gedacht, je gaat de blinde vlekken weggummen, lievelingetjes even opzij zetten, opnieuw nadenken over wat je eigenlijk wil zeggen. Door te kijken naar details, door zaken in het kleine om te draaien (soms letterlijk), ga je vanzelf kijken naar het grotere plaatje. Klopt alles nog wel? Vaak is dit een plafond waar organisaties tegenaan lopen, waardoor ideeën blijven steken in een losse gedachte of terloopse opmerking. Misschien moet alles wel herijkt worden? Zo lang je dat maar niet aan de grote klok hangt, kun je daar mee experimenteren wat je wil. Uiteindelijk moet ik er zelf zorg voor dragen dat niemand zich gepasseert voelt, dat het basis-idee overeind blijft (voor zover dat de bedoeling is natuurlijk) en alle betrokkenen hun “ding” kunnen blijven doen.

Het tweaken en finetunen gebeurt bij voorkeur NIET in een brainstormsessie of vergadering. Bij een brainstormsessie is het weliswaar zo, dat tot de regels kan behoren dat je elkaar bv. niet veroordeelt of ideeën tegenhoudt, maar je gaat toch uit van een bepaald stramien waaromheen de brainstormsessies worden gebouwd, waarvan de deelnemers al bij voorbaat beperkt worden in hun denken. Je kunt wel out-of-the-box willen denken, máár…. Het moet maar net op het whiteboard of flipover passen.

“Tweaken, dat doe je in verschillende lagen.”

Beleving tijdens een programma-onderdeel / voorstelling.

Je hebt een mooie voorstelling, maar de meer subversieve beleving moet je ook kunnen overbrengen in de fysieke omgeving en in de spanningsboog van de avond. Niet alleen de voorstelling heeft een vantevoren uitgekiende spanningsboog, het verloop van de héle avond of de héle activiteit, kent een eigen spanningsboog. Men is bijvoorbeeld gewend dat een voorstelling uit meerdere bedrijven kan bestaan en dat de ruimte daartussenin een “pauze” heet. Men is gewend rustig op te staan en op een bepaalde snelheid naar de foyer te lopen. Is de omgeving daar op ingericht? Zijn de paden zó breed dat er chaos kan ontstaan of dat de intimiteit van de voorstelling wegvalt? Smallere paden forceren een rustig verloop van de pauze, het buitengaan en weer binnen komen. Té smal levert natuurlijk irritatie op. De pauze moet vervolgens niet al te lang duren. Men komt uit de voorstelling met een gecultiveerd ritme en dat moet je zien vast te houden én te voeden!

Beleving van het stilistisch geheel, door het publiek

–         Micro-mapping: In kaart brengen in grafiekjes en timelines van de beeld- en geluidsbibliotheek in het hoofd van de bezoeker

–         Idem, op het gebied van sociale ontwikkelingen, persoonlijke ontwikkeling, levensloop, politieke stromingen en nabije omgeving

Kortom, het in kaart brengen van het referentiekader van de bezoeker.

Ik gebruik voor micromapping een soort timeline van een denkbeeldige bezoeker van leeftijd X, waarboven en onder categorieën zijn aangebracht. Bijvoorbeeld categorieën als “politiek” of “maatschappelijke ontwikkelingen” Heeft iemand bijvoorbeeld ProVo meegemaakt? Dolle Mina, baas in eigen buik, bezetting van het Maagdenhuis? Welke beelden horen daarbij? Welke vormen en kleuren? De ijkpersoon heeft kinderen gekregen in 1973, de kinderen waren puber in 1987. Dat betekent een grote dominantie van invloeden vanuit jongerenmedia rondom die periode. Wat was er in de mode? Welke muziek klonk op de radio? Welke auto’s werden er gereden? Welke kleuren, vormen, geuren en combinaties daar van, wekken associaties op met hun jeugd, met hun pubertijd? Hoort bij de herinnering aan hun studerende periode, een gevoel van strijdvaardigheid? Van feesten? Welke iconen uit die tijd, spreken nu nog net zo hard tot hun verbeelding? Bij de verschillende onderdelen die je hiermee in kaart brengt, kun je nog verder gaan door plaatjes, stofjes en textuurtjes te plakken bij de verschillend onderdelen.

Allemaal tools om een beeld te krijgen van de innerlijke bibliotheken van je bezoekers. Vervolgens moet je dit nog gaan vertalen naar conrete beelden en ervaringen. Wil je een jaren ’80 sfeer overbrengen aan je publiek? Dan moet je wel zorgen dat ze die beeldtaal begrijpen. Over the top? Ook dan de juiste verhoudingen aan “serieuze” stijlelementen van de jaren ’80 en de overtreffende trap daar van, om het overdreven gevoel te kunnen overbrengen.

Onbewuste en subliminale  beïnvloeding.

Ik heb voor een bedrijf ooit een show gemaakt, waarvoor ik een soort groot altaar van de wansmaak had gemaakt. Het ding had kaarsjes, heel veel knipperende lampjes, nepgouden “altaarkast”, een offertafel. Tegelijkertijd fungeerde het altaar als een soort set van een televisieprogramma uit de jaren ’50. De twee hoofdpersonen (soort kosters-echtpaar) waren in het begin heel vroom en nog voor zij op kwamen, was het voor het publiek overduidelijk dat het hier een katholiek hoogaltaar betrof. Er hoefde maar één detail te worden toegevoegd om het een televisieset te laten worden: een héél lullig orgelmuziekje met een soort jingle. Het publiek ging van piëteit in een keer naar joligheid en spot. Kortom, met heel kleine subtiele veranderingen, trigger je een beleving onder het publiek.

Als je dat uit elkaar gaat halen, is het vooral de symmetrie van het geheel: de hoge “altaarkast” en de 2 zijpanelen (zetstukken), met de altaartafel ervoor. Een hoogaltaar dus.

Dit fenomeen heb ik afgekeken van een verschijnsel dat in de literatuur “the theatre of majesty” heet. Dat handelt over de rechtvaardiging van aristocratische macht door uiterlijk vertoon aan het volk. Iets waarvan men zich tot op de dag van vandaag nog bedient. Die rituelen kennen eenzelfde opbouw, eenzelfde scheiding tussen het publiek (horigen) en de adel (artiest), met een geleidende kwaliteit, in de vorm van rechtspraak of in dit geval piëteit. Niet zo vreemd dat men in vroeg tijden, hun rituelen spiegelden aan kerkelijke rituelen.

Een ander voorbeeld. Ik was gastprogrammeur bij het Bossche Klub KOE (Kunsten Ontmoeten Elkaar) en de locatie was een voormalige kerk. Waar ooit het altaar was, was nu een podium met een groot scherm ode achtergrond. Er stonden nog wel banken in de kerk. In de hele ruimte en in de bijgebouwen waren dingen te zien. Toen we de deuren openden en het publiek binnenstroomde, ging men tot mijn stomme verbazing regelrecht naar de kerkbanken en gingen daar zitten. Starend naar waar ooit het altaar was… maar nu het podium, nog zonder acts.  Het duurde even eer men van de banken kwam, de ruimte in. Dat was niet een vantevoren ge-tweakte belevenis… puur psychologie en cultivering.

Tot zover deel 1 over festival-tweaking.

In een volgend blogje, zal ik dieper ingaan op het behandelen van de festivalprogrammering ten opzichte van de dagelijkse routine van de bezoekers.

Atoomschuilkelder

Schuilkelder Visstraat, ‘s-Hertogenbosch

Atoomschuilkelder.

Voor het project MOL: Muziek Op Locatie, ben ik op veel plekken geweest.

Als ik door de stad fiets, gaat mijn hoofd automatisch omhoog en kijkt naar leegstaande gebouwen, panden waar aannemersborden voor hangen, “te huur” op staat. En zie ik een mogelijkheid, ga ik even babbelen met de dienstdoende eigenaar. Anti-kraakbureau’s daar ben ik even klaar mee hoor. Ik heb er diverse benaderd om te zien of en in hoeverre we elkaar kunnen vinden, maar het komt toch altijd weer neer op geld. Voor wat betreft de locaties probeer ik altijd met gesloten portemonnee te werken. Dat werkt ook beter dan een maar kleine vergoeding er tegenover stellen, omdat je dan beter drijft op goodwill dan op een halfbakken gebruikersovereenkomst, waarin na onderhandelingen ook niets anders meer mogelijk is.

Gekke dingen, daar hou ik van. Al vanaf mijn vroegste jeugd voel ik mij aangetrokken tot plaatsen waar je niet mag komen. Hang er in grote blokletters een plakkaat aan met de tekst “STRENG VERBODEN TOEGANG” en ik ging er meteen op af. Toch ’s even kijken waaróm dat dan is. En kom je op verboden plaatsen… heb je altijd meer lol. Echt waar.

Toen ik 11 was had ik mij, ter voorbereiding op een vakantie naar Creta, helemaal klemgelezen in de Griekse mythologie. Ook over koning Minos, natuurlijk. De Minotaurus en het grote paleis te Knossos. Toen ik daar eenmaal liep, tussen de andere toeristen, viel mij een gesloten hek op. Daarachter stond een hele grote troonachtige stoel. En óp het hek de tekst “strictly no admittance”. Uiteraard deed ik het hek open en ging op die grote troon zitten. Dé troon! Die van Koning Minos, de troon waar zijn geest waarschijnlijk nog in zat en daarom was het verboden toegang. En ik… sterveling…. Ik zat met ware Godenverachting zo’n beetje op zijn schoot. Ik wist dat ik er niet op mocht zitten en ik verwachtte echt elk moment een hap uit mijn arm gebeten door Dyionisos. Mijn eerste echte religieuze ervaring.

Terug naar MOL. Ik had een afspraak met de man van de gemeente ’s-Hertogenbosch, die ging over ge- en misbruik van de voormalige atoomschuilkelder onder de Visstraat. Nu schuilden er redelijk dure auto’s en er waren muurschilderingen gemaakt die niets te maken hadden met onze gezamenlijke, onvermijdelijke ondergang. Het waren mannetjes op doedelzakken. Heel lieflijk allemaal. Er zijn nog meer voormalige schuilekders in Den Bosch, overigens. Die onder het provinciehuis zijn ideaal voor een MOL, maar liggen voor nu te ver uit het centrum. Onder een plein bij de zuid-Willemsvaartzijn ook nog schuilkelders, maar die dienen als water-overloop voor evt lozing van water uit de Zuid-Willemsvaart. Dus daa rkun je niet zomaar in.

Aan de zijkanten van de grote middenruimten waren gangen en hele smalle kamertjes. Er kwamen af en toe nog wel mensen, maar die zetten er spullen neer om ze weer op te halen en af en toe werd er gedweild. Voor concerten zijn de ruimten niet erg geschikt. Je zou er wel een geluidsperformance in kunnen maken, maar een concert… Toch wilde ik eigenlijk wel! Er staat toch verdorie “verboden toegang” op die deuren? Dús móet er wat mee gebeuren. Alleen zijn de ruimten zo smal, dat er wel mensen doorheen kunnen, maar niemand moet het in zijn hoofd halen aan de knopjes op de panelen aan de muren te komen.

“Kijk,” zei de man van de gemeente. “Als iemand nu eens aan díe handel zou trekken… stroomt de hele parkeergarage vol met 5000 liter diesel… gaan automatisch alle deuren dicht, alles hermetisch afgesloten, de brandweer rukt uit en er treedt een rampscenaro in werking. Dan moet ik voor alle eigenaars taxi’s gaan bellen- voor heen én terug… En dat is allemaal niet zo erg… maar jíj krijgt daar de rekening van.”

Jammer! Het was echt een perfecte soort locatie: er mag normaal niemand komen en het had van die mooie knopjes en handels, de contactpersoon was een uiterst aardige man, er mocht vanalles, de plek heeft iets beladens…

Maar toch… Ik ken het publiek natuurlijk niet allemaal persoonlijk, maar ik ken mijzelf wel… Die handel met die mooie rooie knop… waar zou die toch voor dienen…?

[fblike]

15 Creatieve Iphone apps (deel2)

gemaakt met 3D Camera en IRetouch Free

Hier het vervolg op deel 1, van 20 juni.

Lees hier deel 1.

De laatste 5 creatieve apps.

Abstract en visuals.

Voor de abstracte denkmomenten zijn er apps die je voorzien van prachtige visuals. Niet meer dan dat: een geglorifieerde screensaver. Ook zeer geschikt voor autisten!

Pixi Touchart

Keuze uit een aantal verschillende basisbeelden. Bijvoorbeeld een feeëriek rode nevel met lijntjes. Alle beelden draaien en je kunt de grootte en draaisnelheid aanpassen. Je zou er uren naar kunnen kijken.

Saturation (verzadiging)

Bij inschakelen van de app, verschijnt vanuit het zwart een stroom aan stippels (soort bloemblaadjes), die het scherm verzadigen. Je kunt kiezen uit een oneindige collectie aan kleurcominaties. Met je vinger stuur je de kolk aan bloemblaadjes naar de andere kant van het scherm. Even een screenshot maken en je hebt een basis voor… nou ja, verzin maar wat.

Colourburst.

Raak je met één vinger het scherm, volgt een blauwe neonachtige streep je bewegingen. Met twee vingers komt daar een rode neonachtige streep bij en met de derde een groene.

Cosmic Top.

In een sterrenachtergrond draait een futuristisch ding- zoals in een science fiction film –die sneller draait als je er met je vinger overheen gaat. Twee keer tegen het scherm tappen en je krijgt een ander futuristisch ding te zien. Met swipe maak je het ding groter. Screenshotje maken weer…

Gold Dust.

Glitters! Schermpje aanraken en er verschijnen glitters tegen een zwarte achtergrond. Je kunt ze ook groter en kleiner maken, zwaar en licht, langzaam en snel.

[fblike]

15 Creatieve Iphone apps (deel1)

15 Creatieve Iphone apps (deel1)

foto gemaakt met Nightvision en Backgroundz

Er bestaan al eindeloos veel blogs over de  beste en goedkoopste Iphone-apps, dus we maken er niet een al te algemeen verhaal van.

Voor La Clappeye Acts en in mijn freelance werk gebruik ik ook veel van de mogelijkheden die apps op de Iphone mij bieden. Ik ben veel bezig met teksten, vormgeving van locaties, veel met beelden werken, met abstracten. Dan zijn er toch een aantal apps die ik veel gebruik.

Ik heb geen creditcard en ben ook niet van plan die aan te schaffen. Aan de app store voor de Iphone heb ik dan ook niets, voor wat betreft de betaalde apps.

Er zijn veel gratis apps te verkrijgen. Daarbij ben ik geabonneerd op “free app alert,” een dagelijks rijtje met betaalde apps, die voor 1 dag gratis zijn. Er zit heel veel tinnef tussen, veel dingen die je even probeert en dan weer weggooit. Maar er zitten zeker ook pareltjes bij.

Dit is deel 1. Deel 2 lees je hier.

Mijn favoriete 15 creatieve apps.

Schrijven:

SendaPoem

Een app die zelf onzingedichten genereert in verschillende talen, waaronder nederlands. Als ik in laten we zeggen een toneelscenario even de weg kwijt ben, genereer ik een paar van die onzingedichten, verwerk die naar een evenzeer onzin tekst (prozaïsch) en ga vervolgens de tekst kloppend maken.

Een voorbeeldje van een onzingedicht:

Gordig.

Conschap meterlankelen,

Op medijbeel?

Ergoedig arbeel.

Ik nauw.

Open lauw?

Boelmat kip.

Menen beking,

Kwijk brekken.

Beeldbewerking

Blendcam.

Maakt prachtige montages van 2 foto’s. Een montage saven en weer gebruiken als beginpunt voor meer montages, en je krijgt heel mooie resultaten.

Backgrounds

Lijkt op Blendcam. Iets minder subtiel, maar heeft veel meer belichtingsmogelijkheden en dingen die je kunt doen met kleuren (inverted, layers)

3d Camera.

Zegt 3D beelden te maken van 2 beeldjes. Ik kan niet zeggen dat het dit ook waar maakt, maar de resultaten zijn fantastisch… Je moet alleen geen 3d verwachten.

PhotoPhilters.

Kent 15 verschillende filters. De filters zelf zijn niet heel bijzonder en je hebt ze in 1000 andere apps ook wel, maar hier zitten ze gezellig bij elkaar in één app.

Nightvision.

Geeft de illusie van een infraroodcamera. Hij heeft 4 verschillende standen, waarvan 1 infrarood, 2 kleuren (op zichzelf niet heel bijzonder), een zwart witte die wel heel mooi is en een soort glossy geestesverschijning oplevert. Met “sliden” heeft elke optie nuanceverschillen. Heel mooi voor bijvoorbeeld fotografie met lange, architectonische lijnen.

Iris Photo Suite 1.4

Mooie naam voor een zeer complete en chique photo editor. Grofweg kies je uit: kleuren wijzigen en effecten toevoegen. Ik zeg met opzet effecten, want de benaming “filter” doet geen recht aan de mogelijkheden van deze app. De effecten zijn onderverdeeld in Photo Fx, BW Fx (zwart-wit) en Misc. Fx (overige). Een van de kleinste features maar ook een fijne, is de simpele functie “white balance.” Dat kennen we als het goed is nog van de gewone camera. Veel digitale foto’s hebben een slechte witbalans door verkeerd gebruik van camera. Met deze functie zet je dat in een keer weer recht.

Color Expert

Met deze app maak je een prachtig kleurenoverzicht op basis van een foto of website. Hij extraheert de kleuren, gooit die in een kleurenwaaier met alle kleurcodes erbij en vervolgens gebruik je die in de vormgeving van… tsja, van alles eigenlijk. Geen gedoe meer met een colourpicker of RGB codes, gewoon meteen vanuit foto in een handig overzicht. De app Think Ink kan ongeveer hetzelfde maar is wel een reclameproduct van Neenah Paper. Heel aardig aan die app, is dat ‘ie er zelf een soort kleurenpsychologie op loslaat. Je foto- en kleurkeuze op de divan. Ook maakt hij mooie kleurcominaties op basis van de geëxtraheerde kleuren.

Picture Magic

Een app met weer mooie filters. Enkelen kennen we al uit andere (ook hier boven genoemde) apps, maar sommigen kende ik nog niet, zoals het filter “molten” (gesmolten), wat een soort bakelietachtige substantie aan je foto geeft.

Morgen de laatste 5 apps: Visuals.

[fblike]