Tag Archives: MOL

Bands en theaterwetten: 10 tips voor professioneel podiumgebruik

Bands en theaterwetten: 10 tips voor een professioneel podiumgebruik.

Op een klein en sympathiek festivalletje laatst, viel me weer op dat vooral beginnende bands zo ontzettend weinig inzicht hebben in hun aanwezigheid en beweging op het podium. Met een beetje inzicht in theaterwetmatigheden en psychologie, zouden ze zoveel meer sju aan hun optreden kunnen meegeven. Daarnaast heb ik als publiek echt niks te maken met de bandhiërarchie, dat moet men echt onderling in de repetitieruimte uitvechten.

Bands met weinig live ervaring zijn een aantal dingen vergeven. Bijvoorbeeld een  laconieke houding op het podium, een air van “ach, we doen ook maar wat”  en het gebruik van zelfspot en relativerende gimmicks. Allemaal manieren om jezelf te beschermen van een eventueel falen. Een buffer waarop je kunt terugvallen als om te zeggen “ja, we zeiden toch dat we maar wat doen..”. Dat is niet alleen een kwestie van zelfrespect, je publiek dien je ook serieus te nemen. Die hebben niet een tientje gelapt om jou op het podium maar wat te zien aankloten.  “Heb ik dat wel nodig?” moet je je afvragen. Is het antwoord “ja”, is het je voor het moment vergeven, maar probeer daar wel iets aan te doen. Theaterwetten zijn er ook om jezelf te beschermen op momenten dat het optreden niet lekker loopt of je een moeilijke zaal voor je hebt.

Een kwestie van jezelf serieus nemen ook dus. Is dat niet het geval, waarom zou ik je als publiek dan wél serieus moeten nemen? Een niet onverdienstelijk zanger had zich op het festivalletje gepositioneerd achter een 4 tal trommels, die hij zelf bediende, zittend vanachter zijn gitaar. Mijns inziens gimmicks die hij zelf nodig heeft, maar die de ervaring vanaf het veld gezien nogal kneuterig maakt. Het toppunt was wel dat hij zijn set begon met de strekking: ach, misschien  vinden jullie het wat, misschien ook niet. We kijken wel wat we doen. Halverwege de set- precíes op het moment dat het publiek er een beetje genoeg van kreeg, vraagt hij doodleuk aan het veld “of er verzoekjes zijn” en “zal ik er nog een doen?” Het publiek was gelukkig sympathiek genoeg om niet en masse “nee” te roepen. Tot 3 keer toe ging hij echt het laatste nummer spelen en toen hij eindelijk klaar was, kwam er nog een toegift. Gá dan  niet op een podium staan! Je hebt je stem, repertoire, je ervaring en je set klaar en daar gaat het publiek (hoop je) van genieten. Met al die ruis eromheen stel je je bij voorbaat al op als de mindere partij van jullie twee (performer en publiek) en dan hoef je ook geen genade te verwachten, mocht het niet lekker lopen. Ik noem geen namen want dit is geen recensie.

Een paar bruikbare handreikingen voor (al dan niet) beginnende bands:

  • Een podium is geen repetitieruimte; er is geen plek voor uitvechten van je plaats binnen de groep;
  • Maak er geen egotrip van, ten koste van je mede muzikanten.
  • Markeren! Ben je klaar met een nummer, sla de laatste maat af en doe een stap naar achteren: applaus. Maak bij de laatste slag een knik naar het publiek: applaus. Maak een gebaar: applaus. Hoe sterker je het einde van het nummer markeert, hoe groter het applaus. Daar zit uiteraard wel een maximum aan; het moet wel gewoon goed zijn.
  • Niet elk applaus is hetzelfde. Het kent nuances en subtiele verschillen. Merk je dat het een twijfelend applaus is, rek de overgang naar het volgende nummer een beetje op. Met een solo van de drummer bijvoorbeeld. Dit werkt ook uitstekend om je publiek bij de les te houden.
  • Probeer een spanningsboog in je set te leggen: Als je het publiek eenmaal aan het dansen hebt, speel dan niet daarna een rustige ballad… hou ze bezig. Let er wel op dat het publiek ook zelf een conditie heeft. Na een x aantal zware nummers is het weer tijd voor wat rustigers.
  • Gebruik belichting ook om je publiek mee te sturen. Een blackout na een nummer geeft applaus, maar het trekt ook de aandacht van het publiek. Vervolgens 1 spot met goudfilter op jou met akoestische gitaar, houdt die aandacht ook vast.
  • Als je zelf niet lekker speelt of het gaat dat optreden wat minder goed, zorg dat je kunt terugvallen op je techniek. Als je de sfeer niet mee krijgt, zorg dat je wel zelf de controle houdt. Door terug te vallen op je techniek, zorg je dat je niet al te kwetsbaar bent. Gimmicks zijn bederfelijke waar.
  • Ben je bewust van je basishouding als muzikant. Je podiumpersoonlijkheid en je basishouding vormen één beeld, maar jij bepaalt zelf waar de “lassen” zitten. Vanuit je basishouding kun je jezelf opblazen en verkleinen, zonder dat dit het beeld hindert, vanuit het publiek bezien.
  • Ga je een experiment doen op het podium? Nieuw nummer bijvoorbeeld, maak het publiek daar deelgenoot van of “verklein de zaal” door klein en intiem licht te gebruiken of het publiek zo veel mogelijk richting podium te krijgen (machtsafstand verkleinen). Je zult zien dat het publiek veel meer pikt dan.
  • Gebruik eventuele pauzes om te veranderen van richting of dynamiek. Bijvoorbeeld tempo te versnellen of te vertragen, nieuw materiaal spelen of een changement in het decor. Dit is een heel duidelijke “markering” waarvan je handig gebruik kunt maken.
[fblike]

Atoomschuilkelder

Schuilkelder Visstraat, ‘s-Hertogenbosch

Atoomschuilkelder.

Voor het project MOL: Muziek Op Locatie, ben ik op veel plekken geweest.

Als ik door de stad fiets, gaat mijn hoofd automatisch omhoog en kijkt naar leegstaande gebouwen, panden waar aannemersborden voor hangen, “te huur” op staat. En zie ik een mogelijkheid, ga ik even babbelen met de dienstdoende eigenaar. Anti-kraakbureau’s daar ben ik even klaar mee hoor. Ik heb er diverse benaderd om te zien of en in hoeverre we elkaar kunnen vinden, maar het komt toch altijd weer neer op geld. Voor wat betreft de locaties probeer ik altijd met gesloten portemonnee te werken. Dat werkt ook beter dan een maar kleine vergoeding er tegenover stellen, omdat je dan beter drijft op goodwill dan op een halfbakken gebruikersovereenkomst, waarin na onderhandelingen ook niets anders meer mogelijk is.

Gekke dingen, daar hou ik van. Al vanaf mijn vroegste jeugd voel ik mij aangetrokken tot plaatsen waar je niet mag komen. Hang er in grote blokletters een plakkaat aan met de tekst “STRENG VERBODEN TOEGANG” en ik ging er meteen op af. Toch ’s even kijken waaróm dat dan is. En kom je op verboden plaatsen… heb je altijd meer lol. Echt waar.

Toen ik 11 was had ik mij, ter voorbereiding op een vakantie naar Creta, helemaal klemgelezen in de Griekse mythologie. Ook over koning Minos, natuurlijk. De Minotaurus en het grote paleis te Knossos. Toen ik daar eenmaal liep, tussen de andere toeristen, viel mij een gesloten hek op. Daarachter stond een hele grote troonachtige stoel. En óp het hek de tekst “strictly no admittance”. Uiteraard deed ik het hek open en ging op die grote troon zitten. Dé troon! Die van Koning Minos, de troon waar zijn geest waarschijnlijk nog in zat en daarom was het verboden toegang. En ik… sterveling…. Ik zat met ware Godenverachting zo’n beetje op zijn schoot. Ik wist dat ik er niet op mocht zitten en ik verwachtte echt elk moment een hap uit mijn arm gebeten door Dyionisos. Mijn eerste echte religieuze ervaring.

Terug naar MOL. Ik had een afspraak met de man van de gemeente ’s-Hertogenbosch, die ging over ge- en misbruik van de voormalige atoomschuilkelder onder de Visstraat. Nu schuilden er redelijk dure auto’s en er waren muurschilderingen gemaakt die niets te maken hadden met onze gezamenlijke, onvermijdelijke ondergang. Het waren mannetjes op doedelzakken. Heel lieflijk allemaal. Er zijn nog meer voormalige schuilekders in Den Bosch, overigens. Die onder het provinciehuis zijn ideaal voor een MOL, maar liggen voor nu te ver uit het centrum. Onder een plein bij de zuid-Willemsvaartzijn ook nog schuilkelders, maar die dienen als water-overloop voor evt lozing van water uit de Zuid-Willemsvaart. Dus daa rkun je niet zomaar in.

Aan de zijkanten van de grote middenruimten waren gangen en hele smalle kamertjes. Er kwamen af en toe nog wel mensen, maar die zetten er spullen neer om ze weer op te halen en af en toe werd er gedweild. Voor concerten zijn de ruimten niet erg geschikt. Je zou er wel een geluidsperformance in kunnen maken, maar een concert… Toch wilde ik eigenlijk wel! Er staat toch verdorie “verboden toegang” op die deuren? Dús móet er wat mee gebeuren. Alleen zijn de ruimten zo smal, dat er wel mensen doorheen kunnen, maar niemand moet het in zijn hoofd halen aan de knopjes op de panelen aan de muren te komen.

“Kijk,” zei de man van de gemeente. “Als iemand nu eens aan díe handel zou trekken… stroomt de hele parkeergarage vol met 5000 liter diesel… gaan automatisch alle deuren dicht, alles hermetisch afgesloten, de brandweer rukt uit en er treedt een rampscenaro in werking. Dan moet ik voor alle eigenaars taxi’s gaan bellen- voor heen én terug… En dat is allemaal niet zo erg… maar jíj krijgt daar de rekening van.”

Jammer! Het was echt een perfecte soort locatie: er mag normaal niemand komen en het had van die mooie knopjes en handels, de contactpersoon was een uiterst aardige man, er mocht vanalles, de plek heeft iets beladens…

Maar toch… Ik ken het publiek natuurlijk niet allemaal persoonlijk, maar ik ken mijzelf wel… Die handel met die mooie rooie knop… waar zou die toch voor dienen…?

[fblike]

Filmpjes MOL 18 december 2010

[fblike]

Hadewych op MOL Erasable Marks. 18 december 2010

Hadewych – Untitled from Marcus Moonen on Vimeo.

Hadewych: Lexicon op MOL Erasable Marks. 18 december 2010

Hadewych – Lexicon from Marcus Moonen on Vimeo.