Tag Archives: personal space

Leren kijken naar een ding deel 1

Dingen die dingen anders doen

Het alledaagse ding, daar kijken we niet zo vaak op een andere manier naar dan we normaal doen. Het alledaagse ding is er immers elke dag en elke dag staat het in de weg, in de kast, in de vitrine, in de gereedschapskist. Het is er, en dat is genoeg… zou je denken. Toch gaat er in de wereld van het alledaagse object, een wereld schuil die voor het grote publiek veelal verborgen blijft. Het is ook niet altijd even concreet. Maar dat zijn wij als mensen zelf ook niet.

In de komende 3 blogs, tracht ik enkele kernbegrippen toe te lichten, waarmee we ons alledaagse leven en dan met name dat van objecten, op een andere manier kunnen gaan bekijken.

Dingen doen al heel lang met ons mee

Een object- inclusief landschappen of zelfs het menselijk lichaam, zijn actieve participanten in het sociale leven en verandering. Die nadruk op het fysieke van een object, is een vorm van onderzoeken, niet zozeer een ander onderwerp, waarin de fysieke kwaliteiten van een voorwerp, een geheel vormen met alles waarmee wij het object kunnen waarnemen, plaatsen, bepreken en beoordelen, op alle niveau’s. Dus ook de emotionele respons is waardevol, de geur, de textuur, geur, smaak, temperatuur, de textuur van het object, de eigenlijke materiele verschijningsvorm, het moment en sensatie van het manifesteren van het object binnen onze beleving, onze interactie met het object. Welke betekenissen schrijven we het toe, roept het over zichzelf af en onze relatie tot het object? We vragen het onszelf pas af, wanneer we het in het museum plaatsen, als onderdeel van een brede achtergrond aan factoren, zoals de setting van het object, achtergrondkennis, cultureel en historisch geconstrueerde interpretatie en integratie van zintuigelijke percepties. Subjectiviteit van reactie en materialiteit, zijn met elkaar verbonden en beiden bepalen de ervaring en interpretatie van objecten.

kamer

Repetitie als geheugen

Een machine is iets anders dan een gereedschap. Een gereedschap is er op gemaakt om repetitieve handelingen “te onthouden”  door de generaties heen. Het gebruik er van op zich, staat los van context, sociale lagering of cohesie binnen een gemeenschap. Het gebruik kenmerkt zich door een moreel imperatief (Sennett) te vertegenwoordigen tot werken voor het nut van de gemeenschap.

Sinds de industriele revolutie, leek de machine het werk van de ambachtsman te bedreigen. Het leek een fysieke bedreiging. De industriele machines werden niet moe van repetitieve handelingen, ze deden hetzelfde werk- uur na uur -zonder klagen.

Trendwatchers en futuristen zien- met de nadere introductie van robots en robotica binnen de arbeidsmarkt -een opleving van het artisane, het ambacht. Dit fijne werk kan vooralsnog niet door robots worden overgenomen. Niet vanwege de fijne motoriek, maar vooral vanwege het gebrek aan diepgewortelde, niet overdraagbare kennis, van design, gebruik, ruimte en context. De verwachte opleving aan ambachtelijk werk, is feitelijk al langer aan de gang, al kennen we het onder een andere naam. De economische crisis heet veel ZZP’ers gekweekt, het heeft een opleving aan gemeenschappelijke initiatieven veroorzaakt en een andere relatie tussen producenten en consumenten. Dit is goed waar te nemen binnen het verschijnsel “zelfgemaakte markt”. Een opleving van ambachtelijke beroepen, die we tot voor kort hebben aangezien als uitvloeisel van economische crisis, maar tevens een voorbode is, voor trends die we nu pas namen kunnen geven.

Objecten in musea

Objecten in musea zouden ons het meeste kunnen vertellen door middel van ons eigen lichaam. Aanraken, laten raken en laten aanraken. Maar objecten in musea staan er niet voor niets. Als ze interessant zouden zijn in het alledaagse leven, zouden ze daar in bijvoorbeeld Ikea wel een mooi plaatsje inruimen. Een Klippan bank, naast een Griekse amphora…. niet echt een voor de hand liggende keuze.

Toch, in het denken over artefacten, over spullen, dingen, is in onze westerse cultuur een duidelijke scheiding aanwezig tussen wat het ding als materieel object is doet en was, en waar het in theorie verder allemaal nog meer voor zou kunnen dienen. Objecten vertellen een verhaal, maar ze zijn er zelf geen onderdeel van… hooguit een toevallige passant en vervolgens een herkenbaar middel om het verhaal verder mee herkenbaar te maken.

De eigenlijke fysieke “real-time” zintuigelijke ontmoetingen met materiele objecten en de emotionele en intellectuele reacties die zij faciliteren, zijn nu juist de reden dat het object uberhaupt bestaat en dat wij het verhaal middels zijn kwaliteiten kunnen vertellen en begrijpen. Alleen moeten we niet vergeten dat onze zintuigen zijn opgebouwd uit lichamelijke ervaringen, uit reacties op dat wat materialiteit ons heeft kunnen overbrengen, middels aanraking, gebruik (denk aan gereedschap), geur (denk aan bloemen, gif) et cetera.

Onze interactie met objecten, bestaat uit informatie, materialiteit en de menselijke zintuigelijke percepties daar van.

Betekenis komt voort uit handelingen vanuit onderbuikgevoel, die connecties in het leven leggen en de lichamelijke voorwaarden daartoe. Ze krijgen pas betekenis als ons lichaam dit toelaat. Cognitief leren heeft anders weinig zin. (vrij naar Mark Johnson, 2008). Het grootste deel van onze cognitie en betekenisgeving, vind plaats buiten onze bewuste beleving.

Om te begrijpen wat de relatie van een object is, door de tijd heen, binnen verschilllende werkelijkheden en in verschillende contexten, ben je nooit helemaal volledig of correct. Wel zijn er manieren om kritisch, analytisch en met gevoel te kijken naar zowel object als gebruiker er van. Een methode die steeds meer navolging krijgt, is die van de biografie van het object. Je stelt het object vragen die je in andere vormen ook aan een mens zou kunnen stellen. In ethnografie en archeologie, een methode die veel gebruikt wordt. Later kom ik hier nog op terug in een blog over pathways en dwellings.


Sociale semiotiek

Ook vanuit de semiotiek- betekenisleer -is een flink onderzoeksveld beschikbaar met onderzoeksmethodieken die ons in staat stellen, de betekenis van een object en zijn materiele kwaliteiten, te ondervragen met een set aan resources, die tegelijkertijd onszelf vragen stelt.

In taal zit bijvoorbeeld heel veel informatie verscholen over een object en over onze relatie daartoe. Echter, kan het ook zijn dat ergens in de geschiedenis, wij A en B bij elkaar optelden- binnen een woord, gebruik, kleur, betekenis, die eigenlijk los van elkaar gezien moeten worden. Zo kan een klabats, niet de klanknabootsing van een zweep zijn, maar een verbastering van een heel ander woord.

Als we klank en beeld uit elkaar halen, of grenzen tussen waarnemingen weghalen of juist benadrukken, krijgen we vaak een heel ander beeld te zien. Of hetzelfde beeld, maar ineens lijken heel andere dingen op de voorgrond te treden of design-elementen die we belangrijk dachten, blijken een mindere rol te hebben gespeeld in de evolutie van het object en ons gebruik er van. In sociale semiotiek heet dat “segregatie” . Die twee (of meer) elementen uit elkaar halen, betekent dus ook een heel eigen en nieuwe manier van beschouwen van alle losse onderdelen, die nu in eens niet meer bij elkaar (lijken te) horen.

Om het object te begrijpen moeten we vooral herontdekken, dat we een object hebben leren kennen via ons eigen lichaam! Via aanraking, via gebruik. Het bevat ons geheugen, in hoe het werd geconstrueerd, waaróm het werd gemaakt en waarom van juist die hard- of zachtheid, en het bevat ons geheugen in het gebruik van het object zelf. Zelfs wanneer we een ons onbekend object zien, kunnen we door het gewoon op te pakken en te voelen, al een groot deel van het gebruik afleiden. Door het simpele feit dat het object in onze handpalm past, we het juist met een hele grove motoriek kunnen vastpakken, dat het een grote draai/zwaaicirkel heeft (een hamer bijvoorbeeld), dat het voor hard of zacht gebruik is, of het voor eenmalig of meermalig gebruik is. We hebben ons lichaam gebruikt in de productie, de noodzaak van het bestaan en creatie van het object, en in de practische toepassing er van. Een vorm van niet te articuleren kennis, die we ons herinneren via ons lichaam. Ook in de sociale semiotiek, is dit een vocabulaire- een resource waarmee je kunt proberen begrijpen en achterhalen. Een verzameling van semiotieke keuzes, die een specifieke context typificeren, heet een semiotisch register (Halliday; Van Leeuwen).

In een boek of in een advertentie kan men heel gemakkelijk suggereren dat bepaalde beeldelementen bij elkaar horen of juist niet, ook al is dat objectief gezien helemaal niet zo. Door slim te kaderen, bij plaatjes bijsnijden aan de randen van een pand of centreren van een groep bomen, suggereer je dat objecten, mensen of producten bij elkaar horen of juist niet. Ook door het “rijmen”  van bijvoorbeeld vorm van een parfumfles met “zachte” woorden of objecten met namen die heel zacht en lief klinken, link je de parfumfles aan diezelfde lieve en zachte betekenissen, die op alle niveau’s bij je op belletjes drukken. Ook in het fysieke leven, op school, in de bus, in het park en bij jou op het werk, worden deze trucs- zowel bewust als onbewust -toegepast, en ze beinvloeden ons begrip van de dagelijkse werkelijkheid, ons gevoel en ons gedrag. Zo kan een afdeling op een kantoor, precies laten zien waar de macht ligt, door ritme aan te brengen in de kantoorruimte. Door een kleine partitie aan te brengen, door strategisch geplaatste planten, door een bureau te plaatsen, net bij de overgang tussen tapijtkleur 1 en tapijtkleur 2. Verschil kan hem ook zitten in ander materiaal van de bureaustoel, directe en indirecte verlichting etc. Dit hoeft lang niet altijd te gaan over statusverschil willen aanbrengen, het kan ook gewoon een manier zijn om je te uiten, te onderscheiden of misschien toch promotietijger? De nuances zijn heel klein en geraffineerd. Maar hoe dan ook, leveren ze voer voor nieuwe modi van de wereld begrijpen en doorzien.

Tot zover deel 1. In deel 2 onder meer de rol van designers en de eigenschappen van de ruimte waarin wij ons huishouden voeren.

XD KORT: Ruimtes en het alledaagse ding, deel 2

Ruimtes en het alledaagse ding, deel 2

Het alledaagse: Huishoudens, kamers en spullen

Experience design strekt zich uit over vele disciplines. Bij ervaringen denken we al snel aan gebeurtenissen en objecten. De relatie tussen mens en object, mens en materiaal, mens en vorm en omgeving, is fascinerend. Het is op geen enkele manier een volledig overzicht, maar enkele relaties en designoverwegingen verdeel ik over 2 korte blogs.

Deel 1 is hier te lezen

Muurtje schilderen: Ze laten meer zien dan de kleur van de verf

Als de keuken verbouwd moet worden of de huiskamer, heeft dit best grote gevolgen voor de manier waarop men na de verbouwing met elkaar samenleeft.

Veel mannen besteden het doe het zelven liever uit. Een van de verklaringen is dat conventie en biologie voorschrijven, dat de man voor hen als man “acceptabel” gedrag moet vertonen, wat de gelijkwaardige relatie tussen de man en vrouw kan doen kantelen of zelfs ontwrichten. Het is natuurlijk niet alleen een kwestie van zwaar werk aan kunnen. Door gebruik van de gereedschappen, configureert (in dit geval) de man, de huiskamer en enkele belangrijke boodschap-medierende objecten daarin. Een muurtje, de bank, de grote zware objecten et cetera. In dat geval is de man de inrichter van de ruimte die de interactie gaat reproduceren. Bovendien is de aanschaf van gereedschappen een klein risico. We zijn doorgaans huiverig voor het aanschaffen van apparaten of spullen die we eigenlijk niet gebruiken. Het geeft ons het idee dat we ergens in gefaald hebben. In het geval van gereedschap, zijn dit onderdelen die voor een heel specifiek doel worden gebruikt- dus niet vaak -en het gebruik er van vergt specifieke vaardigheden. Sommige sociologen zien dit als een verklaring van de populariteit van ” het mannetje”  die komt schilderen, en tevens als verklaring waarom vooral mannen zo vaak commentaar hebben op het geleverder werk.

Design van alledaagse objecten

Een product heel precies kunnen gebruiken en toch niet goed weten wat je nu precies doet met welke organen van het ding. Heel snel en precies kunnen typen of een telefoonnummer intoetsen op je mobiel, en toch niet de toetsen uit je hoofd in de goede volgorde kunnen zetten. De handeling heel precies uitvoeren en toch niet precies weten. Dat kan omdat niet alle kennis voor het gebruik van het ding, in je hoofd zit. Een groot deel daar van zit al in de wereld zelf en een deel zit in de begrenzingen van die wereld. Je gedrag is bepaald door combineren van informatie in je hoofd en informatie in de wereld. Zo kan de samenstelling van het materiaal van het object al een aanwijzing voor gebruik zijn (design-affordance), waar je niet bij hoeft na te denken. Je slaat goed hard op een trommel omdat je weet dat het juist de bedoeling is hard te slaan, wil e er een hard geluid uit krijgen, de keyboard van je computer is wel gemaakt van plastic maar er zit ook gevoelige apparatuur onder, dus erg hard kun je er niet op slaan. Echter kan het ook zijn dat het klikgeluid van je toetsen een bepaalde stevigheid vertegenwoordigd.

De mens, gemaakt door de technologie die hij maakt

Technologie is niet alleen een instrument, gebruikt door mensen. Technologie construeert de mens, hun lichaam en hun identiteit.

Spullen, dingen, objecten, Ze geven- naast het object zelf -niet alleen een relatie of betekenis weer, vertegenwoordigd door de fuctie van het object zelf. Ook het basismateriaal, het design, kleuren, tactiele eigenschappen- de materiele eigenschappen van de materiele cultuur, hebben betekenis in ons handelen in het dagelijks leven. Objecten worden vaak gezien als sporen van sociale relaties en van macro-sociale trend. Een huishouden is efficienter gaan handelen, door de hoeveelheid moderne (keuken)apparaten die er zijn bij gekomen. Objecten vormen hun gebruikers. Objecten zelf, blijven stabiel van vorm, maar de betekenisen emotionele attributie  van het gebruik is vloeiend en blijft dat ook.
In alledaagse situaties, is het gedrag bepaald door de combinatie van interne of geinterneerde kennis en externe informatie en begrenzingen. Dat pikken we heel snel op. Zo zal een typiste sneller leren typen wanneer ze/hij niet naar het toetsenbord kijkt bij het typen maar naar het scherm. De meeste kennis die je daar voor nodig hebt, zit al in de wereld. Mensen zoeken die combinatie ook actief op. Niet alleen door verplaatsing, maar ook door de ontwerpen die we als mens maken en gebruiken, door de materialen die we om ons heen hebben.

Als we aan de toekomst denken, en denken over hoe technologie en energie er in de toekomst zal uitzien, zijn we geneigd te denken over heel complexe, bijna ondenkbare toepassingen. Op de vraag: hoe zou het er dan uit zien, zal men snel antwoorden met superlatieven van glans, strak, vlak en handzaam.

Wat men soms mist, is het besef dat datgene wat ons met de toekomst en het verleden verbindt, in het alledaagse leven: Het alledaagse leven! Daarin speelt de mens natuurlijk een centrale rol. Met alle beperkingen die daar bij horen. De mens is gewend producten te gebruiken, niet alleen om de toepassing zelf of het vernuft of gebruiksgemak er van, maar het is een voorwerp of product dat op vele manieren onze dagelijkse bezigheden met elkaar verbindt en in elkaar doet over lopen.

Een veel voorkomend verschijnsel is dat designers, productontwikkelaars, R&D en researchers, producten vaak zien als iets voor individueel gebruik en niet voor massaal gebruik. Op individueel gebruik, is het design van de meeste producten dan ook gebaseerd. In onderzoek naar koopgedrag, gaat men vaak uit van een direct en rationeel raamwerk van individueel vraag en aanbod, terwijl grote groepen in het designdenken worden gezien als sociaal dom en normen en regels volgzaam volgen. Analyse gebaseerd op de praktijk van het alledaagse, plaatst belangrijke richtpunten op de organisatie van de praktijk en de momenten waarop die samen komen met consumptie.

robot Wireframe

Designen voor de toekomst: nog user-centric?

Ook voor het design van de toekomst, is het belangrijk dat designers en futuristen zich ook bezighouden met de redenen waarom mensen objecten en bronnen gebruiken en hoe deze behoeften noden tot stand komen, binnen de context van het alledaagse leven, als baden, douchen, eten en drinken, koken en de was doen. Een uitdaging voor ons en voor futuristen, is bedenken hoe we in de toekomst objecten ontwerpen die buiten ons lichaam en eigen geest geplaatst zijn. Niet omdat ze vergezocht zijn, maar omdat we 10 vingers en 2 voeten hebben, een fiets uitvinden voor iemand met 5 voeten, is zo ver van ons bed, dat zal niet in ons opkomen. Bovendien- heet het dan nog wel een fiets? Of heet je dan nog wel mens? Echter, alvast nadenken over hoe je een kinderwagen veilig genoeg kunt maken, zodat je zorgrobot er zonder kleerscheuren mee over straat kan… Dat is niet zo ver weg!

Consumptie is iets anders dan het leven zelf. In het geval van stroom, gas en water bijvoorbeeld, is het verbruik er van niet een alledaagse praktijk, maar eerder een moment in de alledaagse praktijk.  Ze consumeren dus energie, zodat ze de dagelijkse handelingen kunnen uitoefenen, die het alledaagse leven mogelijk maken. Het is typisch een voorbeeld van het alledaagse, zo alledaags dat ze naar de achtergrond verdwijnen. Onopvallende consumptie. Te vergelijken met wandelen n de stad van A naar B, zonder de tussenliggende periode en afstand als deel van de activiteit te zien.

Scheiding.

Het moderne woon- en gezinsleven is een scheiding van de wereld van productie en die van consumptie. Dat betekent dat objecten en producten niet meer de physieke aanwijzingen voor gebruik, in vorm hebben en tevens geen aanwijzingen voor sociale context van de productie. Dat gebrek is voor de industrie handig maar ook voor marketing en branding, omdat het een gigantische leegte achterlaat, in het gebruik van het product, die kan worden opgevuld met betekenis via de producenten. Met andere woorden: de diepgewortelde patronen van eten en drinken met de daarbij behorende sociale interactie die- laten we wel zijn -ook zonder grote producenten plaatsheeft -worden opgevuld met nieuwe varianten van wat we al gewend waren te doen, maar door voorschrijden van de tijd, zijn vergeten te articuleren. (Maycroft)

Het is temeer onopvallend, juist omdat de meeste consumptie plaatsvindt achter de gesloten deuren van het huishouden. Daarbij gebruikt de mens bij voorkeur het privedomein andere voorwerpen dan in het publieke domein: een stage en een backstage. De goeie jurk voor buiten, de versleten ochtendjas voor binnen.

Tot zover deel 2.

Deel 1 is hier te lezen

Binnenkort deel 3

Citizen Science: Een willekeurig overzicht

Citizen Science

Wat is het verschil tussen crowdsensing en citizen science? Citisen science doet echt een beroep op niet-wetenschappers, om een vrijwillige bijdrage te leveren aan wetenschappelijk onderzoek.

De mogelijkheden om aan allerlei vormen van datacollectie te doen, zijn zo veelzijdig en toegankelijk geworden, dat er al meer onderzoeksdata is, dan er wetenschappers beschikbaar zijn om ze te vertalen naar daadwerkelijke kennis.

Bij crowdsensing zijn er heel veel kleine noden, die afzonderlijk van elkaar een bestaan leiden, maar die allen samen, een groot “voel-orgaan” vormen.

De grote uitdaging die crowd sensing ons geeft, is het de kwestie van privacy. Crowdsensing is in toenemende mate een tool voor bedrijven om biometrische en andere data te verzamelen en te gebruiken voor commerciële doeleinden. Hoewel het een techniek is die veel weg heeft van citisen science, is het verschil in gebruik van de vergaarde data, er een om bij stil te staan.  Willen we dat in deze fase van ontwikkeling, bedrijven die macht al krijgen? Wie data kan laten zien aan de wereld, heeft heel veel macht. Ontwikkelingen kunnen zó nauwkeurig in kaart worden gebracht, dat een ontwikkeling die op de grond vanuit de mens plaatsvind, eigenlijk geen issue is. Waakzaam moeten we zeker zijn en tegelijkertijd is het een hele mooie ontdekkingsreis.

Crowd sensing heeft belangrijke voordelen ten opzichte van andere onderzoeksmethoden als draadloze sensor-netwerken (WSN), waarbij sensors strategisch geplaatst zijn om representatieve data te verkrijgen om de wereld mee in kaart te brengen.

Lookout_App_Genome_Project_Infographic_072610_smaller

Static sensing kent nadelen als gebrekkige representatie, hoge kosten voor installatie en onderhoud, en ze zijn moeilijk te schalen. Mobiele crowd sensing werkt via de verschillende draagbare mobiele apparaten die we met ons meedragen. Evenals een toenemende hoeveelheid aan “wearables”-draagbare kleding, accessoires en voorwerpen die kunnen meten, data verzamelen en verzenden. Dit zijn ook objecten die we als mens gebruiken in het alledaagse, en uitstekend geschikt om als crowd sensing-device te gebruiken.

De techniek om wearables te creeeren, er data in op te slaan en er uit te halen, is nu al open source. Mobile crowd sensing kan lokale kennis verzamelen door sensors in mobiele apparaten. Bestaande standaard sensors en steeds meer geavanceerde sensors. De data is te koppelen aan locatie, lichaam en context

Wetenschap of alleen data?

Er zijn veel open-source platforms om aan vormen van citisen science toen. Ook visualisatie en vormen van interpretatie van de data. De aard van de onderzoekstool, bepaald in hoge mate ook het type onderzoek.  Er is ook controverse. Zo zou kwalitatief wetenschappelijk onderzoek onder druk komen te staan vanwege de grote overvloed aan kwantitatieve onderzoeksmethoden en ethnografisch-biografische onderzoekstools. Waarbij in het laatste geval het probleem hem juist zit in de ontleding en interpretatie van de cijfers. Juist in een tijd waarin de nadruk zeer ligt op data, is het belangrijk dat de wetenschappers ook onpartijdig en vrij onderzoek moeten kunnen doen.

MicroPasts banner
Micropasts

Bij door CS verzamelde data, hebben researchers het soms moeilijker om hun werk gepubliceerd te krijgen in wetenschappelijke tijdschriften. Dat de wetenschappelijke wereld veranderd door citisen science is natuurlijk een feit, evenals de vele fantastische mogelijkheden die het ons geeft. Voor het eerst kunnen we bijvoorbeeld menselijke gedragingen in beeld brengen die we nog niet kenden. Je ziet langzaamaan wel een verschuiving, nu de methoden algemener bekend zijn. Dit laat ruimte aan wetenschappers om op een verantwoorde manier, de vele mogelijkheden van publiekswetenschap, ten volle te benutten.

Participatie of er gewoon toevallig zíjn?

Er zijn verschillende soorten van participatie vanuit het publiek. Zelf aanmelden bij een open source community en van de tools gebruik maken om mee te visualiseren. Dan rijst de vraag al snel waar het wetenschappelijk gehalte is en hoe dat gewaarborgd is. Het is niet fout of verkeerd, maar het is geen wetenschap bedrijven. In dat specifieke voorbeeld zou ik dat meer onder entertainment plaatsen. Wat me meteen brengt op de soorten tools en methoden. Die zijn een mix van tools en omgevingen, die vanuit een wetenschappelijk perspectief of een bepaalde noodzaak werden gelanceerd. Een tweede variant is een engagement-tool voor bedrijven en belanghebbers. Een derde is die van een placemaking tool voor overheden, events, urban planners en voor toerisme.

Sommige CS omgevingen, kondigen onderzoeken aan, waaraan mensen kunnen meedoen. Of ze dragen zelf onderwerpen aan. Daar kleeft vaak het probleem aan, dat deelnemers niet altijd de directe resultaten van hun deelname kunnen zien. Open-end onderzoeken.
Er zijn wetenschappelijke onderzoeksgebieden waarin het al veel langer gewoon is, dat niet-wetenschappers een deel van het onderzoek doen. Amateurarcheologie, bijvoorbeeld. Lokale mensen die een heel specifieke kennis van de gemeenschap hebben of bekend zijn met de microtoponimie ter plaatse. Zo werd een classificatiesysteem opgezet voor bodemvondsten, waardoor veel informatie behouden kon blijven. In die richting zie je vaker citisen science omgevingen, die een curator hebben of op een andere manier ‘veiligheidsvoorzieningen’ hebben aangebracht. In de vorm van trainingen aan vrijwilligers, bijvoorbeeld. Zo kunnen niet-wetenschappers vaak datasets verzamelen van gelijke kwaliteit als die van wetenschappers; door training, scholing en high-performance computing tools.

Het dilemma van niet meer toevallig

Eigen aan crowdplanning op deze grote schaal, is dat het gaat om heel concrete, site-specifieke designvoorstellen om de stad mee vorm te geven, in plaats van generieke strategieën of theorieën. Dat is wel een behoorlijke ingreep. Een manier van sensing krijgen en er een andere voor moeten opgeven. De mens is zelf nl. ook een belangrijke sensor voor zowel milieu en omgeving als voor het leven  tussen de gebouwen in, de betweenness van de stad.

Dat heeft grote gevolgen voor ons denken, voor ons gevoel voor rechtvaardigheid, voor het kunnen vinden van een gemenschappelijkheid binnen een politieke arena… hoe die er ook mag uitzien over 20 jaar. Het is een verlies aan ambiguïteit in ons denken. Netwerken ontwikkelen is absoluut noodzakelijk. Elk pleintje, elke straat, elke speeltuin… Ze liggen in de wijk en de stad, naast elkaar, waar ze een netwerk vormen, en onderling vormen ze een veel groter netwerk.  Netwerken die gebonden zijn aan locatie, aan localiteit. Virtueel zijn verbonden aan een plek, middels attributie.

Een cloud is niet een virtueel, dood ding. Zoals bij eencellige dieren en bij mieren, kent ook de cloud een swarming-effect. Wat wij in het echte leven een publieke opinie zouden noemen, heet in een cloud een te manipuleren algoritme, waarmee de werkelijkheid valt te manipuleren. Het klinkt als een slechte science fiction film, maar het is daadwerkelijk mogelijk om met algoritmen een virtueel spontaan ontstane emergente kracht door swarming, te beïnvloeden.

Public Lab  Thermal photography
Natuurlijk gaat het bij citizen science niet alleen om wetenschappelijk inzicht maar zeker ook om zélfinzicht. Het is van belang dat we als publiek zo snel mogelijk deze mooie technologie de publieke arena binnen trekken. De quantified self is geen speelgoed meer.
Via de pagina links en tools, nog veel meer tools, software, onderzoeken en omgevingen, in de resp. rubrieken.

 Enkele tools en omgevingen

Citizen Science Alliance

Heel gave projecten!

Solar stormwatch
Solar stormwatch
Galaxy zoo
Galaxy zoo

http://www.citizensciencealliance.org/projects.html

Whale.fm: Walvissen luisteren, classificeren en mappen

Orca’s kunnen op redelijk ontwikkelde manier met elkaar praten. Ze hebben zelfs dialecten. Luister hier naar de vele varianten.

Micropasts: Crowdsourcing history

Help researchdata van hoge kwaliteit te verzamelen. Voor taken waarvoor menselijke intelligentie nodig is. Doe mee aan verschillende projecten via het platform (Pybossa)en zie meteen de resultaten.

MicroPasts banner

http://crowdsourced.micropasts.org/

 SciStarter

Vind, draag bij en doe mee aan de wetenschap, door recreatieve activiteiten en citisen science research.
scistarter

The Citizen Science Association

Vanaf de grond of door technologie gemediëerde crowdsourcing, er is een snelle verhoging van publieksparticipatie in wetenschappelijk onderzoek. Dit succes vraagt om toewijding van zowel vrijwilligers als wetenschppers en specialisten.
Men geeft vorm en implementeerd projecten en data.

citizenscienceassociation

Extreme Citizen Science

Extreme Citizen Science brengt wetenschappers uit verschillende gebieden samen, om bij te dragen aan methodologieën om gemeenschappen citizen science projecten te starten.

https://uclexcites.wordpress.com/

Gerelateerde research:  Mix4Crowds-Toward a framework to design crowd collaboration with science

On-line Citizen Science

http://blogs.plos.org/citizensci/

Samenwerking tussen professionals en citizen scientists om in co-creatie ontdekkingen te doen.

CritizenGrid

CritizenGrid is de mission  control centre voor alle applicaties in Citizen Cyberlab.

http://citizencyberlab.eu/platforms/cloud-infrastructures/

IGoR

http://igor.wikidot.com
http://scistarter.com/project/917-Independent%20Generation%20of%20Research?tab=participate

Faciliteert wetenschappelijk onderzoek door amateur wetenschappers en wetenschaps-enthousiastelingen. Iedereen kan een onderzoeksvoorstel doen.

Public Lab

Gemeenschap waar je skills kunt leren over het houden van onderzoeken naar milieuvraagstukken.

http://www.publiclab.org

GeoKey

Of je nu de geschiedenis van je buurt in kaart wil brengen, data verzamelen om zaken te identificeren die de  lokale overheid moet oplossen, breng de verborgen juweeltjes in je omgeving in kaart.

Verzamel, deel en praat over lokale kennis. GeoKey is een infrastructuur voor colkaboratieve mapping.

De mobiele applicatie bied mogelijkheden aan complexe projecten, maar heeft ook begrijpelijke, toegankelijke tools voor kleinschalige projecten, geheel online. Inclusief GPS toepassing en verwerking van foto’s. Zie http://www.epicollect.net/

http://geokey.org.uk/

epicollect

QGIS

Een vrij en open source geografisch informatiesysteem

qgis-grass_data-preview1

http://www2.qgis.org/nl/site/

 Open PDS: Persoonlijke data anoniem gemaakt (MIT lab)

Geo data staat op de tweede plaats van meest gemeten informatie via smartphone apps. Open PDS verstuurt code, geen data- aldus de site.

Gerelateerd onderzoek:

openPDS: Protecting the Privacy of Metadata through SafeAnswers

http://openpds.media.mit.edu/#architecture

XD KORT: Ruimtes en het alledaagse ding deel 1

Ruimtes en het alledaagse ding, deel 1

Het alledaagse: Huishoudens, kamers en spullen

Experience design strekt zich uit over vele disciplines. Bij ervaringen denken we al snel aan gebeurtenissen en objecten. De relatie tussen mens en object, mens en materiaal, mens en vorm en omgeving, is fascinerend. Het is op geen enkele manier een volledig overzicht, maar enkele relaties en designoverwegingen verdeel ik over 3 korte blogs.

Vanuit de keuken naar de televisie

Door routines, onthouden we zaken die we anders zouden vergeten of niet opmerken. Ze fungeren als een belichaming van persoonlijk EN familiaal geheugen. Je gebruikt je lichaam en je zinnen om dit geheugen aan jezelf en aan andere gezinsleden te communiceren. Daarnaast zeg je daarmee ook aan mensen buiten het gezinsleven, in welke mate je bent aan te spreken, buiten het ritme en de routine om. De belichaming van routines, helpt om het leven wat eenvoudiger en aangenamer te maken.

Je bewegen is ook een vorm van geheugen. We hebben als mens bewegingen ontwikkeld en geincorporeerd (embodiment), die ons helpen onthouden hoe snel we moeten lopen, hoe we de omgeving moeten herkennen, hoe de ander ons herkent al wel of niet bedreigend. Kijk maar naar het fenomeen van gesynchroniseerd lopen. Vooral bij mannen heeft dit een duidelijke betekenis die vanuit de oertijd te verklaren valt. Als je met heel veel mensen tegelijk in een grote groep, je het zelfde beweegt, en op het zelfde ritme, is het voor eventuele vijanden heel moeilijk in te schatten of en hoeveel kleinere en zakkere exemplaren er tussen zitten. Met heel veel tegelijkertijd bewegen geeft ook aan het collectief het gevoel, groot te zi. Dat schept dus eenheid. Geen vreemde gewaarwording als je in aanmerking neemt dat we ons meer bewegen op het door een ritme aangelegd systeem, dan op een zelfverkozen ritme. Zelfs de straat in de stad is er op ingericht dat we zo snel mogelijk van A. naar B. kunnen gaan. Het moment daartussenin, zien we nauwelijks als tijd. Vrij vertaald naar de Certau: Turning walking into innovative ways of production, instead of wasted time between A. and B. 

Serialiseren van tijdsbeleving

Hoe lang mag iets duren? Een uur of kwartier, dat kan. Maar er zijn nog zo veel meer eenheden waarmee je een activiteit in tijd kunt uitdrukken. Bijvoorbeeld in series of in srequenties. Een verzameling aan activiteiten kunnen ook een sequentie vormen, die gelijk staat aan een gezamenlijke beleving van tijd, door de leden van een huishouden. Dus in plaats van zeggen tegn de kinderen dat we naar het park gaan, maar dat we eerst moeten koken, dan tafel dekken, dan eten, afruimen en afwassen, zeg je ¨vanavond¨- wat voor een klein kind alles kan betekenen, maar het betekent in elk geval ná het eten. Een sequentie aan gebeurtenissen die niet noodzakelijk afzonderlijk even lang duren, maar in zijn totaliteit een bepaalde lengte of duur vertegenwoordigen. Misschien niet direct begrijpelijk voor de tijdsbeleving van alle gezinsleden, maar door het gedrag in huis, door looppatronen en gebruik van technologie, weet je toch wat er mee bedoeld werd. Televisie speelt daarin een belangrijke rol. De uitzendschema´s voor televisie, zijn heel bepalend voor de dagelijkse constructie het gezinsleven. Aan het geluid van de gong van het journaal, weet je dat je als kind over een half uur naar bed moet. In ieder geval zorg deze tijdsbeleving er voor, dat de verschillende gezinsleven, op zeker moment op hetzelfde moment, in een ruimte zijn of elkaar passeren. Bij hetjournaal bijvoorbeeld.

w2 ruimte

Dit patroon is gezet en geïntegreerd binnen de dagelijkse routines van het huishouden. Het komt samen met de organisatorische behoeften en eisen voor het alledaagse leven.

Alledaagse en sexe

Ons alledaagse leven is georganiseerd via allerlei ruimtes e omgevingen met een specifieke functie: eten, slapen, werken, sporten etc. Deze pleken, waar de elementen zijn gearrangeerd voor specifieke doeleinden, zou je kunnen zien als een organisatie van macht. In dit geval bedoeld om het gedrag van mensen te kanaliseren. Door onze handelingen, de instrumenten die we gebruiken, de mededelingen die we horen en lezen, de beelden die we zien. Aangenomen dat elke plek sexe ensceneert, betekent dat niet alleen een zekere distributie van obecten zelf, maar ook de details in combinatie met objecten. Een wijze van overdracht die verschil in sexe zowel vertegenwoordigd als uitlokt.

Er is natuurlijk een groot verschil tussen leven in een wereld waarin nu eenmaal verschillen bestaan- ook tussen man en vrouw -en in een omgeving leven waarin het leven zo is geconstrueerd dat vrouwen daarbij achtergesteld worden. Toch is er veel aan alledaagse zaken, omstandigheden en voorwerpen, die een bepaalde rol van zowel man als vrouw ¨dicteren.¨

Sexe is feitelijk een opvoering, een citaat van alle voorgaande opvoeringen van sexe. De herhaling van die scenes, is de tijdelijke eigenschap van “identiteit”.

Zo keek men in onderzoeken naar de layout en fysieke kwaliteiten van sportscholen, waar zowel mannen als vrouwen kwamen. Bestaan er mannelijke apparaten en vrouwelijke apparaten?

Een mannelijk apparaat, heeft meer gadgets en is groter dan een vrouwelijk apparaat. Dat maakt het mannelijke apparaat intimiderender en minder aantrekkelijk voor vrouwen. De vrouwelijke varianten hebben meer kleuren, de mannelijke vooral koele kleuren als zwart, donkerblauw en zilver. Rood is een warme kleur die voorzal door mannen en zuid-europeanen gewaardeerd is.

Door gebruik van objecten, door de reparatie van de klok, het gebruik het koffiekopje, zijn we niet zomaar ‘consumenten’ van goederen, maar producenten van inhoud, van betekenis. De rol van objecten begint niet bij de aanschaf van een artikel en eindigt niet bij het weggooien er van. Het object heeft gediend als mediator, als verdeler van een kamer (bij groetere objecten), bij de orientatie op de ruimte, door de kinderen, ze onderhielden een betekenisvolle relatie tussen familie, vrienden en sociale netwerken.

Het is niet alleen de bloempot die toevallig links op de tafel staat, of een beelde net op die hoogte, bij de deur. Het is een compleet idioom, een georganiseerd en geselecteerd systeem van objecten. Niet toevallig is de huiskamer een belangrijke “tempel”  van betekenisvolle obecten t..o.v. de placering. In de eerste plaats is de huiskamer een transactionele ruimte voor het huishouden, geladen met betekenis creatie en identiteit voor degenen die daar  in verblijven, Ten tweede is het de ruimte voor selectieve contacten met de buitenwereld. Het dient derhalve als de ‘interface’ tussen de private en openbare wereld, waarin de materiele zaken gezien kunnen worden als een actie voor jezelf en voor familierelaties, beladen met betekenis.

Tot zover deel 1.

Klik hier voor deel 2

Klik hier voor deel 3

XD KORT: Jan de wandelaar: alledaags wandelen in de openbare ruimte

XD KORT: Jan de wandelaar: alledaags wandelen in de openbare ruimte

Uit empirisch onderzoek is bekend dat voetgangers een vrije, niet geblokkeerde wandelrichting kiezen, maar houden er niet van om teveel van een rechte route af te wijken.

Het vreemde is, dat we als voetgangers onze manier van lopen, stilstaan, plein oversteken, navigeren, vooral toeschrijven aan persoonlijke keuzes.  In onze perceptie- wanneer we er achteraf naar gevraagd worden -spelen omgevingsfactoren nauwelijks een rol in het gebruik van de ruimte. (Milloniga;  Schechtner;)

pedestrian verkeersbord

Het is ook begrijpelijk dat we dit vooral met persoonlijke keuzes associëren. Beslissing, actie en beweging horen immers bij elkaar. Als je kijkt naar hoe mensen in een stadsbuurt met elkaar relaties onderhouden, zie je dat dit voor een groot deel komt door de “wandel-arena’s”, de corridoors tussen de woonbuurten en de stadsomgeving (voor zaken/commercie), waar buurtbewoners heen gaan voor alledaagse noden en plichten, als groenteboer en brievenbus. Men zal niet zo snel de eigen straat aflopen om daar mensen te ontmoeten, maar op zeker moment komt men elkaar binnen de wandel-arena’s toch tegen. Zo niet iemand die je direct kent, dan wel iemand die een paar graden van je verwijderd is, door middel van andere contacten.

  Hoewel we vaak denken dat we heel individueel acteren, is het vormen van samen- en medewerkingspatronen tussen mensen in de openbare ruimte, een fenomeen waarmee heel snel sociale ordening plaatsheeft, binnen een heel korte tijd.  Het is verrassend hoe mensen die elkaar vreemd zijn, in enkele seconden op elkaars bewegingen en gedrag zijn afgestemd, wanneer zij in min of meer de zelfde omgeving zijn opgegroeid. Dat wijst op een sterk cultureel bepaalde manier van bewegen tussen mensen van verschillende culturele achtergronden, in iets ogenschijnlijk heel simpels als willekeurige ontmoetingen tussen voetgangers

 Stilstaan in de stad

Een moderne stad is van een stad waarin consumenten wonen, naar een stad gegaan die bestemd is voor productie. Produceren dat doe je ergens waar mensen, mogelijkheden en materialen zijn. En die zijn op een plek. Een moderne metropolis heeft alleen maar plekken. De weg naar een plek toe, het vertrek vanaf een plek… het is niet productief, zo lijkt het. Daartoe is ook de stad ingericht. Plekken waar je als voetganger eigenlijk niet gewenst bent, zijn te herkennen aan grote blinde facades, aan  puien waar nauwelijks ramen in zitten,

Het verkeer gaat er gemiddeld 60 km per uur, terwijl jij als wandelaar gemiddeld 5 kilometer per uur loopt. Het duurt lang eer je een bord ziet, en als je hem ziet, zijn de letters groot en van dichtbij moeilijk te lezen. Dat is een ritme, gemaakt voor automobilisten. Jij als voetganger kunt zo veel meer zien en opmerken. Aangezien je als voetganger zo’n 5 kilometer per uur loopt, heb je voldoende tijd om de omgeving in e op te nemen. Visueel contact is heel dichtbij en persoonljk voor voetgangers op het trottoir. Het ritme waarin die mogelijkheden worden geboden, is dus cruciaal voor de rijkheid van de voetgangerservaring. Het aantal deuren, ramen, holtes en kolommen, etalages en details.

Hoewel onze visuele perceptie van publieke ruimte natuurlijk afhangt van viewpoint en afstand, is de snelheid waarmee we lopen cruciaal. Ons lichaam is van nature ontworpen om waar te nemen en impressies te verwerken, bij beweging van ongeveer 5 kilometer per uur. De architectuur in sommige delen van de stad, komt overeen met deze snelheid. Te voet manouvreren gaat makkelijk en voetgangers kunnen dichtbij de gevels komen. Aanwijzingen en borden kunnen van dichtbij worden bekeken en kunnen ook kleiner zijn en verfijnder.

Over dit onderwerp is onnoemelijk veel literatuur geschreven en onderzoek verricht. Al een jaartje 45 kunnen we van voetgangers uitgebreide simulaties maken, waar we veel kennis aan te danken hebben. Door betrokkenheid van andere disciplines als menselijke geografie, urbanistische studies, biofilie et cetera, kunnen we de voetganger nu op een veel meer holistische manier bekijken. Er worden gedragingen zichtbaar bij voetgangers in de stad, waarvan we tot voor kort nog geen weet van hadden. Later in andere blogs daarover meer!

Het alledaagse: Zaken om niet dagelijks bij stil te staan

Het alledaagse: Zaken om niet dagelijks bij stil te staan

De stroom van alledaagse gebeurtenissen zijn geen zaken waarbij je dagelijks stil staat. Zo sta je zelden stil bij de beperkingen die ons worden opgelegd of die wij onszelf opleggen, door alleen maar “te zijn”, te bewegen, te bestaan, de kinderen op te voeden of de keuze van onze woonlocatie.

The bleedin’ obvious ?

John Cleese zou zeggen, the laws of the bleedin’ obvious. Maar zo voor de hand liggend is het alledaagse leven bij nadere beschouwing toch echt niet.

Zo kan een door-en-door geëmancipeerd gezin, toch onbewust kiezen voor een beperking aan bewegingsvrijheid voor de vrouw, door in een gebied te wonen waarvan je denkt dat de afstand tussen huis en werk voor zowel man al vrouw evenredig groot of klein is, maar de ruimtelijke layout van de wijk waarin je bent gaan wonen, als jong gezin, dicteert door aanwezigheid van faciliteiten, een fysieke beweging om het gezin te kunnen onderhouden, die uitgerekend voor de vrouw van het stelletje tot een ‘gevangenis’ kan verworden.

Haast hebben en tijd-tekort, hebben natuurlijk met elkaar te maken. Je hebt weinig tijd om de dingen te doen die je moet doen, maar vooral heb je haast omdat je- naast de dingen die je moet doen- ook nog tijd over wil hebben om de dingen te doen die je het liefste doet. Toch richt je voor jezelf- alleen al door het haast hebben, een raamwerk in, waarin je doet wat je moet doen juist een zeker tijdsframe faciliteert, waarin dat mogelijk is. Met andere woorden, je kunt doen wat je moet doen, sneller doen dan je ze normaal doet, in de hoop meer tijd te hebben voor de leukere dingen, maar alle faciliteiten om te doen wat je moet doen, zijn er op gericht dit te faciliteren binnen het ritme waarin je dat normaal ook al doet. De kinderen van school halen bijvoorbeeld- dat moet en misschien kun je na die rit iets leuks gaan doen- maar de kinderen moeten bij thuiskomst het kopje thee en koekje krijgen, de kinderen kunnen bij elkaar gaan spelen- wat betekent dat de moeder van de klasgenootjes zich ook aanpast aan jouw ritme, en ga zo maar door. Toch is het alledaagse steeds minder gebonden aan plaats, maar des te meer nog aan routine. (Van Eijk).

Dergelijke geinstitutionaliseerde ritmes maken het gemakkelijk om te kunnen bepalen wat de ander op een zeker moment aan het doen is en om je eigen ritmes daar op aan te passen. Aan de andere kant betekent het ook dat inbreuk op die ritmes, inbreuk is op routines die voor een ander huishouden cruciaal zijn om hun leven mee te kunnen sturen en vormgeven.

Op welke alledaagse verschijnselen, baseren we het ritme in het alledaagse huishoudelijke leven?

  • Uitzendtijden van televisieprogramma’s;
  • Journaal-uitzendingen;
  • Schooltijden;
  • Eten: ontbijt, diner;
  • Scripts: voorgeprogrammeerde sets aan gedragingen;
  • Fysiek gebruik van de ruimte binnenshuis;
  • Taalgebruik;
  • Technologische toepassingen;

Dat is natuurlijk geen volledig overzicht en wellicht komt het vrij vanzelfsprekend over, maar daarin ligt dan ook meteen de kern van het alledaagse. Verschillende takken van wetenschap houden zich bezig met “spaces” in de stad, met die van pleinen en hoven. Echter speelt een wezenlijk deel van ons bestaan zich af achter gesloten deuren.

Deze onderdelen, faciliteren het noodzakelijke informatieverkeer tussen de verschillende gezinsleden, op verschillende manieren. Het gebruik van de verschillende ruimtes en communicatieve functies daar van, binnen een huishouden bijvoorbeeld. De eettafel is een voor de hand liggende, maar de tijd voorafgaande aan de avondmaaltijd, wordt meestal in de huiskamer doorgebracht, waarbij de grenzen voor gebruik van de ruimten voor de komende periode (eten, avond, nacht) worden bepaald. en daarmee ook een deel van het gedrag.

image

Ook objecten binnen het huis bepalen gebruik van beschikbare tijd en de manier waarop we ons dagelijks leven vormgeven. De placering van stoelen rondom de eettafel bijvoorbeeld. Welke stoel staat het dichtst bij de ingang naar de keuken? Wie zit daar en waarom? Wat zegt dit over de rolverdeling binnen het huishouden? Conventie suggereert al snel de vrouw, als antwoord op bovenstaand voorbeeld. Rolbevestigend- ja -maar heeft het ook communicatieve kwaliteiten? De positionering van die stoelen met de vrouw van het gezin als gebruiker van die plaats aan tafel, zorgt ook voor de mediering van voedsel, van structuur (die van de maaltijd), het tempo van de avond (eten we gehaast of op ons gemak), het sluit een ritme af (dat van de dag) en het gebruikt de maaltijd in de huis/eetkamer als moment om de gebruikte ruimte in huis opnieuw te definieren.

Zo was de huiskamer- voor de maaltijd -de plek waarin ongecontroleerd contact werd toegestaan middels de whatsapp van dochterlief en Facebook gesprekken van zoonlief, dat vader een deel van de familiale collectieve ruimte opgaf door een hoofdtelefoon te gebruiken voor muziek en waarin moeder de ruimte een hybride functie gaf, door heen en weer te lopen tussen keuken en huiskamer, waarmee ze de communicatieve grenzen van de huiskamer en het gezinsleven, verbond aan een fysiek ritme: dat van haar en dat van de komende maaltijd. Het is niet voor niets een geliefd onderwerp binnen de feministische literatuur. Ongewild dicteert ritme, ruimtelijkheid en het alledaagse, nogsteeds een raamwerk voor gender-specifiek gedrag.

Heel specifieke plekken binnen het huis of binnen ruimtes, hebben belangrijke symbolische eigenschappen, die het gezinsleven mede medieren. Zo is de eettafel zelf, een belangrijke schakel tussen familierelaties, beweging en attributie van waarde aan objecten. Ze onderhouden belangrijke sociale relaties, en fungeren als communicatiemiddel tussen personen, onderlinge relaties, door tijd en ruimte heen.

De technieken om het gebruik van alledaagse dingen mee te visualiseren zijn enorm toegenomen.  Voor interaction-design, experience-design en huis-pathologie.

Ook worden die technieken gebruikt voor toepassingen die discipline-overschrijdend zijn. Zoals het in kaart brengen van de placering van 1 enkel object in een huishouden, over een langere periode. Welke reis legt jouw koffiekopje of bos sleutels af, in je huishouden? De technieken kunnen worden gebruikt om bijvoorbeeld dementerende ouderen te helpen.

Zie hieronder een filmpje van de presentatie van zo een project.

” Mprint is based around the idea of an objects physical history. It makes use of these histories by visualizung a solution to an all too common problem: Losing things!

Mprint captures and leaves a residue underneath every object on designated surfaces. These residues are an indication that any particular object has occupied that space. Object residues become the entry point into Mprint’s interface which can locate a lost object and take snapshots of surfaces so that meaningful layouts and spatial relationships can be saved and recalled later. “

Bekijk hier de video

Toneel van het alledaagse: dramaturgisch verloop

Zo heeft elke familie wel een eigen alternatief taalgebruik, zoals “oma’s kastje”, ” het goeie servies”, ” de mooie glazen”. Door gebruik te maken van die alternatieve taal, leg je niet alleen een verband tussen relaties, je determineert tevens hoe het moment van gebruik van oma’s servies, gezien moet worden: als iets heel bijzonders, plus je legt een verband in de tijd, door mediering van objecten. Oma-moeder/vader/kleinkind. Objecten met een hoge emotionele lading, op een plek die niet toevallig werd gekozen: de eettafel. Ook de aard van het voedsel “in het goeie servies” medieert waarde en attributie tussen de verschillende gezinsleden.

Aankondigen dat bij het tafel dekken “oma’s servies” gebruikt moet gaan worden, zet een hele serie “scripts” in werking die voorschrijven hoe de avond, het gebruik, de ruimte en de tijd, beleefd moeten gaan worden.

We gebruiken objecten in ons huishouden als mediators voor sociale omgang, de definitie van de ruimte die we op verschillende tijden verschillend gebruiken en om sociale omgangsvormen mee te conditioneren en t normaliseren.

Een eettafel is een belangrijke plek binnen een huishouden. Zo ook de open haard, de schouw boven de open haard en het tafeltje met de fotolijstjes. Om nog maar te zwijgen van oma’s kastje, waarin objecten worden bewaard die door de tijd heen verschillende dingen voor verschillende mensen betekenden, maar nogsteeds de overbrugging tussen generaties en familiale banden vertegenwoordigen. De placering van “alledaagse” objecten is daarin niet onbelangrijk.

Huis-choreografieën en biografieën van dingen

In verschillende disciplines gebruikt men de term “choreografie” van objecten. In tegenstelling tot orchestratie van objecten. Choreografie is een manier van beschrijven van alle lichamelijke bewegingen en activiteiten, waarin bewegingen en gebaren veelbetekenende interacties en relaties leggen tussen verschillende organische of niet-organische “agenten” . Het betrekt daarin een plan voor de actie, de actie zelf en alle “agenten” die het samenbrengt.

De verschillende huis-choreografieën, zoals schoonmaken, koken of je computer gebruiken, zijn niet beperkt tot de eigenlijke fysieke locatie of huishouden, maar reiken naar buiten de muren van het pand én het eigen fysieke netwerk, naargelang het doel van de functie (bijvoorbeeld gasten voor eten verwachten), de gereedschappen die je bij de activiteit gebruikt (de stofzuiger) of de apparaten die je gebruikt (e-mail versturen). Het bepaalt dus mede hoe je je ook buitenshuis beweegt.

Dunne muren en tiener slaapkamers.

Huis-choreografieën zijn dus niet alleen prive-activiteiten, maar hebben dynamische sociale en organiserende functies in de hele samenleving. De meeste huiselijke bewegingen die we verrichten binnen ons huis, zijn voor-gechoreografeerd, in die zin dat fysieke ruimtes choreografieën creeëren binnen de beperking van hun fysieke grenzen en mogelijkheden.

Andere manieren van leven, in omgevingen met meer dichtheid in stedelijke gebieden, scheppen andere manieren van consumeren en werken binnenshuis. Studies in China en Korea lieten zien hoe de behuizing en de inhoud verschilt van die van Europa. Daar zijn de ruimten kleiner en hebben dunnere muren, wat als gevolg heeft dat de kinderen daar veel minder een slaapkamercultuur met bijbehorende technologie hebben, dan de kinderen in Europa, omdat zij door de omstandigheden “gedwongen” worden, meer buitenshuis te zijn voor het ontwikkelen van hun persoonlijkheid en identiteit. Dat betekent ook dat zij minder ruimte hebben om in de privacy van de slaapkamer, ongecontroleerde toegang hebben tot sociale media. Ook de strenge Japanse regels rondom beltonen van GSM’s in publieke ruimtes, heeft direct zijn weerslag op beslissingen om meer te sms’sen dan te bellen.

Het begrip van alledaagse objecten is niet enkel beperkt tot het omschrijven van het materiaal en objectief gebruik er van. Een koffiekopje is niet alleen een rond ding waar iets vloeibaars in kan. De laatste paar jaar is meer inzicht ontstaan in “the biography of things”, waarbij de onderzoeker ‘vragen stelt’ aan het object, zoals men dat ook doet in archeologie. Deze biography of things zal ik in een ander blog nader toelichten.

XD Kort: Licht en nabijheid aan de restauranttafel

Experience Design kortjes” zijn korte inzichten in experience design. In het kort licht ik theorieën en bevindingen toe, uit onderzoeken en de praktijk.

Licht en nabijheid aan de restauranttafel

In een restaurant heeft verlichting en de kleur, kleurwarmte en intensiteit van de belichting, een grote invloed op de perceptie van voedsel, de smaak en de manier waarop de gasten zich tot elkaar verhouden. Wanneer collega’s met elkaar gaan eten, kan gedempt licht, een ongemakkelijk gevoel teweegbrengen, aangezien de relatie die men tot elkaar heeft, een bepaalde fysieke afstand tot elkaar dicteert, die kleiner en dus intiemer wordt, bij gedempt licht. Ook gaat men zachter praten, wat een verkleining afdwingt van de afstand tot elkaar. Daarnaast is van invloed, de rol van de als gastheer/vrouw optredende gast, in een gezelschap.

Persoonlijke ruimte- de “comfort-zone” heeft niet een vastomlijnde vorm, in die zin dat de “personal space-boundaries” breder zijn, direct aan de voorzijde van een persoon en direct achter de persoon, en smaller zijn aan de linker- en rechterkant van een persoon, wat betekent dat we gevoeliger zijn voor benadering, aan de voorkant en achterkant.

Een verkleinde persoonlijke ruimte (45 centimeter of minder), verkleint het gevoel van privacy en verhoogt stress, wanneer de ander niet een intieme relatie heeft tot de persoon in kwestie

wpid-20140926044025.pngBestellen

Chique spijzen met nog veel chiquere namen? Gasten beoordelen de gerechten inderdaad als van hogere kwaliteit en rijker aan smaak.

De namen van gerechten op het menu is van grote invloed op sensorische verwachtingen van de gast. Mensen nemen bijvoorbeeld aan dat ijs met de naam `Frosh’ romiger, zachter en rijker van smaak is, dan ijs met de naam `Frish.’ Dit lijkt te maken te hebben met de klank van de klinkers in de 2 namen.

Zware menukaarten wekken de indruk dat een hogere prijs voor het eten redelijker is, dan wanneer je een lichter menu in de handen zou hebben.

Afrekenen

Vrouwelijke kelners die bij het teruggeven van wisselgeld, heel subtiel even de hand of schouder van de bezoekers aanraken, krijgen vaker een grotere fooi. Mannen zowel als vrouwen reageren hier positief op.

Op de rekening een smiley tekenen of een zonnetje van een 0 maken, vergroot de kans op een hogere fooi.

 Tot slot een leuke tool voor de heb:

Restaurant table simulator.