Tag Archives: tips

12 Tips voor je auditie!

12 Do’s en don’t en rather nots bij een auditie

Bijna eindelijk dan die auditie voor een reclamespot? Hieronder enkele nuttige tips.

Do’s

Uitgebreide “groei-CV” sturen

Zelfs als je alleen maar gaat om een figurantenrol, is het altijd goed om je CV bij de inschrijving mee te sturen. Als die er dan ook nog eens goed of veelbelovend uit ziet, is het natuurlijk helemaal mooi. Laat zien dat je heel veel wil leren over het vak; Dat je serieus bent in je ontwikkeling. Als men uiteindelijk nog de keuze heeft tussen jou en een klein aantal anderen, zijn dit zeker kwaliteiten die zwaar wegen.

Goed contact met de regisseur

De auditie begint voor de regisseur pas als je voor de camera staat. Echter, je kunt al veel van jezelf laten zien, door in de ruimte waar de regisseur doorheen moet, met veel enthousiasme “aanwezig” te zijn. Hoe kort het moment van ontmoeting ook is, een eerste indruk heb je al bij hem achtergelaten. Ook “per ongeluk” de verkeerde ruimte binnenstappen, kan heel ontwapenend werken.

Laat merken dat je de regieaanwijzingen snapt

Film en reclame maken kost klauwen met geld. Het is heel fijn wanneer ze met iemand werken die weet wat de regisseur bedoelt als hij/zij zegt: “Je moet veel groter spelen” of “Je speelt veel te veel buiten jezelf.” Niet alle aanwijzingen die je krijgt, zijn concreet. Hou er rekening mee dat het voor een regisseur heel fijn werken is, wanneer hij zich beeldend of abstract kan uiten.

Ken het verloop van de HELE reclamespot of van ALLE scenes

Bij veel tekst hoef je de teksten van je medespelers niet ook te kennen, maar het verloop van het plot / het narratief, moet je wel kennen.

Gerichte vragen stellen

Dat laat zien dat je het begrijpt. Als je vragen hebt over de inhoud, stel die dan voor de eigenlijke takes beginnen.

De glans in de lens

Als je in de camera moet kijken, is het handig om een glanzend vlak in de lens als focus te nemen. Dat heeft een beetje beweging en het kijkt veel rustiger dan middenin de lens te moeten kijken.

Visualiseer

Probeer te visualiseren, hoe het scenario in beeld gebracht gaat worden. Over het algemeen staat er een samenvatting van het verloop en regie-aanwijzingen, al in het script.

Let op het klikje!

Bij audities voor tv of reclame, komen daar over het algemeen kleinere camera’s aan te pas. Een clapper is meestal niet nodig, omdat de camera zelf een digitaal merkje op het beeld zet. Anders dan op een live set, waar iedereen op hetzelfde moment stil moet zijn en paraat staan, heb je in de auditieruimte met maar een paar mensen van doen. De aanwijzing van de regiseur: “actie” zal over het algemeen heel kalm zijn en je op je gemak stellen. De regie- of productieassistent zet de camera aan via het toetsenbord, en je kunt je gang gaan.

Een absoluut gouden tip, is om te letten op het klikje van het toetsenbord. Nog voor de regisseur de “ie” van actie uit zijn mond heeft kunnen krijgen, ben jij al met volle energie en met grote zekerheid, middenin die camera, boven op het beeld. Meteen energie, dat is het belangrijkste.

Wanneer men later 84 of meer auditanten moet gaan beoordelen, begint dat met een vrij grove schifting. De respectievelijke auditanten, komen in razend tempo op het scherm voorbij, en een keuze is dan snel gevallen. Dat betekent dus: klikje op het toetsenbord > beeld. Als je bij “actie” nog eerst even moet nadenken hoe het ook al weer zat, is dat absoluut te merken. Dat zal niemand je kwalijk nemen aangezien het nog niet het eindproduct is, maar andersom heb je een grote voorsprong op andere auditanten (mits ze niet ook zo door de wol geverfd zijn), die dit trucje niet kennen. Je komt bij de viewing dus meteen goed en charismatisch binnen bij de regisseur of casting director.

stage

Don’ts

“Ik wil zo graag beroemd worden”

Dat is echt een afknapper. In de eerste plaats ben je niet de enige die dat graag wil en vooral: je komt er net binnenwandelen en vraagt of zij je aub even beroemd willen maken… Geen handige binnenkomer.

Maniertjes meenemen

We hebben ze allemaal, die karakteristieke maniertjes. Op je lippen bijten, vaak met je ogen knipperen, wiebelen met je handen. Voordat je auditie gaat doen, vraag aan vrienden eerst per telefoon, welke van jouw maniertjes hen het meest opvallen, en laat ze vervolgens bewust een tijdje naar je kijken. Vergeet niet: acteren is NIET hetzelfde als jezelf zijn. Veel regisseurs zullen het tegenovergestelde tegen je zeggen. Dat doen ze om je op je gemak te stellen. Acteren is echt een vak, en zeker op het scherm, is het heel moelijk te verbergen, wanneer het niet gaat op dat moment, als niet geschoold acteur. Dat betekent niet dat je geen talent hebt, maar het moment van de auditie leent zich niet goed voor repetitie en coaching; iets wat je op andere momenten wel zou hebben. Dus de veiligste manier is dan, om er voor te kiezen jezelf mee te nemen. Dat “draagt” ook fijner wanneer je een fout maakt

Kijk niet in de camera maar naar de persoon die je vragen stelt

Is het tijd om wel in de camera te kijken, zorg dan dat je op volle “juiste” energie speelt. De eerste paar keer zul je merken dat je ineens iets raars doet met je stem of dat je ineens veel strammer beweegt dan normaal. Dat is niet raar want er kijkt een heel klein stukje glas naar je. Echter, die camera volgt jou wel, daar hoef je niet zo op te letten.

Rather not

Wel of geen inschrijfgeld betalen voor inschrijven bij een castingbureau?

Liever niet. Eigenlijk is het heel raar dat je naar een bedrijf gaat die jou als handelswaar hebben, maar die je laten betalen om door hen “verhandeld” te mogen worden. Het is echt niet zo dat zij niets betaald krijgen en dat jij dat voor hen moet gaan doen. Moeten zij extra diensten gaan verrichten voor de opdrachtgever, dan is het de opdrachtgever die zo’n dienst inkoopt, en niet jij.

Soms valt er wat te zeggen voor inschrijfgeld. Bijvoorbeeld wanneer de toeloop op inschrijving zo groot is, dat ze iets van een drempel willen inbouwen, zodat ze alleen mensen krijgen die echt willen. Maar dan moet de reputatie van het bureau wel erg goed zijn.

Een greep uit het grote aanbod aan castingbureau’s

020MC Modellen & Castingbureau
Nieuwezijds Voorburgwal 130 F
1012 SH Amsterdam
Tel: 020 72 22 101
info@020mc.nl
www.020mc.nl

A Million Faces
Asterweg 20H
Amsterdam
Tel: 020-7742776
info@amillionfaces.nl
www.amillionfaces.nl

Actors and Models Agency
Oudezijds Voorburgwal 189
1012 EW Amsterdam
Tel: 06 49907976
info@actorsandmodels.nl
www.actorsandmodels.nl

Antimodels B.V.
Valeriusplein 7
1075 BG Amsterdam
Postbus 77868
1070 LL Amsterdam
Tel: 020-6232107
info@anti-models.nl
www.anti-models.nl

Avenue Models

Kingsfordweg 151
1043 GR Amsterdam
Tel: 020-491 77 05
info@avenuemodels.com
www.avenuemodels.com

Bullet Models
Postbus 15526
1001 NA Amsterdam
Tel: +31 (0)20 7787447
models@bulletfilms.nl
Website: www.bulletmodels.nl
Werk: www.bulletfilms.nl

De Casting Studio
Hamerstraat 1G
1021 JT Amsterdam
Tel: 020 – 626 26 26
info@decastingstudio.nl
www.decastingstudio.nl

John Doornik Casting
Veemarkt 144
1019 DE Amsterdam
tel: 020-4217522
contact@johndoornikcasting.com
www.johndoornikcasting.com

Dutch Casting Agency
Hamerstraat 1G
1021 JT Amsterdam
tel: 020-4203821
info@dutchcasting.nl
www.dutchcasting.com

Ego’s Models & Casting
Sarphatistraat 642
1018 AV AMSTERDAM
Tel: 020-6209950
info@egosmodels.com
www.egosmodels.com

Euromodel
Raadhuisstraat 52a
1016 DG Amsterdam
Tel: 020 – 623 79 57
info@euromodel.nl
www.euromodel.nl

Fashion Pool Model Agency
Fashion Garden 4.08.21.
Kon. Wilhelminaplein 1
1062 HG Amsterdam
Tel: +31 (20) 6155699
www.fashionpool.nl

Foto Formation

Nwe.Keizersgracht 58
1018DT Amsterdam
Tel.020-423.48.55
info@fotoformation.com
www.fotoformation.com

Hang Loose Sportcasting
2e Laurierdwarsstraat 55
1016 RA Amsterdam
Tel. 020-6273926
info@hangloose.nl
www.hangloosesportcasting.nl
Sinds 15 jaar gespecialiseerd in sportcasting

Hite Agency
Amsterdam
info@hite-agency.com
www.hite-agency.com

Kemna Casting
Willem de zwijgerlaan 17-19
1056 JD Amsterdam
Tel: 020-6249186
info@kemnacasting.nl
www.kemnacasting.nl

Casting- & Modelagency The Kids BV
Nieuw Walden 92
1394 PE Nederhorst den Berg
tel: 020-696 74 75
info@thekids.nl
www.thekids.nl

Moeder Anne Casting
Spiegelgracht 31
1017 JP Amsterdam
Hoofdnummer: 020-523 80 00
Modellennummer: 020-420 83 30
welcome@moederannecasting.nl
www.moederannecasting.nl

Showpony
Asterweg 20 M3
1031 HN Amsterdam
Tel: +31 (0)20 494 00 10
info@showpony-productions.nl
www.showpony-productions.nl

Sjouer Casting
Veemkade 1116
1019 BZ Amsterdam
Tel. +31 (0)20-675 42 79
www.sjouercasting.nl

Crowdfunding: Waar moet je als kunstenaar op letten?

8 Kritische noten en practische tips.

Als kunstenaar is het momenteel niet makkelijk leven in Nederland. Het wemelt van de dubieuze cowboys met vage constructies die veel beloven maar er overduidelijk niet zijn voor de kunstenaar of de kunsten. Daartussenin zijn er gelukkig ook crowdfundingprojecten die er wel zijn voor de kunsten. Wel is het verschil in kwaliteit groot te noemen en  moeten de kunstenaars zich extra goed oriënteren op de verschillende CF constructie en hun beloften. Vaak gooit men met kreten als “voor iedereen”,  “beslis mee”. Stel jezelf gerust de vraag of dit allemaal wel klopt.

De democratiseringsgraad van de kunsten overdrijft men nogal eens: in de eerste plaats valt er weinig te democratiseren (de deur staat voor jou net zo wijd open als voor ieder ander) en in de tweede plaats hoéf je het niet mooi te vinden en draait de wereld gewoon verder. Voorts kun je je afvragen wat de democratiseringsbelofte van het crowdfunding-project wel zo zuiver is: niet iedereen gebruikt die site, niet iedereen heeft zin om te gaan stemmen en komen toch naar je project kijken. Schiet je er echt iets mee op? Een vraag die je jezelf op meerdere manieren kunt stellen.

Dat heeft natuurlijk een reden. Crowdfunding werkt alleen maar als er een mate van urgentie word gesuggereerd, er een tijdslimiet aan is verbonden (binnen zoveel dagen moet je zoveel stemmen zien te krijgen) en een ander hoger doel aan de belofte verbindt dan bv. de kunsten. Milieu is een populaire maar kan net zo goed de derde wereld zijn.

Ook CF-projecten die een duidelijke en betrouwbare afzender hebben, zijn niet altijd een geschikte partner voor jou, als professional. Sommig voormalige productiehuizen, die het kleine beetje overgebleven te verdelen subsidies nu in een soort kermisattractie-achtige tombola moeten gooien:  Denk na over deelname voordat je je er op stort. Veel argumenten zijn vóór, maar zeker ook enkelen tégen.

Een inleiding die wat cynisch oogt, maar je moet je als kunstenaar wel afvragen welk crowdfunding-project voor jou geschikt is en welke niet.  Je verkoopt geen vis per kilo op de markt. Blijf kritisch!

Hieronder enkele tips en vragen.

1. Wie is de afzender?

Wat is de status van de afzender? Heeft de organiserende partij een voorgeschiedenis die ergens over gaat, binnen jouw discipline? Verkopen ze stroom of promoten ze innovaties? Kent hun belofte meer lagen waar je iets aan zou kunnen hebben?

Roy Cremers van www.voordekunst.nl zegt:

“ Het gaat daarmee niet alleen om geld: “Het is wat mij betreft ook voor een heel groot deel het creëren van draagvlak, laten zien wie achter jouw project staan, wie voor de kunst zijn”.

Als je publiek gaat googlen op je concept, komen ze dan de door jou gewenste inhoud tegen? Of eerst 200 keer de naam van een stroombedrijf?

Werk je met meerdere financiers, sponsors en subsidianten? Hoe kijken die aan tegen het gebruik van het crowdfunding-project? Andere bijdragen kunnen afzonderlijk misschien minder groot zijn, maar ook zij verbinden hun naam aan je project. Maak goeie afspraken met de evt. geldschieters hierover. Misschien willen ze je juist wel helpen via hun eigen netwerk om stemmen te vergaren voor het crowdfunding-project.

2. Zet de beloning echt zoden aan de dijk?

Als de beloning E. 5000 euro is, is dat een leuk bedrag natuurlijk. Maar schiet je er percentueel mee op? Als het maar 15% van het totaalbudget van je productie bedraagt, kun je je afvragen of het wel de moeite waard is om mee te doen.  Alle beetjes helpen is dan niet een argument waar je je aan moet stoten. Aan een crowdfunding-project meedoen, kan ook je imago schade aandoen.

3. Wie zijn je medespelers?

Als je al 15 jaar op professioneel niveau bezig bent met je vak, wil je best komen voorspelen, auditie doen, concepten bijschaven naar wens van de opdrachtgever… Allemaal  manieren om gebaseerd op inhoudelijke criteria, aan de praktijk tegemoet te komen. Ook wil je best de discussie aangaan met vakgenoten. Als je je sporen al hebt verdiend wil je ook graag in het gezelschap verkeren van mensen die op hetzelfde niveau werken als jij.  Met deelname positioneer je jezelf en je project ook. Als je professioneel muzikant bent met een serieus project en je mededingers zijn amateurs, kun je je afvragen of het een goed idee is om ook mee te doen.

4. Risico’s: Een concept met eigen titel en kenmerken is minder risico naamverlies.

Ben je niet zeker van de status en waarde van een crowdfunding-project? Er kleven minder nadelen en meer voordelen aan het insturen van projecten met een eigen naam/titel, dan je eigen naam rechtstreeks verbinden aan het crowdfunding-project. Mocht je project het toch niet worden of te weinig stemmen werven, is jouw naam daar niet direct mee verbonden. Een eventuele reputatieschade aan een project, herstelt zich veel sneller dan die aan een persoon.

5. Breng gang en voortgang aan in je crowdfunding-inzending.

Maak je concept niet afhankelijk van alleen deelname aan het crowdfunding-project. Of het nu wel of niet als “winnaar”  uit de bus komt, het project bestaat en het komt er. Daarvoor heb je wel de hulp nodig van de stemmers, maar er zit gang in, er zit voortgang in. Dit komt professioneler over en je stemmers hebben niet het gevoel hun stem in een bodemloze put te gooien.

6. Zorg dat je concept ook “geeft” en niet alleen “vraagt”.

Deelnemers weten dat je hun steun tracht te winnen voor geld voor je concept. Je zit aan de vragende kant van het verhaal. Zorg dat je hen ook iets “geeft”.  Dit hoeft niet per sé iets tastbaars te zijn, maar zorg dat op je website (als je een link naar je site mag plaatsen) bijvoorbeeld vrijkaarten weggeeft, een verdieping kunt geven aan hun stem (vrienden, e-mailinglijst) of hun stem kan verdiepen door een bepaalde status te verlenen aan hun deelname. Zo zou je op je site een simpel formulier kunnen maken voor reacties, mocht dit niet op de site van het crowdfunding-project aanwezig zijn.

7. Gebruik promotionele mails via Crowdfunding-projecten.

De meestre crowdfunding-projecten hebben de mogelijkheid jezelf (of in de meeste gevallen: de naam van de organiserende partij), automatisch via de sociale media en bv. gmail en linkedin te promoten. Start als het kan met de mensen uit je eigen netwerk en vraag hen eerst door te sturen. Dit kán je een voorsprong geven tov anderen omdat het met snel, veel stemmen, al snel bovenaan komt te staan. Dit trekt ook anderen buiten je netwerk aan om te stemmen. Bovendien zullen mensen uit je eigen netwerk eerder geneigd zijn om opmerkingen achter te laten op je profiel. Hou in de gaten dat op bijvoorbeeld linkedin vaak heel andere omgangsvormen gelden dan op Facebook en Twitter. Je praat waarschijnlijk met collega’s en aanhangers via linkedin en dat vergt een andere toonzetting dan je publiek op Facebook en Twitter. Op linkedin zal men het waarderen wanneer je hen “persoonlijk” aanspreekt, door hun verbintenis met jou en je werk te bevestigen in het berichtje aan hen.

8. “Praat”  met je stemmers via Facebook, maar hou het geloofwaardig.

De kans is groot dat men bij het stemmen op je project ook kan “leuk vinden”, via een like-knop op die site. Als het goed is, zie je dat zelf terug op Facebook. Anders kan je op je eigen site alsnog een like-knop zichtbaar maken. Ga vervolgens op je Facebookpagina met mensen “praten”  door hen bijvoorbeeld te danken voor de stem en in je status-updates bekend maken dat er een nieuwsbrief zit aan te komen.  Iemand die dat heel goed in de gaten heeft is de Bosschge kunstenaar Michiel van de Weerthof.

Bekijk hier zijn facebookpagina Hij deed mee aan het CF-project www.voordekunst.nl

Probeer de verleiding te weerstaan al te vaak op te roepen tot stemmen, via FB. Mensen hebben vrij snel door dat je ze probeert te sturen. Kies je voor praten met je doelgroep op Facebook? Zorg dan dat je niet automatisch berichten doorplaatst vanuit Twitter. Dit is een absolute “engagement-killer”  voor je Facebookconversaties. Bovendien heb je niet te maken met dezelfde soort lezers. Facebookers hebben vaak andere motieven om je pagina te bezoeken en je status-updates te lezen, dan Twitteraars.

[fblike]

Bands en theaterwetten: 10 tips voor professioneel podiumgebruik

Bands en theaterwetten: 10 tips voor een professioneel podiumgebruik.

Op een klein en sympathiek festivalletje laatst, viel me weer op dat vooral beginnende bands zo ontzettend weinig inzicht hebben in hun aanwezigheid en beweging op het podium. Met een beetje inzicht in theaterwetmatigheden en psychologie, zouden ze zoveel meer sju aan hun optreden kunnen meegeven. Daarnaast heb ik als publiek echt niks te maken met de bandhiërarchie, dat moet men echt onderling in de repetitieruimte uitvechten.

Bands met weinig live ervaring zijn een aantal dingen vergeven. Bijvoorbeeld een  laconieke houding op het podium, een air van “ach, we doen ook maar wat”  en het gebruik van zelfspot en relativerende gimmicks. Allemaal manieren om jezelf te beschermen van een eventueel falen. Een buffer waarop je kunt terugvallen als om te zeggen “ja, we zeiden toch dat we maar wat doen..”. Dat is niet alleen een kwestie van zelfrespect, je publiek dien je ook serieus te nemen. Die hebben niet een tientje gelapt om jou op het podium maar wat te zien aankloten.  “Heb ik dat wel nodig?” moet je je afvragen. Is het antwoord “ja”, is het je voor het moment vergeven, maar probeer daar wel iets aan te doen. Theaterwetten zijn er ook om jezelf te beschermen op momenten dat het optreden niet lekker loopt of je een moeilijke zaal voor je hebt.

Een kwestie van jezelf serieus nemen ook dus. Is dat niet het geval, waarom zou ik je als publiek dan wél serieus moeten nemen? Een niet onverdienstelijk zanger had zich op het festivalletje gepositioneerd achter een 4 tal trommels, die hij zelf bediende, zittend vanachter zijn gitaar. Mijns inziens gimmicks die hij zelf nodig heeft, maar die de ervaring vanaf het veld gezien nogal kneuterig maakt. Het toppunt was wel dat hij zijn set begon met de strekking: ach, misschien  vinden jullie het wat, misschien ook niet. We kijken wel wat we doen. Halverwege de set- precíes op het moment dat het publiek er een beetje genoeg van kreeg, vraagt hij doodleuk aan het veld “of er verzoekjes zijn” en “zal ik er nog een doen?” Het publiek was gelukkig sympathiek genoeg om niet en masse “nee” te roepen. Tot 3 keer toe ging hij echt het laatste nummer spelen en toen hij eindelijk klaar was, kwam er nog een toegift. Gá dan  niet op een podium staan! Je hebt je stem, repertoire, je ervaring en je set klaar en daar gaat het publiek (hoop je) van genieten. Met al die ruis eromheen stel je je bij voorbaat al op als de mindere partij van jullie twee (performer en publiek) en dan hoef je ook geen genade te verwachten, mocht het niet lekker lopen. Ik noem geen namen want dit is geen recensie.

Een paar bruikbare handreikingen voor (al dan niet) beginnende bands:

  • Een podium is geen repetitieruimte; er is geen plek voor uitvechten van je plaats binnen de groep;
  • Maak er geen egotrip van, ten koste van je mede muzikanten.
  • Markeren! Ben je klaar met een nummer, sla de laatste maat af en doe een stap naar achteren: applaus. Maak bij de laatste slag een knik naar het publiek: applaus. Maak een gebaar: applaus. Hoe sterker je het einde van het nummer markeert, hoe groter het applaus. Daar zit uiteraard wel een maximum aan; het moet wel gewoon goed zijn.
  • Niet elk applaus is hetzelfde. Het kent nuances en subtiele verschillen. Merk je dat het een twijfelend applaus is, rek de overgang naar het volgende nummer een beetje op. Met een solo van de drummer bijvoorbeeld. Dit werkt ook uitstekend om je publiek bij de les te houden.
  • Probeer een spanningsboog in je set te leggen: Als je het publiek eenmaal aan het dansen hebt, speel dan niet daarna een rustige ballad… hou ze bezig. Let er wel op dat het publiek ook zelf een conditie heeft. Na een x aantal zware nummers is het weer tijd voor wat rustigers.
  • Gebruik belichting ook om je publiek mee te sturen. Een blackout na een nummer geeft applaus, maar het trekt ook de aandacht van het publiek. Vervolgens 1 spot met goudfilter op jou met akoestische gitaar, houdt die aandacht ook vast.
  • Als je zelf niet lekker speelt of het gaat dat optreden wat minder goed, zorg dat je kunt terugvallen op je techniek. Als je de sfeer niet mee krijgt, zorg dat je wel zelf de controle houdt. Door terug te vallen op je techniek, zorg je dat je niet al te kwetsbaar bent. Gimmicks zijn bederfelijke waar.
  • Ben je bewust van je basishouding als muzikant. Je podiumpersoonlijkheid en je basishouding vormen één beeld, maar jij bepaalt zelf waar de “lassen” zitten. Vanuit je basishouding kun je jezelf opblazen en verkleinen, zonder dat dit het beeld hindert, vanuit het publiek bezien.
  • Ga je een experiment doen op het podium? Nieuw nummer bijvoorbeeld, maak het publiek daar deelgenoot van of “verklein de zaal” door klein en intiem licht te gebruiken of het publiek zo veel mogelijk richting podium te krijgen (machtsafstand verkleinen). Je zult zien dat het publiek veel meer pikt dan.
  • Gebruik eventuele pauzes om te veranderen van richting of dynamiek. Bijvoorbeeld tempo te versnellen of te vertragen, nieuw materiaal spelen of een changement in het decor. Dit is een heel duidelijke “markering” waarvan je handig gebruik kunt maken.
[fblike]

Het belang van de draaiboekbespreking

Het belang van de draaiboekbespreking

10 Tips en valkuilen.

Voorafgaande aan het feest, het evenement, het festival of concert, is het bijna altijd aan te bevelen om met alle functioneel relevante partijen, een draaiboekbespreking te houden.

Maar niet alle draaiboeken zijn hetzelfde, niet alle situaties zijn hetzelfde.

Hieronder 10 tips en valkuilen uit de praktijk.

  • Bedenk welk soort draaiboek je gaat bespreken en met wie. Het moeder-draaiboek bespreken met de horeca hoeft niet nodig te zijn. Zo hoef je het technisch draaiboek of cue-lijst voor een voorstelling ook niet door te nemen met het personeel in de foyer.
  • Hou de taken en de structuur van je draaiboek overzichtelijk. Niet iedereen is bekend met elkaars vaktermen. Gebruik liever geen afkortingen of voeg een legenda toe.
  • Begin nooit meteen met de draaiboekbespreking. Probeer vantevoren een informele sfeer te creeëren, met een drankje.  Laat de partijen onderling met elkaar kennismaken.
  • Verbinden, commiteren en belonen, nooit in 1 “laag”. Er zijn verschillende instrumenten om alle partijen te verbinden met elkaar, met jou, met het evenement, met de werkzaamheden. Die zijn echter nooit in één “laag” te doseren.  Belonen van de betrokkenheid kan door uitdelen van een relatiegeschenkje, maar  ook in medezeggenschap, in het bevestigen van iemands plaats in de hiërarchie. Verbinden kan door gezamenlijk kijken naar een (introductie)filmpje of teaser van het evenement, een filmpje van de opdrachtgever. Het introduceren van pauzes binnen een bijeenkomst kan uiterst goed werken.
  • Een draaiboekbespreking heeft meerdere lagen dan die van het draaiboek alleen.  Vaak heb je te maken met verschillende partijen: de horeca, geluidstechniek, lichttechniek, beveiliging, vormgeving. Hoogstwaarschijnlijk komen zij uit verschillende organisaties. Dit betekent dat zij o.a. andere loyaliteiten hebben, een eigen formele- en informele hiërarchie en eigen omgangsvormen.  Gebruik de draaiboekbespreking ook om: Alle neuzen dezelfde kant uit te krijgen, de algemene sfeer binnen de groep te meten en te sturen, inzicht te krijgen in de lijntjes die onderling al lopen, een sfeer van wederzijdse toegeeflijkheid te creeëren.
  • Bedenk dat formele macht niet hetzelfde is als invloed. Je kunt betrokkenen honderd keer wijzen op hun contractuele verplichtingen, maar dat betekent niet automatisch dat ze je als leider accepteren. Ieder bedrijf heeft onderling al lijntjes  lopen van hiërarchie, invloed en functioneel leiderschap; daar hoeven ze jou niet per sé bij te hebben. Zorg daarom dat je een sfeer creeërt waarbinnen ze jou als leider van het geheel accepteren en accepteer tevens dat hier tijd voor nodig is. Voorts moet je stijl van leiding geven aansluiten bij de aard van zowel werkzaamheden als de dynamica binnen de groep.  Begin met de algemene kenmerken van de groep: de formeel gestelde taak, allemaal professionals, allemaal service-gericht
  • Geef mensen uit verschillende partijen, een functionele groepsrol en geef die meteen een naam. Bijvoorbeeld de categorie bediening binnen de afdeling horeca, verdeel je in groepen: zaal voor, zaal midden, zaal achter. Of de afdelingen geluidstechniek en lichttechniek en requisiteur, geef je de naam “ vormgeving en design.”
  • Degradeer niemand, maar promoveer op functionaliteit. Een chef-kok wil niet tot keukenhulp gedegradeerd worden. Wel kun je zijn rol veranderen, door hem in een team “smaak en spijs”  te gooien, bestaande uit de chef-kok, sommelier en hoofd-kelner.
  • The need to know: Niet iedereen hoeft alles te weten. Als er tijdens de uitvoering iets niet gaat zoals gepland, stel alleen de noodzakeijke partijen op de hoogte.  Als er een lamp is gesprongen, hoeft afdeling horeca daar niet mee lastig gevallen te worden. Dit schept alleen maar stress en verwarring.
  • Hou jezelf op punten “vrij” : Creeër voor jezelf perioden binnen het draaiboek waarop jij “vrij staat”. Je bent even niet actief bezig met een draaiboekonderdeel. Dit geeft je ruimte om problemen die zich tussendoor voordoen, op een rustige manier op te lossen.
[fblike]

Vliegblaadje #2

Vliegblaadjes

Eindelijk zijn de nu al geroemde Vliegblaadjes van La Clappeye Acts ook online te lezen. In elk Vliegblaadje: 10 korte toptips uit onze praktijk. De primeur gaat natuurlijk nogsteeds naar de mensen die zich hebben opgegeven via de mail, maar na een tijdje verschijnen ze ook hier.

Elk Vliegblaadje bevat 10 gouden inspirerende tips uit onze praktijk. Alleen voor inspirators, programmeurs, organisators, trendwatchers, imagineers en mooie mensen.

Hieronder Vliegblaadje #2

10 bruikbare tips uit onze praktijk, voor een geslaagd evenement of feest. De 10e tip: La Clappeye Acts!

  1. Werk je met vrijwilligers? Vrijwilligers kosten geld en zijn geenszins een sluitstuk op de begroting. Bij bijeenkomsten: eten, drinken, een aardigheidje, betrokkenheid tonen.
  2. Groot evenement? Maak er een origineel kinderprogramma bij, parallel aan het thema / passend in het concept. Een luchtkussen en schminkhoekje kan echt niet meer. Bedenk: zonder kinderen, geen ouders.
  3. Train jezelf schaalvergrotend en schaalverkleinend te denken. Als je op een buitenlocatie werkt, kun je je bijvoorbeeld afvragen of je een stoel voor of achter op het speelvlak zet, maar je kunt je ook afvragen of je de stapel containers die er staat, niet als blokkendoos kunt gebruiken om een speelvlak of carré te maken.. Kan die hijskraan niet dienen als toneel-trek? Hele nieuwe werelden openen zich!
  4. Heb je veel ideeën? Koop een dummie, schrijf ze op, maak er knullige tekeningetjes bij. Zo bestaat het in elk geval en het is even uit je hoofd.
  5. Kijk uit voor een creatie-spiraal: Blijven komen met nieuwe ideeën en tegelijkertijd komt er niets uit je handen. Keuzes gaan maken dus.
  6. Praat met anderen over je ideeën en plannen. In je hoofd ziet het er altijd heel anders uit dan in het echt, en anderen kunnen net de goeie vragen stellen.
  7. Kleed je evenement in gedachten uit. Ontdoe je feest of evenement even van alle vorm, alle opsmuk, alle bijkomstigheden en vraag je af: klopt het allemaal nog met het basisidee? Of is er zoveel vorm bij gekomen dat van het basisplan eigenlijk weinig meer zichtbaar is? Hoe ga je dat vervolgens weer aanvullen? Het antwoord is niet per sé: vorm weghalen.
  8. Heb je iets gedelegeerd? Neem het dan niet weer terug. Dat demotiveert ontzettend. Laat in plaats daar van merken dat je ziet wat ze aan het doen zijn, dat het goed is en dat je het waardeert.
  9. TOPTIP: Een klassieke beginnersfout bij het leiden van evenementen, is dat je jezelf in de eerste paar uur van de dag helemaal uitput! Je wil niet dat mensen denken dat je je handen niet uit de mouwen steekt, dus pak je mee aan. Je sjouwt instrumenten, je gooit met decorstukken… Allemaal terecht en nobel. Alleen: na een paar uur ben je voor de rest van de dag niet meer voor de volle 100% aanspreekbaar. Hou jezelf vrij voor al teveel lichamelijk inspannende taken. Je hebt je energie nog hard zat nodig.
  10. Zorg alleen wel dat op het prikbord ook ons visitekaartje hangt!

Geïnspireerd geraakt? Bekijk ook bv. Vliegblaadje #1

Blogposts die lijken op deze blog:

Wil je onze Vliegblaadjes altijd als eerste lezen en vers van de pers? KLIK HIER.

[fblike]

Festival-Tweaking deel 2: de belevenis vs dagelijkse routine

Festival-Tweaking deel 2: de belevenis vs dagelijkse routine

In dit deel van Festival-tweaking kijken we naar een voorbeeld van programmering tov de dagelijkse routine van de bezoekers.

Iedere beginner kan op z’n vingers natellen dat je niet een boterhammetje kaas serveert om 15.30 en daarvoor en daarna niets. Of dat de enige kindervoorstelling duurt van 17.30 tot 20 uur: te lang en tijdens etenstijd.

Maar de ervaring en belevenis die we de bezoekers willen meegeven, gaat dieper dan dat.

Neem een festival van meerdere dagen. Er is een programmering die enthousiast is in elkaar gezet, maar waarin te weinig rekening is gehouden met de bezoeker. De beleving die we de bezoeker willen meegeven, is een unieke beleving. Eentje die alléén op dat moment beleefd kan worden, met de ingrediënten die daar op dat moment aanwezig zijn. Geenszins routine, natuurlijk. En bovendien willen we dat de belevenis die we voor hen creeëren, zichzelf steeds blijft vernieuwen, voor zo lang de levenscyclus van ons product (het festival, de voorstelling) volgens ons moet duren. Het moet bijzonder zijn en onalledaags. Bovendien moet je in elke fase van de activiteit kunnen “instappen” om de belevenis te ervaren.

Geloofwaardige beloftes

Toch kunnen we kijken naar de dagelijkse routine van de bezoeker, als geleider van zijn beleving; als de smeerolie waarmee we hem flexibel kunnen laten meedraaien in de beleving die we voor de bezoeker proberen te bewerkstelligen.

Bij een meerdaags festival, kun je de bezoeker het gevoel geven, dat onderdelen van de programmering speciaal voor hem op maat zijn gemaakt. Dit doe je door bijvoorbeeld voorstellingen van hetzelfde type of van dezelfde soort sfeer, horizontaal te programmeren.  Dat wil zeggen: hetzelfde start dagelijks op dezelfde tijd, geeft eenzelfde beleving en stopt op dezelfde tijd. Daaromheen introduceer je steeds nieuwe en andere elementen om de beleving mee te versterken en vooral te vernieuwen. Die onderdelen kunnen letterlijk zijn: hetzelfde beleg op je broodje, maar ze kunnen ook op een subliminale manier worden gedoseerd, of in de vorm van sfeer en thematiek. In het geval van kindervoorstellingen bijvoorbeeld, hoeft het niet elke dag Roodkapje te zijn, maar wel elke dag bv. een zoete, sprookjesachtige sfeer op hetzelfde deel van het festivalterrein, met steeds iets lekkers erbij. Een sprookjesbos, feeërieke lichtjes, de geur van hout, een beetje donker en griezelig etc. Daar kun je verder omheen bouwen. Bijvoorbeeld Roodkapje laten rondlopen op het terrein, in de folder een heks afbeelden en rokende ketels met drop op het terrein neerzetten. Voor papa en mama hebben we een speciale (alcoholische) sprookjes-cocktail in de aanbieding. De beleving die je hiermee creëert, is de geleider van de inhoud: de eigenlijke voorstelling. Eenmaal gekozen voor die beleving, kunnen wij als makers en bedenkers daarvan, de beleving verlengen en sturen. Zo weet de bezoeker dat hij dagelijks op ongeveer hetzelfde moment een nieuwe belevenis krijgt, binnen een hem vertrouwde sfeer. Bedenk wel: een beleving beloont altijd, maar straft nooit!

Belevingen eindigen nooit!

Het punt ná de kindervoorstelling met sprookjesthema, is een kinder-maaltijd. De sfeer is lichter, maar je bouwt voort op het sprookjes-thema met bijvoorbeeld feeënkoekjes, heksendrop en Sneeuwwitjesdrop. Ook bij sprookjes kan snel verzadiging optreden, dus het is zaak om de beleving steeds te vernieuwen, voordat verveling toeslaat. Door het concept steeds zichzelf te laten vernieuwen, verleng je de levenscyclus van de beleving. Als je het heel letterlijk neemt, zou je Klein Duimpje binnen 3 dagen kunnen laten uitgroeien tot een hele grote maar vriendelijke reus. Dat is een niet alleen een lineair verloop, maar kan causaal gemaakt worden doordat Klein Duimpje vanaf dag 1 heel gezond bezig is met eten, zijn bord altijd leeg eet, heel goed luistert en leert lopen en lezen. Bij dag 3 is hij een grote en vriendelijke reus geworden, die papa en mama op zijn schouders neemt en hen een mooi verhaal vertelt. Je hebt nu zowel de kinderen als de ouders meegekregen in een verloop waar zij privé ook middenin staan, zij zelf ook kennen en herkennen, alleen maar positief kan uitwerken (groeien is leuk), én je houdt de nieuwsgierigheid brandende. De volgende dag weet je pas hoe het verder ging met de groeiende Klein Duimpje. Een cliffhanger? Nee, dat niet. Je sluit af met een gezamenlijk gezongen lied. Want voordat je de activiteit/voorstelling afsluit, moet je ook een mooie afronding hebben van de beleving die je hebt gemaakt voor het publiek, waarbij de belevenis van dat moment is afgesloten en tegelijkertijd een nieuwe beleving werd geïntroduceert! Het lied is het eerste lied uit een hele reeks van meezingliedjes. Maar nu lopen de acteurs langs de klaargezette eettafels en delen pakketjes uit met lekkere en gezonde dingen. De kinderen ervaren dit als bevrijdend, omdat ze vanuit de theaterstoel regelrecht naar de tafels vol lekkere dingen gaan, waar zitten niet verplicht is. Ook de ouders zijn even vrij, want de kinderen spelen met de andere kinderen en met de animatie.

Bovenstaand verloop is vrij letterlijk omschreven, maar  er zijn zo veel manieren om om de belevenis te introduceren, te laten “lopen”, te laten “zijn” en zich onmerkbaar weer te vernieuwen.

Als je bovenstaande belevenis nu eens langs de dagelijkse routine van het gezinnetje legt (ga even uit van jonge ouders met kleine kinderen), dan zie je weerspiegelt in het geheel:

–         Papa komt thuis (even uitgaan van een rollenpatroon) en speelt even met de kinderen

–         De kinderen spelen even met papa, die net is thuisgekomen

–         Papa en mama hebben voorkennis: we gaan de kinderen iets leuks geven

–         Papa en mama beloven de kinderen lekker eten en een verrassing

–         Het gezin gaat eten met een lekker toetje

–         De verrassing

–         Nog even spelen en lekker laat naar bed.

Kortom, met de bouwstenen die voor de kinderen thuis een spannende en ongewone avond maken, spelen we met de spanning bij de kinderen (het anticiperen, we krijgen iets lekkers, gaan “iets” leuks doen), die van de ouders (afsluiten van de dagelijkse routine; we gaan de kinderen iets leuks geven, iets lekkers en “iets” leuks met hen doen) en met de routine van de gezinssituatie. De beleving van de sprookjessfeer- en voorstelling zoals hierboven beschreven, is een weerspiegeling van de verwensituatie die ik hier schets.

Lees Festival-tweaking deel 1, hier

Gerelateerde post: Jezelf als meetinstrument: Experience design tov ritme in tijd en ruimte.

[fblike]

Festival-tweaking, deel 1

Festival-tweaking, deel 1

Festival-tweaking is een vast onderdeel op dit blog. Vooral omdat het finetunen en tweaken van festivals, concepten en culturele projecten, een belangrijk onderdeel is van mijn werk. Feitelijk gaat het om finetunen van concepten in bredere zin. Soms is de vraag direct, maar meestal komen die zaken gaandeweg aan het licht. Creative Concepting door La Clappeye Acts, kan daar bij helpen.

Het komt vaker voor dat opdrachtgevers hun reeds bestaande format of concept willen behouden en wat aan fijnafstemming willen doen, dan dat er compleet nieuwe concepten geboren moeten worden. Ook dat gebeurt gelukkig, maar eenmaal een concept of format gevonden, wil men daar niet zo makkelijk meer van afstappen. Begrijpelijk, het is hun kindje, hun “ding” en daar waken ze terecht over.

Tweaking klinkt vluchtig en ad hoc, maar dat is het bepaald niet. Festival-tweaking heeft een aantal grote voordelen. Je gaat zelf anders kijken naar wat je hebt bedacht en neergezet, je past principes toe op je concept waar je niet eerder aan hebt gedacht, je gaat de blinde vlekken weggummen, lievelingetjes even opzij zetten, opnieuw nadenken over wat je eigenlijk wil zeggen. Door te kijken naar details, door zaken in het kleine om te draaien (soms letterlijk), ga je vanzelf kijken naar het grotere plaatje. Klopt alles nog wel? Vaak is dit een plafond waar organisaties tegenaan lopen, waardoor ideeën blijven steken in een losse gedachte of terloopse opmerking. Misschien moet alles wel herijkt worden? Zo lang je dat maar niet aan de grote klok hangt, kun je daar mee experimenteren wat je wil. Uiteindelijk moet ik er zelf zorg voor dragen dat niemand zich gepasseert voelt, dat het basis-idee overeind blijft (voor zover dat de bedoeling is natuurlijk) en alle betrokkenen hun “ding” kunnen blijven doen.

Het tweaken en finetunen gebeurt bij voorkeur NIET in een brainstormsessie of vergadering. Bij een brainstormsessie is het weliswaar zo, dat tot de regels kan behoren dat je elkaar bv. niet veroordeelt of ideeën tegenhoudt, maar je gaat toch uit van een bepaald stramien waaromheen de brainstormsessies worden gebouwd, waarvan de deelnemers al bij voorbaat beperkt worden in hun denken. Je kunt wel out-of-the-box willen denken, máár…. Het moet maar net op het whiteboard of flipover passen.

“Tweaken, dat doe je in verschillende lagen.”

Beleving tijdens een programma-onderdeel / voorstelling.

Je hebt een mooie voorstelling, maar de meer subversieve beleving moet je ook kunnen overbrengen in de fysieke omgeving en in de spanningsboog van de avond. Niet alleen de voorstelling heeft een vantevoren uitgekiende spanningsboog, het verloop van de héle avond of de héle activiteit, kent een eigen spanningsboog. Men is bijvoorbeeld gewend dat een voorstelling uit meerdere bedrijven kan bestaan en dat de ruimte daartussenin een “pauze” heet. Men is gewend rustig op te staan en op een bepaalde snelheid naar de foyer te lopen. Is de omgeving daar op ingericht? Zijn de paden zó breed dat er chaos kan ontstaan of dat de intimiteit van de voorstelling wegvalt? Smallere paden forceren een rustig verloop van de pauze, het buitengaan en weer binnen komen. Té smal levert natuurlijk irritatie op. De pauze moet vervolgens niet al te lang duren. Men komt uit de voorstelling met een gecultiveerd ritme en dat moet je zien vast te houden én te voeden!

Beleving van het stilistisch geheel, door het publiek

–         Micro-mapping: In kaart brengen in grafiekjes en timelines van de beeld- en geluidsbibliotheek in het hoofd van de bezoeker

–         Idem, op het gebied van sociale ontwikkelingen, persoonlijke ontwikkeling, levensloop, politieke stromingen en nabije omgeving

Kortom, het in kaart brengen van het referentiekader van de bezoeker.

Ik gebruik voor micromapping een soort timeline van een denkbeeldige bezoeker van leeftijd X, waarboven en onder categorieën zijn aangebracht. Bijvoorbeeld categorieën als “politiek” of “maatschappelijke ontwikkelingen” Heeft iemand bijvoorbeeld ProVo meegemaakt? Dolle Mina, baas in eigen buik, bezetting van het Maagdenhuis? Welke beelden horen daarbij? Welke vormen en kleuren? De ijkpersoon heeft kinderen gekregen in 1973, de kinderen waren puber in 1987. Dat betekent een grote dominantie van invloeden vanuit jongerenmedia rondom die periode. Wat was er in de mode? Welke muziek klonk op de radio? Welke auto’s werden er gereden? Welke kleuren, vormen, geuren en combinaties daar van, wekken associaties op met hun jeugd, met hun pubertijd? Hoort bij de herinnering aan hun studerende periode, een gevoel van strijdvaardigheid? Van feesten? Welke iconen uit die tijd, spreken nu nog net zo hard tot hun verbeelding? Bij de verschillende onderdelen die je hiermee in kaart brengt, kun je nog verder gaan door plaatjes, stofjes en textuurtjes te plakken bij de verschillend onderdelen.

Allemaal tools om een beeld te krijgen van de innerlijke bibliotheken van je bezoekers. Vervolgens moet je dit nog gaan vertalen naar conrete beelden en ervaringen. Wil je een jaren ’80 sfeer overbrengen aan je publiek? Dan moet je wel zorgen dat ze die beeldtaal begrijpen. Over the top? Ook dan de juiste verhoudingen aan “serieuze” stijlelementen van de jaren ’80 en de overtreffende trap daar van, om het overdreven gevoel te kunnen overbrengen.

Onbewuste en subliminale  beïnvloeding.

Ik heb voor een bedrijf ooit een show gemaakt, waarvoor ik een soort groot altaar van de wansmaak had gemaakt. Het ding had kaarsjes, heel veel knipperende lampjes, nepgouden “altaarkast”, een offertafel. Tegelijkertijd fungeerde het altaar als een soort set van een televisieprogramma uit de jaren ’50. De twee hoofdpersonen (soort kosters-echtpaar) waren in het begin heel vroom en nog voor zij op kwamen, was het voor het publiek overduidelijk dat het hier een katholiek hoogaltaar betrof. Er hoefde maar één detail te worden toegevoegd om het een televisieset te laten worden: een héél lullig orgelmuziekje met een soort jingle. Het publiek ging van piëteit in een keer naar joligheid en spot. Kortom, met heel kleine subtiele veranderingen, trigger je een beleving onder het publiek.

Als je dat uit elkaar gaat halen, is het vooral de symmetrie van het geheel: de hoge “altaarkast” en de 2 zijpanelen (zetstukken), met de altaartafel ervoor. Een hoogaltaar dus.

Dit fenomeen heb ik afgekeken van een verschijnsel dat in de literatuur “the theatre of majesty” heet. Dat handelt over de rechtvaardiging van aristocratische macht door uiterlijk vertoon aan het volk. Iets waarvan men zich tot op de dag van vandaag nog bedient. Die rituelen kennen eenzelfde opbouw, eenzelfde scheiding tussen het publiek (horigen) en de adel (artiest), met een geleidende kwaliteit, in de vorm van rechtspraak of in dit geval piëteit. Niet zo vreemd dat men in vroeg tijden, hun rituelen spiegelden aan kerkelijke rituelen.

Een ander voorbeeld. Ik was gastprogrammeur bij het Bossche Klub KOE (Kunsten Ontmoeten Elkaar) en de locatie was een voormalige kerk. Waar ooit het altaar was, was nu een podium met een groot scherm ode achtergrond. Er stonden nog wel banken in de kerk. In de hele ruimte en in de bijgebouwen waren dingen te zien. Toen we de deuren openden en het publiek binnenstroomde, ging men tot mijn stomme verbazing regelrecht naar de kerkbanken en gingen daar zitten. Starend naar waar ooit het altaar was… maar nu het podium, nog zonder acts.  Het duurde even eer men van de banken kwam, de ruimte in. Dat was niet een vantevoren ge-tweakte belevenis… puur psychologie en cultivering.

Tot zover deel 1 over festival-tweaking.

In een volgend blogje, zal ik dieper ingaan op het behandelen van de festivalprogrammering ten opzichte van de dagelijkse routine van de bezoekers.

15 Creatieve Iphone apps (deel2)

gemaakt met 3D Camera en IRetouch Free

Hier het vervolg op deel 1, van 20 juni.

Lees hier deel 1.

De laatste 5 creatieve apps.

Abstract en visuals.

Voor de abstracte denkmomenten zijn er apps die je voorzien van prachtige visuals. Niet meer dan dat: een geglorifieerde screensaver. Ook zeer geschikt voor autisten!

Pixi Touchart

Keuze uit een aantal verschillende basisbeelden. Bijvoorbeeld een feeëriek rode nevel met lijntjes. Alle beelden draaien en je kunt de grootte en draaisnelheid aanpassen. Je zou er uren naar kunnen kijken.

Saturation (verzadiging)

Bij inschakelen van de app, verschijnt vanuit het zwart een stroom aan stippels (soort bloemblaadjes), die het scherm verzadigen. Je kunt kiezen uit een oneindige collectie aan kleurcominaties. Met je vinger stuur je de kolk aan bloemblaadjes naar de andere kant van het scherm. Even een screenshot maken en je hebt een basis voor… nou ja, verzin maar wat.

Colourburst.

Raak je met één vinger het scherm, volgt een blauwe neonachtige streep je bewegingen. Met twee vingers komt daar een rode neonachtige streep bij en met de derde een groene.

Cosmic Top.

In een sterrenachtergrond draait een futuristisch ding- zoals in een science fiction film –die sneller draait als je er met je vinger overheen gaat. Twee keer tegen het scherm tappen en je krijgt een ander futuristisch ding te zien. Met swipe maak je het ding groter. Screenshotje maken weer…

Gold Dust.

Glitters! Schermpje aanraken en er verschijnen glitters tegen een zwarte achtergrond. Je kunt ze ook groter en kleiner maken, zwaar en licht, langzaam en snel.

[fblike]

15 Creatieve Iphone apps (deel1)

15 Creatieve Iphone apps (deel1)

foto gemaakt met Nightvision en Backgroundz

Er bestaan al eindeloos veel blogs over de  beste en goedkoopste Iphone-apps, dus we maken er niet een al te algemeen verhaal van.

Voor La Clappeye Acts en in mijn freelance werk gebruik ik ook veel van de mogelijkheden die apps op de Iphone mij bieden. Ik ben veel bezig met teksten, vormgeving van locaties, veel met beelden werken, met abstracten. Dan zijn er toch een aantal apps die ik veel gebruik.

Ik heb geen creditcard en ben ook niet van plan die aan te schaffen. Aan de app store voor de Iphone heb ik dan ook niets, voor wat betreft de betaalde apps.

Er zijn veel gratis apps te verkrijgen. Daarbij ben ik geabonneerd op “free app alert,” een dagelijks rijtje met betaalde apps, die voor 1 dag gratis zijn. Er zit heel veel tinnef tussen, veel dingen die je even probeert en dan weer weggooit. Maar er zitten zeker ook pareltjes bij.

Dit is deel 1. Deel 2 lees je hier.

Mijn favoriete 15 creatieve apps.

Schrijven:

SendaPoem

Een app die zelf onzingedichten genereert in verschillende talen, waaronder nederlands. Als ik in laten we zeggen een toneelscenario even de weg kwijt ben, genereer ik een paar van die onzingedichten, verwerk die naar een evenzeer onzin tekst (prozaïsch) en ga vervolgens de tekst kloppend maken.

Een voorbeeldje van een onzingedicht:

Gordig.

Conschap meterlankelen,

Op medijbeel?

Ergoedig arbeel.

Ik nauw.

Open lauw?

Boelmat kip.

Menen beking,

Kwijk brekken.

Beeldbewerking

Blendcam.

Maakt prachtige montages van 2 foto’s. Een montage saven en weer gebruiken als beginpunt voor meer montages, en je krijgt heel mooie resultaten.

Backgrounds

Lijkt op Blendcam. Iets minder subtiel, maar heeft veel meer belichtingsmogelijkheden en dingen die je kunt doen met kleuren (inverted, layers)

3d Camera.

Zegt 3D beelden te maken van 2 beeldjes. Ik kan niet zeggen dat het dit ook waar maakt, maar de resultaten zijn fantastisch… Je moet alleen geen 3d verwachten.

PhotoPhilters.

Kent 15 verschillende filters. De filters zelf zijn niet heel bijzonder en je hebt ze in 1000 andere apps ook wel, maar hier zitten ze gezellig bij elkaar in één app.

Nightvision.

Geeft de illusie van een infraroodcamera. Hij heeft 4 verschillende standen, waarvan 1 infrarood, 2 kleuren (op zichzelf niet heel bijzonder), een zwart witte die wel heel mooi is en een soort glossy geestesverschijning oplevert. Met “sliden” heeft elke optie nuanceverschillen. Heel mooi voor bijvoorbeeld fotografie met lange, architectonische lijnen.

Iris Photo Suite 1.4

Mooie naam voor een zeer complete en chique photo editor. Grofweg kies je uit: kleuren wijzigen en effecten toevoegen. Ik zeg met opzet effecten, want de benaming “filter” doet geen recht aan de mogelijkheden van deze app. De effecten zijn onderverdeeld in Photo Fx, BW Fx (zwart-wit) en Misc. Fx (overige). Een van de kleinste features maar ook een fijne, is de simpele functie “white balance.” Dat kennen we als het goed is nog van de gewone camera. Veel digitale foto’s hebben een slechte witbalans door verkeerd gebruik van camera. Met deze functie zet je dat in een keer weer recht.

Color Expert

Met deze app maak je een prachtig kleurenoverzicht op basis van een foto of website. Hij extraheert de kleuren, gooit die in een kleurenwaaier met alle kleurcodes erbij en vervolgens gebruik je die in de vormgeving van… tsja, van alles eigenlijk. Geen gedoe meer met een colourpicker of RGB codes, gewoon meteen vanuit foto in een handig overzicht. De app Think Ink kan ongeveer hetzelfde maar is wel een reclameproduct van Neenah Paper. Heel aardig aan die app, is dat ‘ie er zelf een soort kleurenpsychologie op loslaat. Je foto- en kleurkeuze op de divan. Ook maakt hij mooie kleurcominaties op basis van de geëxtraheerde kleuren.

Picture Magic

Een app met weer mooie filters. Enkelen kennen we al uit andere (ook hier boven genoemde) apps, maar sommigen kende ik nog niet, zoals het filter “molten” (gesmolten), wat een soort bakelietachtige substantie aan je foto geeft.

Morgen de laatste 5 apps: Visuals.

[fblike]

Vliegblaadje #1

Vliegblaadjes

Eindelijk zijn de nu al geroemde Vliegblaadjes van LCA ook online te lezen. In elk Vliegblaadje: 10 korte toptips uit onze praktijk. De primeur gaat natuurlijk nogsteeds naar de mensen die zich hebben opgegeven via de mail, maar na een tijdje verschijnen ze ook hier.

Elk Vliegblaadje bevat 10 gouden inspirerende tips uit de praktijk van La Clappeye Acts.  Alleen voor inspirators, programmeurs, organisators, trendwatchers, imagineers en mooie mensen.

Hieronder Vliegblaadje #1

10 bruikbare tips voor een geslaagd evenement of feest. De 11e tip: La Clappeye Acts!

  1. Als men op locatie naar je toe komt met een probleem, laat merken dat je het probleem begrijpt, leg uit wat je er mee gaat doen, en LAAT ZIEN dat je het gaat oplossen. Doe je dat niet, kom je niet alleen onbetrouwbaar over, je medewerkers gaan hun eigen plan trekken, wat uiteindelijk zeer demotiverend werkt.
  2. Doe denk-oefeningen / gedachten-experimenten met jezelf en met je ideeën: Haal in een tekst bijvoorbeeld alle lidwoorden weg, of alle ontkennende woorden, en vervang die lukraak met vooraf uitgeknipte woorden. Ga vervolgens met de nieuwe, rare tekst, een compleet nieuwe maken en hou je aan de absurde strekking van de tekst die er nu staat.
  3. Als je samenwerkt met (andere) creatieve mensen, vul dan niet al alles voor hen in. Een kader schetsen waarin zij moeten opereren, is op zich al een beperking. De meeste kunstenaars zien dit juist als een uitdaging… maar weet wanneer je moet ophouden, anders raak je ze kwijt.
  4. Werk je met figuranten of vrijwilligers: Zorg dat je er gedurende het hele proces bovenop zit en overal bij bent. Niet alleen levert je dit veel goodwill op, je bent er direct bij en je weet wat er aan de hand is, mochten zich problemen voordoen binnen de groep(en)
  5. Niet dood-produceren! Dat iets er verzorgd uit moet zien, wil niet zeggen dat je een feest moet doodproduceren. Dat wil zeggen dat niet elke handeling voor betrokkenen al moet zijn voorgekauwd door de productie, niet alles tot in de kleinste puntjes beschreven en in draaiboeken gepropt hoeft te zijn. Op zeker moment “loopt” je feest gewoon en moet je ook kunnen laten gebeuren wat er gebeurt… uiteraard wel oplettend blijven.
  6. Let op het verschil in idioom tussen de verschillende mensen/soorten mensen waarmee je werkt. Een manager hanteert bijvoorbeeld vaak een ander idioom dan een ontwerper of een muzikant. Praten jullie niet langselkaar heen? Of bedoel je eigenlijk juist hetzelfde, maar formuleer je het anders?
  7. Je wil iemand ergens van overtuigen, maar in één zin lukt dat niet. Hoe lang ben je met die persoon in één ruimte? Een hele dag? Dan heb je dus de hele dag om je boodschap aan de ander over te brengen, plús de gelukkige omstandigheid dat je niet alleen woorden hoeft te gebruiken om je boodschap over te brengen. Kortom, tijd zat om je boodschap met linten en al bij de ander neer te leggen.
  8. Tijdens de uitvoering van een feest: Probeer aan te voelen waar het publiek “zit” in haar beleving. Jij hebt als organisator alles binnen het feest al honderd keer gezien en beleefd… maar is die sfeer al in zijn geheel door het publiek opgepakt? Of is iedereen met heel andere dingen bezig? Ingrijpen dan! Vertrouw gerust op je intuïtie, je bent zelf ook deel van de groep binnen eenzelfde ruimte… meestal klopt het heel aardig wat je voelt.
  9. Eigen initiatief door medewerkers/vrijwilligers tijdens de uitvoering van de activiteit is a l t ij d goed! Welke beslissing je onder tijdsdruk ook neemt, het is per definitie de goede beslissing. De enige afweging is: gaat het fout als ik niet ingrijp? Bij “ja” dus ingrijpen en dan zien we later wel of het gewerkt heeft of niet.
  10. Gebruik voor jezelf visuele hulpmiddelen bij het organiseren. Kan een projectmanagementsysteem zijn, maar zeker werken ook mindmaps heel erg goed. Op de computer kan het heel eenvoudig maar natuurlijk ook op een prikbord op het kantoor.
  11. Zorg alleen wel dat op het prikbord ook ons visitekaartje hangt!

Hier ook het Vliegblaadje in PDF

Vliegblaadje1

[fblike]