Tag Archives: trends

Trends: Big data, urbanist playground en social design

Social design: Terug van weggeweest!

Het heeft even geduurd, maar social design is terug. Daar waar voorheen de scheiding tussen kunst, sociale wetenschappen en technologie, het fenomeen social design, gezamenlijk binnen contouren van welzijnswerk en verlengde studies hielden, lijkt de comeback nu vooral het domein van urban design, die via big data, het engagement van de gemeenschap vormgeven en vooral de stad gebruiken als interface voor implementatie van beleid.

Social design kan rekenen op steun vanuit een groeiend aantal “undercurrents”, die voorheen vaker aan de zijlijn meededen, voor het vormgeven en veranderen van sociale processen en structuren in de publieke ruimte. Dat heeft onder meer te maken met de groeiende big data-mogelijkheden en de creatieve en wetenschappelijke toepassingen die momenteel een vogelvlucht beleven. Daarnaast is er sprake van een zich terugtrekkende overheid.

” Wat doet een creatief concepter met deze trend?”

Creative concepting is een veld waarin meer wetenschappelijke inzichten samenkomen, dat is op zich niets nieuws. Als creatief concepter ben je veel meer imagineer; je bouwt verder op de stand van zaken. Imagining from the top down and engineering from the bottom up. De teruggekeerde trend van social design, is in de “nieuwe” vorm veel meer gebaseerd op bruikbare wetenschappelijke inzichten, die via nieuwe tools zichtbaar gemaakt worden, ook voor een groter publiek. Het verlegt de zichtlijnen voor concepting aanzienlijk. Concreet kan een creatief concepter, opdrachtgevers directer en concreter inzicht geven in processen die spelen bij het in kaart brengen van hun publiek, hun gedragingen en motivaties, en die inzichten direct implementeren.

Eenmaal aanwezige kennis in de stad, blijft ook bewegen binnen de stad. Wanneer grote festivals uit de stad zijn verdwenen- bijft er de mogelijkheid tot her-engageren van alles wat het festival in de gemeenschap heeft losgemaakt. In de draden die de stad bindt, zijn de vezels achtergebleven van het verdwenen festival. Voor speciale gethematiseerde routes van het festival, waren mensen opgeleid om die routes te begeleiden, de uniformen of t-shirts van de honderden vrijwilligers, zijn nogsteeds in het stadsbeeld aanwezig, gelegde connecties tussen organisaties die binnen het festival samenwerkten, zijn nog aanwezig, de verschillende spelers zijn aan elkaar voorgesteld en een werkrelatie in gang gezet, waarvan de wederzijdse voordelen die voortkwamen uit de samenwerking, ook buiten het desbetreffende festival nog relevant zijn. Dat zijn vezels die nog actief zijn, en die je kunt aanspreken. Zo niet direct dan wel op symbolische wijze.

Consequenties van deze trend zijn dat bovengenoemde processen- die niet nieuw maar wel abstract zijn- makkelijker kunnen worden in beeld gebracht voor (liberale) overheden en het nut er van kan worden aangetoond en bekrachtigd. Het geeft ons als culturele sector bovendien een mogelijkheid (wederom) de noodzaak van kunst en cultuur aan te tonen en te bekrachtigen. Aan de minder zonnige zijde, moeten we er voor waken ons niet voor het karretje te laten spannen.

Big data voor het onpeilbare nu

Via GIS toepassingen (geografische data) kunnen we al langer bewegingen in beeld brengen, zoals wandelgedrag van voetgangers, verkeersbewegingen en demografische gegevens van klanten en publiek tracken. Echter, is het in toenemende mate mogelijk, menselijke processen in kaart te brengen, die voorheen voor het blote oog en begrip, onzichtbaar bleven.

– Hoe reageren voetgangers op een interactieve stad of op interactieve onderdelen? Wat nu, als de stad ” terug praat ” als wij ons bewegen? De resultaten zijn verbluffend. Voetgangers blijken volledig van slag te raken bij het interactief maken van delen van de stad. Piepkleine ingrepen hebben een diepe impact op ons gedrag. Gedragingen die voor het blote oog onzichtbaar blijven, maar met simulatie tools zichtbaar gemaakt kunnen worden.

Living cities visualization by HERE and CartoDB from vizzuality on Vimeo.

– Wat is het menselijk gevoel voor aesthetiek? Hoe meet je de intensiteit van een blik als we naar een schilderij in een museum kijken? De output is zo ontzettend subtiel, dat onze techniek het niet naar leesbare data kan omzetten. Door de intensiteit van een “gaze” aan een vertraagd akoestisch signaal te koppelen, is het warempel genoeg om hier data mee te visualiseren. We weten steeds meer van de menselijke emotionele reactie op bijvoorbeeld een berg, een landmark in de stad, maar die zijn wel cultureel bepaald, hoewel we op punten ook collectief min of meer hetzelfde reageren. Welke effecten hebben aanpassingen in het landschap, op de gezondheid van bewoners? Welke communicatieve kwaliteiten heeft het beeld van een boom op een berg en hoe dragen wij die emotionele toewijzingen verder, de wereld in? Een schilderij met een groen landschap, brengt bij ons een prettig gevoel teweeg, terwijl we een schilderij met dor gras en gewas, associeren met ziekte en verval. De boom op de berg op een schilderij, communiceert een universeel gedeelde waarde aan ons; hoe kan het dan toch dat de boom op de berg in de Ardennen, op een andere manier beleefd werd dan de boom op de berg in zuid-Limburg? Dankzij vele  nieuwe crowdsourcing-methoden, kunnen we die toeschrijvingen- die dragers van tacit knowledge -steeds doeltreffender aan wetenschappelijke bevindingen koppelen, die ons doen helpen de mens en zijn omgeving te begrijpen. Dat is ook voor de beeldende kunst van belang. Zo zijn we steeds dichter bij de ontsluiting van de geheimzinnige glimlach van de Mona Lisa!

Leaking from new infrastructures: Herontdekking van de geo-politiek van de kunstensector

Urban studies en big data maken het mogelijk om verschillende gebruikers van de stad, vorm te geven, te “mappen” naar gebruik, ritme en invloedssferen. Binnen dit onderzoeksgebied is een groeiende aandacht voor de vraag via welke gebruikers van de stad, men het beste de gehele stad kan betrekken en bereiken. Zo is er een groeiend inzicht in de gebruikers van culturele “spaces” en hun bewegingen door de tijd heen. Men ziet de manier waarop de kunstensector zich tot in de vezels van de stad heeft genesteld, via gebruik van transitiegebieden, kraak, anti-kraak, herbestemming voormalig industrieel gebruik en het festival-terrein. Hiermee is de kunstensector een aantrekkelijke groep om in te zetten voor engagement en storytelling, voor een groot aantal toepassingen. Varierend van gamification van herontwikkeling van het stedelijke gebied, tot grootschalige evenementen als culturele hoofdstad, Bosch 500, Euregio en grote festivals.

Measure for Measure - kopie

De neo-liberalisering van de stad en determineren van stadszones naar hun economische groeifuncties in plaats van culturele, artistieke zend- en ontvangstkwaliteiten, lijkt een onverwachte keerzijde te hebben: De cultuursector blijkt onmisbaar als middel om de stad te engareren bij grote projecten, omdat zij tot in de vezels van de stad zijn doorgedrongen, door de jaren heen, en de kwaliteit in zich herbergen om die aanwezigheid in de stad ” te lekken”, via nieuwe alternatieve infrastructuren, dwars door de stad heen, van onderop. Zij beheersen te kwaliteiten die nodig zijn om- zonder gebonden te zijn aan vastomlijnde fysieke grenzen, kennis en middelen tot overdracht en engagement, naar een groter publiek te tillen. Daarnaast hebben zij de kwaliteiten om groter publiek naar de plaatsen te brengen die in communicatie voorzien met andere delen van de stad, daar waar conventionele place-making dat niet kan.

Real-time harvesting big data: Zwarte Piet richting noorden

Menselijke eco-systemen begrijpen en direct -live- extraheren en sturen, biedt ongekende mogelijkheden. Welke mensen zijn positief gestemd op dit moment? Welke hebben minder goeie intenties? De laatste groep komt over een uur per trein aan op Amsterdam CS.

Uit crowd-control simulaties en uit eerdere ervaringen, weten we dat zij zich te voet, via Damrak in een bepaalde densiteit die gevolgen heeft voor de doorstroom van verkeer vanuit zuid, zullen bewegen richting Dam. Live kan worden gezien dat de groep zich mengt met mensen die Loom armbandjes verzamelen, en dat zij zich- vanwege een kortingsactie bij de Bijenkorf in Amsterdam -in dezelfde trein begeven als de mensen die minder goede bedoelingen hebben.

Via sociale media, via direct-marketing campagnes, geven we een alternatief adres op, waar met nog hogere korting Loom armbandjes kunnen worden gekocht. Live zien we dat men elkaar gaat sms’sen en whatsappen, statussen op Facebook worden gedeeld, en dat zij inderdaad op Amsterdam-Amstel massaal uitstappen om zich naar het alternatief te begeven, waardoor de groep met minder goede intenties en de verzamelaars van armbandjes, zich op het juiste moment hebben gesplitst.

Via een andere weergave zien we live, dat bezoekers van het Rijksmuseum, nog even de stad in lopen om wat te drinken. 40 % van de groep mensen in Amsterdam, die gisteren bij Mc. Donalds een happy meal kochten en dit deelden via Twitter, hebben vandaag nieuwe kleren aan- voornamelijk rood -en 20% van die groep mensen, houden van rockmuziek, lezen de Volkskrant en gebruiken vaker openbaar vervoer dan mensen die een hamburger bij Burger King kochten.

Tot besluit nog een extraatje:

Jouw telefoon weet straks precies waar jij over 20 uur bent. Wist je dat zelf eigenlijk al? Zou best eens kunnen van niet!

Trends in de theater- en evenementensector: van kleinschalig naar Simmer-sion, deel 2

Trends in de theater- en evenementensector

van kleinschalig naar Simmer-sion, deel 2

 Publiek werkt zichzelf toe naar een manier van participatieve cultuurbeleving die werkt via zelfgegenereerde belevingen, via netwerken die gemeenschappelijkheid suggereren en tegelijkertijd gaan om individuele bewegingen die men wil delen… met festivals en makers, met peers en met merken.

De koppen in deel 1 waren:

  •  Buiten de zalen: van kleinschalig naar grote idealen en van lokaal naar overkoepelend
  • Immersieve ervaringen & experience cramming
  • Social in de zalen

 De koppen in deel 2 zijn:

  •  Social op festivals
  • Social = personal?
  • Festival-tweaking = Simmer-sion

 Social op festivals

Iets breder genomen, gaan we sociale media ook zien op festivals tijdens voorstellingen. Net als andere sociale toepassingen als social logins, offline `liken’ en vóór of na de voorstelling een recensie tikken op je smartphone, zal screen steeds vaker een integraal onderdeel van de voorstelling worden, ook in artistiek opzicht. Zowel in de stoelen in de zaal als op het podium zelf. Op televisie is “second screen” nu al aan het inburgeren. In Londen deed men al een experiment met SMS’sen tijdens een Shakespeare voorstelling, waarbij het publiek subtext op het mobieltje kreeg, regie-aanwijzingen las en zelfs invloed kon uitoefenen op de verschillende rollen. Het publiek kreeg echter verschillende informatie, waardoor de beleving van de verschillende personages én het verloop van de voorstelling, per (groepen) persoon anders was.

 Social = personal?

Uit bovenstaande kan de trend gefiltert worden, dat social minder sociaal gaat worden en meer gericht op de individuele beleving van de toeschouwer. Social is niet een online verlengde van de echte wereld meer, maar een nieuwe en vaste dimensie die we ons als massa ook persoonlijk hebben gemaakt.

 Toch gaat social wel degelijk anders socialer worden, maar dit zal steeds vaker een afspiegeling zijn van wat offline al draagvlak heeft, al dan niet geïnspireerd op online communities. Dat is minder vrijblijvend dan het klinkt. Het betekent grofweg dat offline “gemeenschappen” zich vormen naar de mogelijkheden die een persoonlijk online netwerk bieden. Vrij vertaald: de contacten die men deelt via Facebook en andere media, vormen een binnenste schil waarmee men offline netwerken vormgeeft. Voorbeelden hier van kan men vinden in buurt-netwerken, urban gardening, guerilla-gardening, collectieve energiewinning, eten/koken met en bij de buurtgenoten, ruilkringen, et cetera. Een helder voorbeeld is het hierboven geschetste fenomeen van kleinschalige belevingen op kleine locaties, waar intimiteit en het kunnen delen van een gemeenschappelijke lifestyle belangrijker is dan de programmering van de avond. Het spreekt voor zich dat elke deelnemer blootstaat aan dezelfde grote invloeden als sustainability, kwakkelende economie en krimpende fossiele grondstoffen. Samenvattend zoeken we aansluiting bij elkaar, via netwerken en samenwerkingsverbanden met een sociaal karakter. Hierbij is de lokaliteit van minder belang. Van groter belang is de collectieve gemene deler; de ambitie, gezamenlijk doel, gemeenschappelijk ideaal. Ook de particuliere Facebookgebruiker en Twitteraar is zich bewust van zijn/haar invloed op partijen en mensen die niet op hun vriendenlijst staan of tot hun volgers behoren en wil steeds vaker bewust invloed uitoefenen op de schillen er omheen. Dan bedoel ik niet de Fail hashtag in een tweet, maar invloed via bovengenoemde idealistische netwerken en lifestylegenoten.

Voor festivals en evenementen bied ook dit kansen om publiek te betrekken en vast te houden. In het geval van concertzalen, is het beter om in te pikken op het gevoel wat men krijgt bij barok, dan diep op de inhoud en componisten van het concert in te gaan. Kijk maar naar hoe concertseries in elkaar zitten. Trefwoorden als “Italië” en “Snaren” en “Vrouwen”. Bij barok horen nu eenmaal “krullen” en “altaars”, of je dit nu oubollig vindt of niet. Dat is de associatie, nu de belevingen nog!

Voorbeelden:

Evenementen doen er goed aan precies in kaart te brengen, hoe het publiek zichzelf ziet ten opzichte van de wereld en de mensheid. Waar plaatst men zichzelf binnen een spectrum van goed-en-kwaad? Van fijn en vervelend? Geef richting aan de belevingen, faciliteer én regisseer deze! Dat betekent onder meer dat je gaat werken met liquide persona’s, actief gaat monitoren wat men waar en waarom deelt met elkaar. E-mailadressen verzamelen op het festivalterrein kan echt niet meer. Minder marketing, meer beleving!

 Festival-tweaking = Simmer-sion

Immersion (immersie) en simmer (pruttelen, stoven, zachtjes koken).

Het begrip Festival-Tweaking kennen de volgers en opdrachtgevers van La Clappeye Acts al langer. Hier is een extra laag bij gekomen: Simmer-sion.

Binnen de spanne van een festival, is het publiek niet alleen bezig receptief publiek te zijn (zie hierboven) maar is men ook deelnemer, men is een co-productie aangegaan met het festival, gaat elk moment een nieuwe deal aan met het festival: blijven we of accepteren we wat het festival ons aanbied aan escapemogelijkheden. Ze zoeken op het terrein en de locaties naar lifestylegenoten, kennen de locaties al beter dan de organisatie zelf, de afstand tussen publiek en de makers in de programmering is veel kleiner dan voorheen, ze bewegen zich ook buiten de festivaldata om al binnen de zelfde ruimte die het festival beslaat, in fysieke zin maar ook overdrachtelijk.

 Immersie alleen aanbieden als rond en afgeregisseerd geheel, is voor een groot evenemententerrein niet meer voldoende. Op het terrein zelf gebeurt te veel met het publiek om hen blijvend vast te houden met één overkoepelend concept. Het publiek doorziet concepten snel! Op het evenemententerrein pruttelt en stooft het in de publieksbeweging. Het zoekt op verschillende momenten van de dag en avond, andere prikkels. Publiek “neemt” niet alleen meer (in de zin van receptief), maar wil ook “geven”. Geven direct feedback aan de organisatie en makers, willen zelf meemaken en mee-maken, willen hun goedkeuring en liefkozen meteen laten blijken en delen met hun peers. Dit gaat veel verder dan crowdsourcing! Veel mogelijkheden ook dus voor sponsors. Zie het voorbeeld van Douwe Egberts, hieronder.

Tijd dus, om je publiek echt goed te leren kennen! Niet uit uitgebreide datasheets en grote data maar uit bewegingen, uit liquide persona’s, uit ritmes, uit wat publiek je al “geeft”.

Één bruikbare variant van een bestaande nieuwe toepassing, wil ik alvast delen. Onlangs werd een nieuwe service gelanceert die sportliefhebbers in het stadion- al tijdens de wedstrijd -de kans geeft betere stoelen te reserveren en betalen.

 Voorbeeld:

Dit is in deze vorm voor festivals al heel interessant, maar interessanter is het om deze dienst te richten op kleine groepen publiek, die bijvoorbeeld van een externe festivallocatie komen richting horeca en samen korting krijgen, als zij eenmaal op het centrale terrein zijn aangekomen, inclusief zitplaatsen. De verzamelde microdata kunnen vervolgens worden gebruikt om hen kortingen op maat aan te bieden en die te koppelen aan sociale parameters als gedeelde lifestyle, politieke voorkeur, bekende gezichten of thema’s.

Om echt unieke ervaringen en momenten te laten maken, ontwerpen én live uitvoeren, verwijs ik de lezer graag naar www.la-clappeye.nl

Renk van Oyen

[fblike]

Trends in de theater- en evenementensector: Van kleinschalig naar Simmer-sion, deel 1

Trends in de theater- en evenementensector

Van kleinschalig naar Simmer-sion, deel 1

 Deze blog publiceer ik in 2 delen. Vandaag het eerste deel. In de loop van volgende week het tweede.

 Al jaren proberen we “moeilijke” doelgroepen de zalen in te krijgen. Jongeren, allochtonen, mensen uit achterstandswijken. Mensen die minder met cultuur hebben, willen we zo veel mogelijk in aanraking laten komen met theater en andere kunstvormen. De trend die al een paar jaar gaande is, is het organiseren van kleine concepten die zich buiten de traditionele zalen afspelen.

 Publiek werkt zichzelf toe naar een manier van participatieve cultuurbeleving die werkt via zelfgegenereerde belevingen, via netwerken die gemeenschappelijkheid suggereren en tegelijkertijd gaan om individuele bewegingen die men wil delen… met festivals en makers, met peers en met merken. Ik hoop aan het einde van deze serie van 2 blogs, hierin wat inzicht te kunnen geven.

De koppen in deel 1 zijn:

  • Buiten de zalen: van kleinschalig naar grote idealen en van lokaal naar overkoepelend

  • Immersieve ervaringen & experience cramming

  • Social in de zalen

De koppen in deel 2 zijn: 

  • Social op festivals

  • Social = personal?

  • Festival-tweaking = Simmer-sion

 Buiten de zalen: van kleinschalig naar grote idealen en van lokaal naar overkoepelend

 Opvallend in de trendontwikkeling van de laatste paar jaar, is het “gebrek aan verzet”. Ze lijken niet te ontstaan uit verzet tegen de instellingen of zich willen afzetten tegen heersende verhoudingen. Ze onttrekken zich gewoonweg aan de hiërarchie binnen de sector en programmering van de zalen. Maar die laatste opmerking is ook beroepsdeformatie van mijn kant, want overal elders is er wel degelijk “verzet”. De aanhalingstekens staan er, omdat het verzet zich niet via de klassieke reactionaire manier verspreid en organiseert, maar zich via trends en trendontwikkeling zichtbaar maakt. Waren we ons via kleine trends als lokale ruilkringen buurt-bijeenkomsten gaan organiseren tegen vervreemding, ons via slow-food gaan wapenen tegen globalisering, nu omarmen we massaal Transition Towns, car-sharing, frugal living, hebben we moestuinen op afstand en bestellen bij de tuinier er van een krop sla en gaan we in groter verband zelf groene energie winnen én verdelen. Deze ontwikkeling is ook in de theater- en evenementensector zichtbaar!

 Daar waar het aanvankelijk vooral multidisciplinaire concepten waren (bijvoorbeeld Klub KOE en l’Avventura)) die zich buiten de zalen begaven, werden het steeds meer op zichzelf staande evenementen, met een overkoepelend concept. Hierbij was de deal tussen maker/producent en publiek dat lokale kenmerken van een avond uit, werden gecombineerd met die van een kunsten-evenement. Voldoende ruimte voor het publiek om te experimenteren met nieuwe dingen, met de belofte van een avondvullend programma, met escapemogelijkheden, richting bar en nazit. Mocht de programmering niet kunnen boeien, was er altijd nog een vlucht richting bar mogelijk. De nazit werd steeds vaker geïntegreerd binnen het evenement; werd daar een integraal onderdeel van, wat onder meer consequenties heeft voor de programmering en de aard van de locaties. Aanwezigheid van horeca faciliteiten bijvoorbeeld. Het kraakverbod was nog niet van kracht, dus er waren redelijk wat locaties voorhanden die hun medewerking wilden en konden verlenen. Ook werden de concepten vanwege de kleinschaligheid en relatieve onbekendheid, gevrijwaard van strenge ARBO regels en gemeentelijke beperkingen.

Voorbeelden:

 Immersieve ervaringen & experience cramming

 Onderdompelende ervaringen kennen we al langer. Maar het publiek lijkt niet genoeg meer te hebben aan de gebruikelijke volgorde en sterkte van prikkels, zoals ze die kennen binnen de zalen. Aankomen in de foyer en wat drinken > aanvang concert/voorstelling > pauze > voortzetting voorstelling > drankje. De avond zelf is één grote onderdompeling. Vanaf binnenkomst tot aan de laatste minuut, is men overgeleverd aan een stortvloed aan ervaringen. Alle zintuigen worden bediend.

 In de experience economy staan ervaringen centraal. Unieke ervaringen die onderdompelend zijn, je een gevoel van de tijd vergeten geven, die ontsnapping bieden en een gevoel van actualiteit in zich hebben. De grootschalige evenementen blijven populair, maar ook zij leveren binnen hun respectievelijke concepten, kleinschalige varianten. Deze variëren van afterparties tot previews, van spin-offs tot VIP-arrangementen. Deze varianten zijn steeds meer gericht op kleinere groepen, die rondom bands, relaties van het festival of volgers op Facebook gericht zijn. Vergelijk de blog met de “volgcore” via deze link. Daar kom ik hieronder nog op terug.

 Wat opvalt aan de kleinere varianten van grootschalig opgezette belevingen, is dat ze niet groter willen zijn dan de volgers op de sociale media toestaan. Dit heeft enerzijds te maken met het feit dat dergelijke formules vaak bedoeld zijn om bestaande volggroepen en relaties te “belonen” voor hun fan-zijn, hun relatie met het evenement te bevestigen. Anderzijds past het in de trend dat er steeds meer kleinschalige evenementen plaatshebben, die zijn gericht op min of meer bekend publiek. Ze worden via Facebook aangekondigd, veelal georganiseerd voor en door jongeren op intieme locaties, zijn op zich ook voor iedereen toegankelijk, maar zullen vooral aankomen bij de binnenste paar schillen van de organiserende partij. In het geval van een band, de vrienden op facebook (waaronder de vaste aanhang, de vrienden en studiegenoten), relaties en de lokale culturele/muzikale kaart.

Belangrijk om nog aan te merken is het feit dat men heel goed in de gaten heeft hoe en waarmee men invloed kan uitoefenen op schillen buiten de eigen (virtuele) vriendenkring.

  De behoefte bestaat om te delen met een relatief kleine groep mensen, waarbij niet zozeer de inhoudelijke programmering maar meer een gedeelde lifestyle centraal staat. Festivals en evenementen hebben steeds beter in de gaten dat niet alleen de producties en concerten van belang zijn, maar het publiek ook in meer overdrachtelijke zin aan zich kunnen bieden, via andere parameters, als lifestyle, locaties, politiek en seizoensgebonden sentimenten en trends. Op andere vlakken dan de podiumwereld bestaan soortgelijke initiatieven ook. Voorbeelden zijn ruilparties voor tweede hands kleding en kleinschalige buurt-bijeenkomsten rondom het fenomeen frugality. Niet alleen de slechte economie speelt hierin een rol, maar ook status. Hier wordt overigens een andere vorm van frugality bedreven, dan men in het bedrijfsleven zou begrijpen. Op consumentenniveau betekent frugality een soort voortgang van wat begin jaren ’90 nog vrekken heette. Dit is een trend die zijdelings te maken heeft met bovenstaande, maar het voert voor nu te ver om daar uitgebreid op in te gaan.

 Een trend binnen genoemde initiatieven is die van experience cramming. Zo veel mogelijk willen ervaren binnen éénzelfde activiteit of tijdspanne, voor een redelijk bedrag. Een voorbeeld binnen de toeristische sector is op wintersport gaan en naast skieën, ook het lokale nachtleven en ter plaatse georganiseerde grootschalige evenementen willen bezoeken en een vakantie-in-een-vakantie willen beleven (naast skieën, een paar dagen rust). Binnen de evenementensector vertaalt zich dit (voor de langere termijn) naar mooie mogelijkheden om af te tasten bij de doelgroepen, waar nieuwe ontwikkelingen en mogelijkheden liggen om hen vast te houden als publiek.

Voorbeelden:

Qua ervaringen en immersie, hebben we nog lang niet de top of einde van de diverse trends daarin bereikt. Gebruiken we techniek om onze ervaringen mee vorm te geven (smartphone, camera), in de zeer nabije toekomst zal techniek zelf ook op specifieke ervaringen gericht zijn. Een voorbeeld van nu is de digitale lomo-camera en een Iphone app waarmee je foto’s alleen kunt bekijken als het virtuele “fotorolletje vol is”.

 Voor de evenementen is de trend belangrijk dat publiek / de consument steeds vaker graag zijn eigen ervaringen creëert en vormgeeft, zelf graag stuurt en de duur er van zelf bepaalt én dat hij ook “ sellsumer” is: hij maakt zelf en verkoopt tegelijkertijd. Hij koopt ervaringen, geeft ze opnieuw vorm en verkoopt ze weer. Dit heeft gevolgen voor het receptieve karakter van consumeren van cultuur en theater!

Social in de zalen

 Jazeker, ook de theater- en conertzalen moeten er aan geloven. We gaan ook Twitteren en Faceboeken in de zaal! Live filmen met de smartphone en dit meteen op Youtube plaatsen. We gaan met vrienden een eigen liveregistratie filmen van een concert en dit meteen live via Youtube uitzenden. Dit is niet hetzelfde als Twitcast, overigens.

 In sommige steden bestaat al het fenomeen “Tweetseats”, een rij stoelen (nu nog meestal achteraan) waar het toegestaan is om te Twitteren tijdens de voorstelling.

 Kort geleden lanceerde het Gelders Orkest een eigen app voor Ipad, “Voorgesteld”, met het programma voor het komende seizoen, filmfragmenten, geluid en interactie met de webshop. Dit is een nog vrij simpel voorbeeld van hoe zalen in de nabije toekomst van Ipad of schermpjes in de zalen gebruik gaan maken. Zij lopen hierin nog behoorlijk achter. Zalen zullen de ipad gaan gebruiken als een nieuwe manier om bezoekers van informatie en service te voorzien. Zij zullen net zo gewoon gaan worden als de vertrouwde toneelkijker die je bij de meeste theaters kon huren, vroeger. Publiek zal in de zalen met Ipad, live gaan twitteren, opnemen en uitzenden, live-streamen, terplekke zelf instagramfoto’s maken en verspreiden. De mogelijkheden liggen er, de techniek is er ook en het laat zich aanzien dat ook publiek hier klaar voor is. Over de wenselijkheid er van spreek ik me hier even niet uit.

Voorbeelden:

Tot zover deel 1. Over enkele dagen publiceer ik deel 2.

Renk van Oyen

Gerelateerde blog: De “volgcore”, de bands zonder fans.

Gerelateerde blog: Festival-tweaking, deel 1

Gerelateerde blog: Festival-tweaking, deel 2

[fblike]

De “volg-core”: De bands zonder fans

De “volg-core”!

De bands zonder fans

Fan zijn vereist een zekere actie, van de fan naar de bewonderde persoon of band. Iets waaraan we gehecht zijn geraakt: ik kan iets goed, heb een zeker talent en daarom zoeken mensen mij graag op. Begrijpelijk, maar zo ver reikt vandaag de dag de betrokkenheid niet, dat men naar je toekomt, zijn trouw en medeleven betuigt, geduldig wacht op een soort van beloning en dan weer netjes weg gaat. Men is nog steeds liefhebber en fan, maar men beweegt zich langs andere kanalen dan voorheen.

Foto: Monique van der Steen; 2010.

Men is geen fan, men “volgt” je. Het eigenlijke concert is niet meer genoeg voor de volger; dat is een nabijheid die hooguit als afronding van een grotere beleving geldt. Het beeld wat de volger van je band heeft, vormt zich vooral door het volgen. Eenmaal bij je concert aangekomen, moet dit beeld worden verzadigd. Dit is een verzadiging die bij de bezoeker binnenkomt als een slot in een sleutel. Dat is iets waar je je van bewust moet zijn als band en muzikant. Nieuwe dingen uitproberen in een concert werkt het beste als je eerst de eerder opgebouwde verwachtingspatronen van het publiek verzadigd.

Aan de fanbase kant (volg-base) kun je ook niet meer aankomen met de opmerking dat je “fan bent” van iets. Ja, je volgt wel een band, je vind leuk op Facebook en zelfs was je zo onder de indruk van weer een groep, dat je zowaar een statusupdate wijdde aan een optreden. Maar daar eindigt het fan-zijn wel een beetje mee. Nou ja, daar BEGINT het fan-zijn tegenwoordig mee. De fan volgt maar verwacht ook van de groep dat die HEN volgt! Immers: als de groep binnen jouw groep vrienden op Facebook zijn evenementen en updates laat circuleren, hoef je de band zelf niet te volgen; die verschijnt toch wel in je timeline. Verdwijnt het uit zicht, is de binding ook vrij snel weer weg.

Met dit gedrag, zegt men eigenlijk dat je in hun belevingswereld moet stappen. Die van hun vrienden (op Facebook), die van hun uitgaansgelegenheden, de globale politieke voorkeur, de levensfase waarin zij verkeren… maar zéker ook fysiek! Offline, dus. Publiek hunkert naar authenticiteit, naar belevenissen. Daar worden we mee om de oren geslagen, in verschillende vormen. Of je dit nu wel of niet een goede ontwikkeling vindt, feit is dat het publiek er inmiddels wel vertrouwd mee is geraakt. Zorg dus dat jij ook je fans volgt. Niet in de laatste plaats ook offline. Verklein de fysieke afstand tussen band en publiek.

Als band moet je niet meer rekenen op een “fancore”, dat is absoluut achterhaald. Zoals recentelijk werd bewezen, is de manier van geld verdienen met je muziek drastisch aan het veranderen. Buma/Stemra is op een vreselijke manier van zijn sokkel gevallen, illegaal downloaden is allang niet meer taboe en het auteursrechtelijk beschermen van je nummers, is een moeilijk en kostbaar proces, als je er echt zeker van wilt zijn dat je materiaal niet door anderen gaat worden gejat. Dit schept een nieuwe werkelijkheid, waar je beter gebruik van kunt maken dan er tegen vechten.

De boel vernielen in de cultuursector en je dan laten vertellen “dat dit nieuwe mogelijkheden biedt” is absolute onzin, laten we daar geen misverstanden over laten bestaan. Echter, als je structuren nodig hebt, waarvan het voortbestaan en continuïteit onzeker zijn, en je ziet beweging in de sector die hier op een integere manier op inspelen, waarom zou je daar dan geen gebruik van maken? De overeenkomst met bestaande structuren, is dat je volgers ook gebruik maken van de wetmatigheden van die nieuwe structuren; Dat zijn ook plaatsen waar zij zich ophouden. Ze heten daar weliswaar geen fans meer en ze hebben ook geen klassiek profiel meer, maar je treedt binnen in hun gevoelswereld; Middenin hun beleving, hun emoties, de plekken waar zij hun referentiekaders aan ontlenen. Plekken waar hun vrienden zitten, hun drinkebroeders, de mensen met wie zij praten over jouw muziek en leven.

Virtueel zie je deze plekken als paddestoelen uit de grond rijzen, maar in het echte leven ook. Sinds een paar jaar zie je veel lokale initiatieven ontstaan, die buiten de zalen treden. Buiten de geijkte instellingen en muren, buiten de grote evenementen. Kleinschalige en op ervaringen gerichte initiatieven. Zelfs de zalen zelf, ontvluchten hun eigen muren… regelrecht de foyer in. Waar het aanvankelijk ging om strakke concepten als Stukafest, MOL: Muziek Op Locatie, de Badkamersessies, is de trend nu dat initiatieven veel meer gebruik maken van een “volg-core” van het concept in plaats van “fancore” van een band. Publiek hecht zich makkelijker aan het concept dan aan de deelnemende bands. Begrijpelijk ook, want het concept is makkelijker in te passen binnen hun Facebookgerelateerde levensstijl. Het dringt zich als vanzelf op binnen hun vriendenkring. Iedereen lijkt er over te praten en men voelt zich verbonden met het desbetreffende concept.

Een dergelijk concept die dat héél goed in de gaten heeft, is Trippp! Zie ook www.trippp.nl. Een gezamenlijk initiatief van de twee up and coming bands The Surs! En Mindpark, beiden uit ’s-Hertogenbosch. Dans van United-C uit Eindhoven en en een DJ. Bij Trippp stap je een beleving binnen, die al begint bij de voordeur, en je voor de rest van de avond niet meer loslaat. “Het nieuwe uitgaan” stond in de uitnodiging, en daar was geen woord van gelogen. Een pilot-versie van Trippp heeft zeer veel succes gehad. Er was minimaal reclame gemaakt voor Trippp. Bijna alles ging via Facebook. De gebruikelijke Facebook-uitnodigingen voor evenementen circuleerden maar de meeste bezoekers aan Trippp kwamen uit de volg-cores van The Surs! en Mindpark. “Er waren ook een flink aantal onbekende gezichten bij”, aldus Noël Josemans, de frontman van The Surs! Een cult-benadering is voor Trippp ook de beste manier om faam te verwerven: je moét er gewoon bij geweest zijn. De W2 concertzaal in ’s-Hertogenbosch, zelf ook niet vies meer van een experimentje, hebben de organisators van Trippp gevraagd om voor Fabriq (festival of intrusive quality) de afsluiter van de zaterdag te zijn. Een briljante ingeving, want de festivals kunnen echt wel wat nieuwe input gebruiken. Voor Trippp zelf is het misschien niet een heel beste keuze. Zij moeten zich niet tot een act laten reduceren maar sterk inzetten op culting; ze zijn geen act, geen podium, maar een beleving op zich.

Wil je als band een vernieuwde kennismaking hebben met wat voorheen “fan” heette: Ga een relatie met hen aan op hun voorwaarden, faciliteer hun behoefte aan het “ervaren”, het “beleven” en laat hen niet een consument meer zijn. Consument is zoooo 2000!

[fblike]